
De pleegzoon, het verhaal over een periode in het leven van Marie d Harcourt, bestrijkt de periode 1415-1425; precies zeshonderd jaar geleden. Het einde van de Middeleeuwen nadert, de machtsverhoudingen gaan schuiven. Dat is wat ik weet over die periode, gevuld met kastelen, leenheren en edelen die aasden op elkaars gebied. Die oorlogen en veldslagen boeien me minder, hoewel ik gaandeweg het verhaal lees over mij bekende steden en me herinner dat ik daar (resten van) kastelen heb gezien.
De reden dat ik nieuwsgierig word naar het verhaal is Marie. Zij is een vrouw, de lezer zit in haar hoofd, leest haar gedachten. Dat is dan weer modern; gedachten van Middeleeuwers kennen we niet, enkel hun daden. Marie is ongewild kinderloos en dat is voor haar een groot verdriet en een reden om zich minder dan andere vrouwen te voelen. Die andere vrouwen en vooral haar man Reinald, hertog van Gelre, helpen dat gevoel versterken met hun ongevoelige opmerkingen. Ze is zielsgelukkig als de twee zoontjes van Mia, haar overleden vriendin en nicht van Reinald, aan haar zorgen worden toevertrouwd.
Lydia Rood schrijft knap: ze houdt zich aan de historische waarheid, maar neemt de vrijheid om zaken in te vullen, zaken die gebeurd of gezegd hadden kunnen zijn. Was Claesken de nar echt een wijs mens? Dat weten we niet, zijn wijsheid maakt het verhaal menselijk en hij ontroert ons.
Ontroering in een historische roman, dat is mooi. Een roman moet je raken, vind ik, en dat gebeurt in De pleegzoon. Claesken raakt me, maar vooral ook Marie, van haar weet ik alles, ik ken haar gedachten. Marie is slim, ze manipuleert op haar eigen, vrouwelijke wijze, ze doet haar mond open in het gezelschap van enkel mannen, tot haar man haar de mond snoert. Ze koestert haar boeken, vindt inspiratie in het werk van haar jeugdvriendin Christine de Pizan, tot haar man dat laatste afkeurt en het boek in beslag neemt.
Marie is zich heel bewust van haar situatie, van adellijke Franse komaf kent ze de gang van zaken aan het hof. Ze weet wat haar mogelijkheden zijn, en die zijn dus beperkt. Mensen trouwen met elkaar om strategische redenen, Marie helpt en stuurt bij het arrangeren van huwelijken. Ze is veel slimmer dan haar man Reinald, maar laat dat niet merken; hij bepaalt alles, ook haar leven.
Als moderne lezer kan ik me daar boos om maken, op zich een goed teken bij het lezen van literatuur. Maar ik ben niet boos op Marie; ik snap haar beperkingen. Heb ik medelijden met haar? Jawel, vooral waar het gaat om haar pleegkinderen, met name om Arnold, de oudste. De manier waarop Marie haar moederrol heeft ingevuld, blijkt niet goed uit te pakken. Hoe Arnold daarop terugkijkt en haar daarop wijst, is hartverscheurend.
Lydia Rood heeft goed werk geleverd, ze combineert een beschrijving van de politieke en sociale situatie aan het einde van de Middeleeuwen met het verhaal van een sterke vrouw. Een vrouw die met lege handen staat, met aan het eind een kleine troost.
Laat een reactie achter