• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Realistisch frame (4)

14 juli 2013 door Gert de Jager Reageer

Gert de Jager
 
Wat voorafging:

Vijf ‘frames’, cognitieve schema’s die bepalen hoe we de wereld zien, hebben de afgelopen tweehonderd jaar een belangrijke rol gespeeld in de literatuurgeschiedenis. Aldus Thomas Vaessens in zijn Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur. Of en in hoeverre daar iets voor te zeggen valt, zou moeten blijken aan de hand van het gedicht dat vorige week zondag op de poëziekalender van Van Oorschot te vinden was: Afkomst van Gerard den Brabander. Het realistische frame belichtte zekere aspecten van het gedicht, het romantische frame weer andere. Een probleem was de koppeling van de frames aan onbehagen met typische aspecten van de moderne wereld – een cruciaal element in Vaessens’ redenering. Het onbehagen in het gedicht van Den Brabander lijkt daar los van te staan. Dat onbehagen gaat verder. Of dieper.

 

Het derde frame is het avantgardistische frame: 

‘De literaire tekst wordt opgevat als een interventie; hij grijpt in in het leven van de lezer doordat hij die lezer confronteert met vormen en uitdrukkingswijzen die zodanig nieuw en ongewoon zijn dat ze desoriënterend en activerend werken (270).’ 

‘Die lezer’ – welke lezer is dat?  Kenmerkend voor Vaessens’ aanpak is dat hij niet-essentialistisch over literatuur wil spreken – het is een belangrijke wetenschapstheoretische drijfveer voor zijn onderneming. Niets of niemand heeft immers ‘een onderliggende en onveranderlijke essentie’ (11) en literaire teksten hebben die al helemaal niet. Wat ze interessant maakt, zijn geen ‘onveranderlijke, in de tijd gestolde eigenschappen of kenmerken’ – van alles en nog wat kan ervoor zorgen dat die teksten blijven leven voor lezers. Wat belangrijk is, is dat die lezer ‘productieve leesstrategieën’ hanteert. Een lezer die dat doet trekt zich weinig aan van de traditionele literatuurgeschiedenissen en hun ordeningsdwang. Zo’n lezer gebruikt een van de vijf frames en die zijn, in de optiek van Vaessens, ‘transhistorisch’.

‘Zodanig nieuw en ongewoon’ – het gekke met het avantgardistische frame is dat het tegen al Vaessens’ uitgangspunten lijkt in te gaan omdat het lezers in een historische werkelijkheid fixeert. Het is misschien een beetje kinderachtig om dat te illustreren aan de hand van het gedicht van Den Brabander dat overduidelijk niet uit een avantgardistische traditie komt, maar als een transhistorisch schema één ding doet dan is het: waarnemingen genereren. Ik citeer het nog een keer: 

Afkomst 

Hij maakte haar een kind;
dat kind ben ik.
Hij heeft haar nooit bemind:
hij was niet snik.
’t Was kermis en hij was bezopen;
‘t werd een weerbarstig broek-afstropen…
En toen kwam ik.
Voor het fatsoen heeft men mij laten dopen. 

Een lezer die in dit gedicht wordt geconfronteerd met vormen en uitdrukkingswijzen die zodanig nieuw en ongewoon zijn dat ze desoriënterend en activerend werken: dat moet om te beginnen een lezer zijn die weinig poëzie leest. Het moet een lezer zijn voor wie zekere vormen van gedrag dankzij dit gedicht tot het bewustzijn doordringen. Het moet een lezer zijn die vervolgens wordt geactiveerd. Zo’n lezer is voorstelbaar, maar het is geen lezer die er binnen literaire circuits toe doet. Hoe en wat hij leest, doet er evenmin veel toe. Binnen het vijandsbeeld dat Vaessens optrekt, is dat, geloof ik, een essentialistische vaststelling. 

‘De lezer’ uit Vaessens’ definitie: het kan niet anders dan een zeer specifieke lezer zijn – een lezer in wiens waarneming van wat  ‘nieuw en ongewoon’ is, wij om de een of andere reden zijn geïnteresseerd. Het nieuwe en ongewone is dat op een zeer specifiek moment en op een zeer specifieke plaats. Dat klinkt nogal logisch, maar het maakt het avantgardistische frame van een andere orde dan de overige vier. Wie, zoveel jaren later, het avantgardistische frame inzet, leest wat een ander las – hij reconstrueert. En niets anders dan dat. Bij de andere frames kan ik me iets interpretatief transhistorisch voorstellen, maar het nieuwe en ongewone is dat bij de gratie van de chronologie.

Vervolg van 1,2 en 3; wordt vervolgd.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: frame, literatuurgeschiedenis, literatuurwetenschap

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johannes Antonides van der Goes • Aan juffrouw Suzanna Bormans, ziek zijnde

Waar is dat blozend rood geweken,
Dat aangename rozebloed,
’t Geen eedle zielen kon ontsteken,
Om uwe waarde, in minnegloed?

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Mijn landgoed is niet groter dan
mijn eigen huid, de omvang van
mijn schoen, de omvang van mijn vuist,
ik gaf het namen in de kleur van regen,
ik keek er dwars doorheen, vluchtige stof
en zag de horizon, de lengte van
mijn armen, van mijn benen.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1992 Theo Weevers
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d