Het slot van het doel van de opticien van F. van Dixhoorn lijkt met het op mogelijke manieren samengaan van vorm en inhoud op een echt slot. Zelfs van het project als geheel: het doel van de opticien en de kat van de muziekschool worden ons aangeboden als gelijkwaardige, maar niet identieke cassettes. Dat in een van die cassettes zich een katern met een vereniging van twee … [Lees meer...] overOp bladzijden kun je niet voetballen
Aanwezig
Wat ik al een keer aankondigde dat zou gebeuren, gebeurt nu: de volgende ochtend denk ik er anders over. ‘Een volstrekt ondubbelzinnige uitspraak’ schreef ik over deze regels: zo met de nauwkeurigheid van het toeval en beweerde opgewekt dat Van Dixhoorn in het doel van de opticien een toevalsprocedé toepast. Maar dat is natuurlijk niet zo en ik heb het ook geen … [Lees meer...] overAanwezig
Touwen
Katern 69 is het middelste van de vijf katernen in Van Dixhoorns het doel van de opticien en daarin lijkt alles, of althans veel, in het teken te staan van spiegeling of weerspiegeling. Het katerntje telt 12 bladzijden met daarop in totaal 21 woorden, de cijfers van het getal 69 spiegelen zichzelf en dat doen ook de getallen van de katernen er direct omheen, 38 en 83. Hoe … [Lees meer...] overTouwen
Bovenaan
Het eerste katern in het doel van de opticien, met nummer 33, werd afgesloten met ‘besloten ligt’, zonder aanhalingstekens. Dat wekt de illusie van een afronding, maar in het volgende katern vallen we meteen in iets dat blijkbaar is doorgegaan. Dat iets moet een handeling zijn. We lezen dit: wen uithangen natmaakt Na ‘uithangen’ staat een vinkje en dat kan ik in … [Lees meer...] overBovenaan
Het is stil aan de overkant
Beginnen dus met het doel van de opticien. De vijf katernen die ik uit de cassette haal, blijken te zijn genummerd: 33, 38, 69, 83, 88 en 89. Dat zijn zes getallen. De eerste vier staan op de voorkant van het katerntje; de laatste twee op respectievelijk de eerste echte pagina na de voorkant van katern vijf en op de pagina meteen voorbij het midden, na het nietje. Wat zijn het … [Lees meer...] overHet is stil aan de overkant
Wurmen
Voor me liggen twee foedralen, zoals uitgever Het balanseer ze noemt. Zelf zou ik eerder spreken van cassettes. Op de rug van beide cassettes: F. van Dixhoorn, gedicht, hb. Het laatste als enige horizontaal gedrukt. Linksboven op wat een voorkant zou kunnen zijn: de kat van de muziekschool en het doel van de opticien. De beide titels zijn opvallend dicht tegen de zijkant … [Lees meer...] overWurmen
Minieme wolkjes
Eén poëzieproject, twee ‘gedichten’ die elk een bundel zouden kunnen worden genoemd, in de twee foedralen met het gedicht elf katernen die ook alle elf een gedicht zouden kunnen worden genoemd of anders een gedichtencyclus, op de individuele bladzijden die de lezer voor zich krijgt heel veel wit met alleen op de linker bladzijde minieme wolkjes tekst. Zo'n door wit omgeven pluk … [Lees meer...] overMinieme wolkjes
Die eigenaardige, hortende bezwerende vorm
Brieven die in de richting gaan van poëzie, pelgrimsliederen volgens Gerbrandy, en uiteindelijk in poëzie overgaan: blijkbaar heeft poëzie kwaliteiten die in gewoon proza niet direct te vinden zijn. In een interview met Jessurun d’Oliveira uit 1964, toen Op weg naar het einde net was verschenen, heeft Reve zich het meest duidelijk uitgelaten over wat hem tot het … [Lees meer...] overDie eigenaardige, hortende bezwerende vorm
Liederen van overgave
In Brief door tranen uitgewist lijkt een heel scala van poëtische mogelijkheden te worden opgeroepen. Het is de eerste brief in Nader tot U die begint met een psalminzet en zichzelf typeert als ‘een herfstlied, of avondzang.’ Met ‘Warte nur, warte nur’ in dezelfde alinea wordt het onderstreept: het is niet alleen een veelbetekenende verwijzing naar een gedicht, Wanderers … [Lees meer...] overLiederen van overgave
Zichtbare tegenwoordigheid
In de lange Brief uit Edinburgh verschijnen op zeven plekken hoofdletters waar een doorsneelezer ze niet zou verwachten. Het geldt nog het minst voor de eerste keer: de boektitel Vertellingen Uit Het Dierenrijk gehoorzaamt aan drukkersconventies, maar in een lopende tekst worden de hoofdletters doorgaans niet overgenomen. In dezelfde alinea is sprake van de ‘Vleugels van de … [Lees meer...] overZichtbare tegenwoordigheid
Feesten in het huis van Oofi
De brievenboeken hebben om veel redenen furore gemaakt en de lengte van Reves zinnen is er zeker een van. De tweede brief, Brief uit Amsterdam, bevat meteen de twee langste. Een feest in het landhuis van Oofi roept herinneringen op aan eerdere feesten in hetzelfde huis: een van een jaar geleden, gegeven door Oofi zelf, en een van twee jaar geleden bij haar … [Lees meer...] overFeesten in het huis van Oofi
Dat rare, bijna ongeloofwaardige Gronings van Engeland
De eerste brief in Op weg naar het einde is Brief uit Edinburgh. Na het gedicht boven de brief – Wat zegt u daarvan? Een mens hoort er van op - en de dagtekening lezen we het verslag van een reis en dat in een stijl die daar goed bij lijkt te passen: Enige uren geleden heb ik mij uit Amsterdam op reis begeven;Aldus bevind ik mij in de eersteklas lounge van een nachtboot. Met … [Lees meer...] overDat rare, bijna ongeloofwaardige Gronings van Engeland
In alle talen
Over Op weg naar het einde en Nader tot U In 1989 verschijnt er in Tirade een artikel van Jaap Goedegebuure over Reves poëzie. De Verzamelde gedichten, die twee jaar eerder waren verschenen, hebben lauwe reacties opgeroepen. Aan het dichterschap van Reve werd zelfs getwijfeld: ‘Ik kom op de kwestie van de kwaliteit omdat me bij herhaling is … [Lees meer...] overIn alle talen
De grens van het zegbare
Over Op weg naar het einde en Nader tot U Ik heb altijd een verwantschap met hem gevoeld, in die dorst naar het bereiken van de grens van het zegbare, in die afkeer, bij hem, om te estetiseren, en vooral in zijn gave, dat hij nooit clichés gebruikte. Dat schrijft Reve in maart 1963 aan de zusters Meyer en de auteur met wie verwantschap wordt gevoeld is een dichter, Herman … [Lees meer...] overDe grens van het zegbare
Een universum van tegenstellingen
De woorden in onze taal, zo wil de traditie van het structuralisme, hebben alleen maar betekenis in een netwerk van betekenissen: iets ‘is’ iets omdat het niet iets anders is. Maar die verschillen tussen betekenissen, voegde het deconstructivisme eraan toe, laten vaak geen zuivere binaire verhouding zien: een van de twee is een ontkenning van de andere waarbij de aanwezigheid … [Lees meer...] overEen universum van tegenstellingen
Alles uit de kast
De ideologie van het ouderlijk huis wordt helemaal verzwegen in De avonden en een paar andere zaken bijna helemaal. Het boek speelt zich af in de decembermaand van 1946. De Tweede Wereldoorlog komt een paar keer langs: op de schoolreünie is het lot van een leerling even het onderwerp van gesprek, in het vierde hoofdstuk stelt Frits een tactloze vraag en wordt een anekdote … [Lees meer...] overAlles uit de kast
Romantische ironie & camp
Romantische ironie Ook door anderen is Reves ontwikkeling na De avonden in een romantische traditie geplaatst en dan spelen stijl en vormgeving wel een belangrijke rol. Het meest nadrukkelijk gebeurde het door Sjaak Hubregtse die een aantal malen bepleitte dat vooral het proza in de brievenboeken gezien moet worden als een manifestatie van romantische ironie. In … [Lees meer...] overRomantische ironie & camp
Mijn geschrijf over seks, drank, dood, graf, wreedheid en religie
In de laatste regels van De avonden verwoordt de held van de geschiedenis een eigen visie op de wereld, maar hij deed het minstens twee keer eerder: in de passages die met enige goede wil als poëticaal kunnen worden opgevat. Frits’ poëtica, met nauwgezet realisme en dramatisering door contrastwerking, overheerst in De avonden. Het geldt … [Lees meer...] overMijn geschrijf over seks, drank, dood, graf, wreedheid en religie
Een lyrisch register
Frits en de registers van de wereld (slot) In het slothoofdstuk, dat drie keer zo lang is als het kortste hoofdstuk, komen, zoals het hoort, alle lijnen samen. Frits loopt na zijn werk naar huis. Conform zijn poëtica probeert hij zo precies mogelijk de weersomstandigheden te beschrijven: ‘Heerlijk,’ zei hij zacht, over het water van de grachten ziend, … [Lees meer...] overEen lyrisch register
Dat heel gekke van toen
Frits en de registers van de wereld (6) De avonden is niet alleen van dag tot dag geconstrueerd, volgens het strenge regiem van de tien hoofdstukken, maar niet minder via overeenkomsten, contrasten en kleine of voorlopige climaxen. De verteller volgt het bewustzijn van Frits en geeft noodzakelijke informatie, maar is daarin zo specifiek dat de lezer allerlei gedachten … [Lees meer...] overDat heel gekke van toen
Lucht en leegte
Frits en de registers van de wereld (5) Geen kerstboom was er in Frits’ jeugd, maar wat was er wel? Met de in De avonden niet genoemde schrijver van De kleine zenuwlijder/neurasthenicus en een ongelezen casus ben ik al een grens overgegaan. Er is geen enkele reden om te veronderstellen dat het religieuze register waarvan Frits, naarmate het boek … [Lees meer...] overLucht en leegte
‘Eens in de paar maanden je goed bezatten, dat is zelfs gezond, zeggen de moderne medici’
Frits en de registers van de wereld (4) De tweede dag is een maandag en dus een werkdag voor Frits; het tweede hoofdstuk begint wanneer hij naar huis fietst. Op de fiets beeldt hij zich zijn dood en vier ziektes in; thuis voert hij een moeizaam gesprek met een enigszins dove vader. Wat in dit hoofdstuk een paar keer terugkomt, is het register van de middenstand. Wanneer … [Lees meer...] over‘Eens in de paar maanden je goed bezatten, dat is zelfs gezond, zeggen de moderne medici’
Middenwegwind
Frits en de registers van de wereld (3) Vanwege de dramatische opbouw – zo wordt God voor het eerst bij naam genoemd in het vierde hoofdstuk: eerste kerstdag – bespreek ik de sociale registers in de eerste vijf hoofdstukken min of meer in de volgorde van opkomst. Hoe de registers op elkaar inwerken en de frequentie waarmee ze voorkomen, kan betekenisvol zijn. Met het … [Lees meer...] overMiddenwegwind
Frits en de registers van de wereld (2)
Het eerste register waarmee Frits zich ziet geconfronteerd, is meteen het minst gebonden aan het menselijke. ‘Het is voor kwart voor zes,’ mompelde hij. Hij interpreteert wat er te zien is op zijn horloge, maar voor de opeenvolging van tijdstippen is de mens niet nodig. Het geldt ook voor avonden en winters – de fenomenen waarmee de lezer al op de kaft wordt … [Lees meer...] overFrits en de registers van de wereld (2)
Frits en de registers van de wereld (1)
De avonden; een winterverhaal heeft die beroemde eerste zin: Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. Zeer concrete details: datum en jaar en een precies adres. Dat het de eerste verdieping … [Lees meer...] overFrits en de registers van de wereld (1)