Chris van Geel
30-10-2025
ALS IK HEKSEN KON HEKSTE IK
Een gouden kroontje,
een roze jurkje,
gouden houten kleppers,
witte kniekousjes,
een koets met twee zwarte
paarden er voor met witte stippels,
zegt ze, maar geef me nu me thee.
Bron: Barbarber, mei 1965
29-10-2025
TOR BESPIED
Hij slaat zijn schaatsen uit
op korrels schuivend zand.
Zijn poten willen greep,
zand eet hem zonder slikken.
Bron: Enkele gedichten, 1973
28-10-2025
POLDER
Alleen te horen in het riet
verscheurt de wind de wind, verspild
aan snelle slaap van dagen en van nachten.
Een kraai krast in zijn zeilen
boven de sloot, bebloemde zwaan
op weg onder het dichte dak van waterplanten,
een veer van rouw, een vlinder in zijn bek.
Kou graast naast nacht,
hun zachte lippen maken groen blad dor,
de stille hoeven van de winter
gaan tot de grond, zij winnen veld,
gras krimpt, de hemel stijgt, lijft in.
Bron: Uit de hoge boom geschreven, 1967
27-10-2025
KROMBOOM
Een naar één kant topzwaar verwaaide
boom, diepzwart, naast naar één kant
topzwaar verwaaide bomen – nacht.
Mijn hart is vol verstand van angst.
Bron: Soma, mei-juni 1970
26-10-2025
JACHTHOND
Een liefde die zich vastbijt in de wind,
niet een-, maar duizendmaal,
tot hij opeens een hoen dat vluchtte
beet uit de lucht.
Bron: Hollands maandblad, december 1972
25-10-2025
Lieveling, lieveling
vogel verpakt in vloeipapier
vogel nooit gegeten
op Sint Krispijn gekregen
in schoenendozen meeverhuisd
lieveling lieveling
waar ben je gebleven.
Bron: datering: tussen 1948 en 1955; Roofdruk, postuum verschenen, 1977 (Sint Crispijn: 25 oktober)
24-10-2025
PAD OP ZOEK NAAR WINTERSLAAP
Hij klimt de takken binnen op vier benen,
zijn ogen kijken met de ogen van een mens.
Het is de kunst de stilstand te bereiken –
niet meer te voelen, niet te kijken.
Bron: Hollands maandblad, mei 1971
23-10-2025
BOSPLEK
Zoals een bloem openbarst, springbalsemien,
vielen onder het onverwacht opsteken van de wind
lang gespaardgebleven dorre bladeren.
Ik stond in een vlaag van gele regen,
te grote wemelende vlokken bruine aangevreten
dorre sneeuw.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
22-10-2025
IN DE UITKIJK
Ik weet de naam van de film niet meer, maar toen na verscheidene ‘acten’ duidelijk werd dat er een baby geboren zou worden op het witte doek, serveerden in de pauze twee ouvreuses aan de zestien, zeventien man publiek beschuit met muisjes. Een gratis attentie op woensdagmiddag in de Uitkijk, omstreeks 1930.
Bron: Barbarber, december 1971
21-10-2025
OCTOBER ’52
Nu kantelen de landen
en rodere zonsondergangen
regenen stuifmeel op mijn wangen
Door mijn ogen zwenken de duiven
Ik ben weer mijn vroegere handen
Zilveren kou drijft in mijn keel
Zij kwam en de dagen verschuiven
veromberen het purper en het geel
Zij kwam lopende sprak ik vond
schuwe schuwe zeggende mond.
Bron: postuum gepubliceerd, in Tijdrovertje, 1992