Desertie Er is geen leger of hij deserteert. Hij tekent de contouren van een onneembare stad en oordeelt: dat was dat. Er is een route door het duin die hij verzuimt te fietsen, bevangen door geklapte jaloezie. Hem wacht een stille hartstocht op die langs de halmen wuift. Een afgelegen meisje spreidt een kleed en rekt zich uit Zij weet zich opgelicht door een … [Lees meer...] overGedicht: Mieke van Zonneveld – Desertie
Gedicht: E. du Perron – Sonnet van burgerdeugd
Sonnet van burgerdeugd De trammen tuimlen door de lange straten; Al 't leven buiten, en de ramen dicht; Wat thee voor ons en de avond te verpraten. De lamp streelt rustig ons voornaam gezicht. Inbrekers, wurgers, rovers en piraten, En de eerste Zondvloed en het laatst Gericht - Elke onrust heeft ons deugdzaam hart verlaten. O thee! o vriendschap! o kalmerend licht! … [Lees meer...] overGedicht: E. du Perron – Sonnet van burgerdeugd
Gedicht: E. du Perron – Bij wijze van haat
Bij wijze van haat Dit is de bank, hier komen de oude mensen, deez' dag is schoon, ook voor 't verkalkt gebeent. Hier gaan wij zitten, dromerig vereend, en hun oud hart zal doodlijk ons verwensen. Hun oude hart, dat nimmer wou verflensen: 't kent haat en liefde en bloedt nog - en dat meent te kloppen voor elkaar tot het versteent! Laat hen doorstromplen, pruttelen … [Lees meer...] overGedicht: E. du Perron – Bij wijze van haat
Gedicht: Dana Hokke – Zaliger & Kenmerk
Zaliger Ik wens mij de dood niet een langzame leegte van weten afweziger leven, noch een steen mijn hart zinkend in duister onverhoeds wijder golvend. … [Lees meer...] overGedicht: Dana Hokke – Zaliger & Kenmerk
Gedicht: Désanne van Brederode – Kwijt
Uit Verzonnen grond, het poëziedebuut van schrijfster Désanne van Brederode. Kwijt Er raakte iets onvindbaar. Leek het op licht? Ik ben het vergeten. Het sloop weg, hoewel het voetloos was. Het verpulverde, maar zonder stoffelijk te zijn geweest. Het smolt onder mijn voeten, terwijl ik nog steeds bleef staan, recht overeind. De lucht bleef lucht, hooguit verdween het … [Lees meer...] overGedicht: Désanne van Brederode – Kwijt
Gedicht: Ingmar Heytze – Grammelalmanak
• Zo’n 70 jaar geleden schreef C. Buddingh’ zijn eerste gorgelrijm, 'De blauwbilgorgel’. Ter gelegenheid van zijn 100ste verjaardag verscheen bij uitgeverij Liverse een verzamelbundel, met daarin gorgelrijmen van een kleine veertig dichters, onder wie Ingmar Heytze. Grammelalmanak Mijn zolder heeft een muffe hoek waar strint en gruifdier woekeren. Daar ligt mijn … [Lees meer...] overGedicht: Ingmar Heytze – Grammelalmanak
Gedicht: K.L. Poll – In Zweden
In Zweden 1 Een meisjesstudent in Lund stoot haar glas om. De anderen praten door alsof zij de gek in de familie uit beleefdheid niet opmerken. … [Lees meer...] overGedicht: K.L. Poll – In Zweden
Gedicht: Delphine Lecompte – Bijten in het Frans
Bijten in het Frans Ik was eens op taalkamp Ik hoorde het werkwoord bijten in het Frans En ik dacht dat het sterven betekende Ik mocht mijn hand in de muil van een kalf steken En ik voorvoelde dat seks minder intiem zou zijn; minder gezellig ook. Ik werd verliefd op iemand van hetzelfde geslacht Ze mocht vroeger naar huis omdat haar vader een poolreiziger was Een … [Lees meer...] overGedicht: Delphine Lecompte – Bijten in het Frans
Gedicht: J.W.F. Werumeus Buning – Ballade van den boer
Ballade van den boer Er stonden drie kruisen op Golgotha, Maar de boer hij ploegde voort. Magdalena, Maria, Veronica, Maar de boer hij ploegde voort, En toen zijn akker ten einde was, Toen keerde de boer den ploeg En hij knielde naast zijn ploeg in het gras, En de boer, hij werd verhoord. Zo menigeen had een schonen droom, Maar de boer hij ploegde … [Lees meer...] overGedicht: J.W.F. Werumeus Buning – Ballade van den boer
Gedicht: Jan H. de Groot – De ballade der vierduizend Friezen
De ballade der vierduizend Friezen Vierduizend friezen stonden aan den Rijn tegen honderdduizend Fransozen. En het aantal, dat er nog meer moest zijn, ging wel vijfmaal dat der Friezen te boven. Vierduizend Friezen wachtten aan de Rijn onder bevel van drie Hollandsche luiten. zij lagen bij Lobith onder een Hollandsch kapitein om den opmars der Franschen te stuiten. … [Lees meer...] overGedicht: Jan H. de Groot – De ballade der vierduizend Friezen
Gedicht: H.A. Gomperts – Côte d’Azur
Côte d’Azur Onder een hemel van damast tussen zwanen en dolfijnen op een blauw-satijnen kleed komt de wind zich presenteren. Het is goed in zee te zwemmen, want de zee heeft zachte handen, in een bad van schuimballonnen, duizend druppels, duizend zonnen. Op de planken en de stenen van het grint en sintelstrand dansen klossen en sandalen, splinters, stokken, … [Lees meer...] overGedicht: H.A. Gomperts – Côte d’Azur
Gedicht: Jan Hanlo – Op het kerkhof
Op het kerkhof Ik zou hier wel gelukkig zijn om zomer en om zonneschijn wanneer ik jonger was – en niet te vol was van te veel verdriet Maar als ik jong was en nog klein dan zou ’k hier niet gekomen zijn want kinderen waarderen niet de stilte van dit vreemd gebied … [Lees meer...] overGedicht: Jan Hanlo – Op het kerkhof
Gedicht: Bert Voeten – Sonnet voor Solaria (VI)
Sonnet voor Solaria (VI) De nacht rijst koud en blinkend in de ramen; de kaarsvlam flakkert, poover gloeit het vuur. Ik hoor mijn kamer langzaam ademhalen, haar zwakken hartslag tampen aan den muur. Ik weet je ver en in dit eenzaam uur gaan andere oogen langs je lichaam dwalen. - Maar ook de weemoed sluit zich op den duur; men kan niet lang bij het verleden dralen. … [Lees meer...] overGedicht: Bert Voeten – Sonnet voor Solaria (VI)
Gedicht: Hendrik de Vries – Ziek en moe
Ziek en moe ... Ziek en moe naar mijn bedje gebracht, Schrok ik wakker, diep in de nacht, Nam van de tafel 't lampje in de hand, Zette 't weer weg: 't was al uitgebrand; Liep naar beneden, door niemand gezien. Waar ik bij dag soms gasten bedien, Schalen en schotels aan moet reiken, Zitten zwarten die roovers of duivels lijken, Poken, rakelen en rumoeren, Schuiven … [Lees meer...] overGedicht: Hendrik de Vries – Ziek en moe
Gedicht: Lieke Marsman – Vasthoudendheid
Vasthoudendheid Er bestaan vele redenen waardoor je niet stil kunt blijven liggen, ’s nachts. Als je steeds moet hoesten, bijvoorbeeld, zal je lichaam op en neer schokken alsof je op een rijkoets ligt en als je erg ziek bent, een lijkwagen. Of het is zo dat je niet weet waar je moet kijken, omdat alles voor je ogen rood is. Je ogen zijn zo rood, omdat iemand heeft … [Lees meer...] overGedicht: Lieke Marsman – Vasthoudendheid
Poezengedicht 8: Driek van Wissen – Joris
Joris Ik heb vanavond, met de poes op schoot, de onrust uit het beestje weggestreken, waarbij de goedzak mij heeft aangekeken met ogen zo onpeilbaar diep en groot, dat het mij één moment heeft toegeleken als was hij eeuwen lang al deelgenoot van het geheim van leven en van dood en nu dan op het punt stond om te spreken. … [Lees meer...] overPoezengedicht 8: Driek van Wissen – Joris
Poezengedicht 7: J. Eijkelboom – Borborygmes
Borborygmes Mijlen leg ik soms af snachts in dit grote huis, sluipend om niemand te storen als ging ik uit roven en moorden terwijl ik integendeel vlucht voor wat zich zo geducht voordoet in nissen, achter ramen, het meest nog in mijn hoofd dat maar niet thuis wil raken. … [Lees meer...] overPoezengedicht 7: J. Eijkelboom – Borborygmes
Poezengedicht 6: Hubert Gregorius van Vrijhoff – Op de kat van Laura
• Toelichting onderaan. Op de kat van Laura My lust maegt Laurae’s kat te roemen. Een kat, vol deugden waert te noemen. Een kat, den grootsten lofzang waert. Een kat, zo schoon van kleur, als staert. Een kat, die nimmer is ’t onvreden. Een kat, noit spoorloos in haer reden. Een kat, die Poëzy verstaet. Een kat, die altoos lolt op maet. Een kat, die d’ondeugt noit … [Lees meer...] overPoezengedicht 6: Hubert Gregorius van Vrijhoff – Op de kat van Laura
Poezengedicht 5: Gerrit Komrij – Je kat
• Vandaag is het de zesde sterfdag van Gerrit Komrij. Je kat Vanmiddag gaf je je kat een kopje en likte haar Staart schoon, toen ze plotseling naar je opkeek, Zoals je daar op je knieën zat, en merkbaar Aangedaan zei ze: ‘Jongen, wat zie je bleek.’ Ze merkte niet meer hoe je naar haar terugkeek, Want ze kneep haar ogen toe, en legde haar kop Plat over haar … [Lees meer...] overPoezengedicht 5: Gerrit Komrij – Je kat
Poezengedicht 4: Elisabeth Eybers – Huiskat
• woordenlijstje onderaan Huiskat Die kat strek hoog op vier bene, buig behaaglik om haar luipeerdlies te lek, rol om en lê fluwelig oopgevlek dat keel en bors en buik die son kan suig. Ons noem haar ‘kat’ want sy is sonder siel en anoniem. Smal skerwe van agaat staar koud uit die driehoekige gelaat. Arglistig, vloeibaar, soos ’n blink reptiel … [Lees meer...] overPoezengedicht 4: Elisabeth Eybers – Huiskat
Poezengedicht 3: C. Buddingh’ – Sammie
Sammie Mijn allergrootste vriend is Sammie Buddingh’, die vluchteling, zeggen we, uit ’t woonwagenkamp: zijn vader stuurde hem elke dag uit bedelen, maar wat hij ook meebracht, hij kreeg stank voor dank. En toen kwam hij bij ons, braafste aller katers, met zijn melancholieke eekhoornstaart. Vanaf ’t begin prezen wij hem uitbundig en zo is hij tenslotte tot rust … [Lees meer...] overPoezengedicht 3: C. Buddingh’ – Sammie
Gedicht: Armando – Het laatste gesprek
Armando overleden. Het laatste gesprek 'Heer, herken ik u? Zijn wij niet dezelfde van weleer?' 'Wie riep mij dan? Zijn uw wapens niet de mijne?' 'Ik wacht op woorden, heer.' 'Ik was de Dader, u het Offer. De medemens is leeg.' 'Sterven Daders niet?' 'Neen. Zij kunnen niet. Zij verwoorden.' 'Heeft u ginds gesproken, heer?' 'De dagen zijn beschreven.' 'Heeft de Tijd … [Lees meer...] overGedicht: Armando – Het laatste gesprek
Poezengedicht 2: Rutger Kopland – Oeloembo, een kat
Oeloembo, een kat Hij had zijn kleine gewoontes als wij, maar groter van onverschilligheid. Hij hield in de winter van kachels, 's zomers van vogeltjes. Ziek en even onverschillig voor de dood als voor ons. Hij stierf zelf wel. Rutger Kopland (1934-2012) ----------------------------------- Rutger Kopland: wikipedia • laatste interview • leest … [Lees meer...] overPoezengedicht 2: Rutger Kopland – Oeloembo, een kat
Poezengedicht 1: Aad Nuis – Voor de poes
Voor de Poes Goed, ik ben een kaal dier, flarden aan het lijf Hoog op de poten, brein omslachtig, spieren stijf, Geen oor voor geritsel, voor buit te weinig aandacht Ik trap in eigen vallen, ik deug niet voor de jacht. Zo is dat. Ik hou van hoekig en onaf Maar óók van jacht, perfecte sprongen, spel. Jij gaat niet verder dan je kunt. Ik wel. Ik reik naar wat niet kan … [Lees meer...] overPoezengedicht 1: Aad Nuis – Voor de poes
Gedicht: J.B. Charles – De volgende oorlog & Boom
De volgende oorlog Toen hij uit de oorlog terug kwam was niet ieder plezierig verrast, maar zijn moeder ging naar de kast. Daar lag een lap stof voor een pak. Zij zei ik heb altijd gedacht, komt hij terug dan heeft hij weer wat. Toen ze dood ging zei ze zoiets als: de volgende keer ben ik er niet meer met de stof in de kast voor een pak. … [Lees meer...] overGedicht: J.B. Charles – De volgende oorlog & Boom