
Ik wilde Het tekstbureau van Alfons Hoefjes lezen vanwege de titel. Een roman over een zelfstandige tekstschrijver, dat is een zeldzaam verschijnsel en dat maakte me nieuwsgierig. Ik verwachtte dat ik er wel wat in zou herkennen. Die verwachting kwam uit en ik heb me er goed mee vermaakt, maar ook aan geërgerd en aan het eind vond ik het onbevredigend.
Ethische vragen
Over de herkenning: ik vond het grappig om te lezen over de zakelijke kant van het zelfstandigenbestaan: wanbetalers, acquisitie, het werk dat altijd in pieken en dalen komt.
Bovendien deed het boek mij nadenken over de ethiek van het werk als tekst-ZZP’er. Dat zat hem deels in de genres en de inhoud waar Hoefjes aan werkt. Kan dat eigenlijk wel, je lenen voor het uit de duim zuigen van een familiegeschiedenis vol met tenenkrommende stereotypen over een Sallands ‘natuurvolk’? Voor een nieuwe populistisch-rechtse partij? Voor liefdesbrieven waarmee de ene puber de andere in bed probeert te krijgen? En wat doe je als je opdrachtgever geleidelijk steeds perversere porno van je wil?
Deels zat de ethische kwestie hem ook in de kwaliteit van het werk. Die porno bijvoorbeeld, onderdeel van de verzonnen familiegeschiedenis, staat bol van bijvoeglijk-naamwoordrijke clichés over mooie, jonge vrouwen van eenvoudige komaf met een riante boezem, welgevormde kuiten en bevallige enkels of billen die een man met uitpuilende bobbel in zijn broek voorgaan naar de hooizolder om daar te dartelen in standje ‘het stoute varkentje’. Daar pagina’s mee vol schrijven, dat levert geld op, maar een professional wil toch iets beters maken dan dat?
Voor Arnold Hoefjes maakt het allemaal niet uit, want er moet brood op de plank. Dat punt had Geert van der Kolk wel kunnen maken met minder van die slechte tekst. Want het boek is een raamvertelling: er is een verhaallijn in het hier-en-nu van tekstschrijver Hoefjes, onderbroken door de teksten die hij produceert. De nep-familiegeschiedenis met porno is daarvan veruit het langste. Hoefjes levert die per hoofdstuk aan bij zijn opdrachtgever, en die hoofdstukken staan door het hele boek verspreid. Dat is te veel.
Losse stukjes
Dat de teksten die Hoefjes in opdracht schrijft niet met elkaar en niet met zijn leven verbonden zijn, is logisch, maar ook de hier-en-nu-lijn is te weinig uitgewerkt. Het is allemaal best vermakelijk, maar het is onduidelijk waar het toe leidt. In de eerste helft van het boek gaat het over een absurdistisch bezoek aan een internationale school; eenmaal over de helft keren noch die school noch de mensen met wie Hoefjes daar omging terug. In plaats daarvan gaat het over de ernstige ziekte van Hoefjes beste vriendin. Dat klinkt heftig, maar of het dat echt is, blijft onduidelijk: het wordt niet helder wat ze precies voor elkaar betekenen. Het slot suggereert dat dat iets groots was, maar dat kan ik niet plaatsen.
Zo valt Het tekstbureau van Arnold Hoefjes in losse stukjes uit elkaar, en een deel daarvan is nog ranzig ook. Dat is onbevredigend. Geert van der Kolk laat zien dat hij een boel verschillende genres en registers beheerst, dat wel. Maar met dit boek niet dat hij weet hoe je een goede roman schrijft.
Het tekstbureau van Alfons Hoefjes, Geert van der Kolk. De Kring
Laat een reactie achter