Chris van Geel
29-09-2025
UITVINDING
Lucifers met aan twee kanten een kop
Bron: Barbarber, maart 1968
28-09-2025
NAJAAR
Droog werden de blaadjes,
van leer,
en langzaam ontmoedigd.
Zij leefden van wat meisjes mooi maakt in
de zon.
Wat doodt ze? wind? een hang naar licht?
De zee is een heldere blindeman,
een jaar in de winterwind,
een golf die zich doodzwemt.
Bron: Tirade, november-december 1959
27-09-2025
EPITAAF
Als wat niets om het lijf heeft telt,
ben ik uw man, de handen vol
aan niets.
Bron: Het Zinrijk, 1971
26-09-2025
BEWOGEN
Ik heb een schilderij gezien
waarin een vis zwom heen en weer.
Bron: Hollands maandblad, juni-juli 1968
24-09-2025
ALLIGATOR
Dit eendje zou, als het onderdook en de snavel boven water hield voor een kleine krokodil versleten kunnen worden.
Bron: Barbarber, maart 1968
23-09-2025
Als vlindervleugels trilt onder de regen
het donkergroene wateroppervlak.
De mensen zonderen zich op de wegen
snel af, chinees onder hun regendak.
Bron: datering: 1948-1955; Tijdrovertje, postuum gepubliceerd, 1992
22-09-2025
BINNENSPELEN
Dekhut van een fluitschip is de erker.
Zeelui sjorren aan de draden van de tram.
Straten golven, huizen krullen achterover,
het schuim van spiegels gruizelt in de goten.
Plens-
regen, en de brandweermannen
die zich van hun auto’s storten,
met hun helmen op het venster botsen,
glijden langs de ladders,
zitten naast elkaar in het raamkozijn.
Bron: Spinroc en andere verzen, 1958
21-09-2025
HERFST
Aan de einder vervloeit damp de kim.
Over drempels loopt vuur uit de huizen.
Zomerprins en prinses wonen ver.
Zomer lag op het land.
Zomer wacht,
veelbelovend aan lichts overkant.
Bron: Tirade, 15 november 1958
20-09-2025
DWAALGROEI
Het zal een man zijn denk ik in
de schemer, armen op zijn rug,
een mes.
Nu dat het lichter wordt,
is het een pruimeboom in bloei,
niet groter dan een kleuter, onder
het bloed.
Bron: Soma, mei-juni 1970
19-09-2025
LUCHTVEE
Het regent in het briesen van tien mussen,
zij vliegen als één vleugel op uit gras.
Bron: Hollands maandblad, juni-juli 1968