• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Een lasso van luister (3)

5 augustus 2014 door Gert de Jager Reageer

door Gert de Jager
 
Wat is er aan de hand met Hamelinks poëzie? Nogmaals het eerste van de drie gedichten die ik citeerde uit Onder de kastanje met de tegenstander – een van de elf reeksen die samen Germania, een canto vormen.
Geen lediggang is het meer, van en naar school te gaan.
We lopen ons stuk kassei samen, lettend op onze woorden. 
Volle kracht van de zon met ons. Met de armen om elkaars
schouders komen we het speelplein op. Believen de staande, 
de kastanjebergschaduw heersend van de muurglasscherpten
tot anderzijds het bloeiseringenoverwolkte, smeedspiesenhek. 
We mogen kiezen wie van de Dioskuren we willen zijn, zijn
wederkerig bereid Pollux’ sterfelijke evenknie te wezen.
 
Wat in eerste instantie vooral opvalt, is de zinsbouw. Een voorop geplaatst naamwoordelijk gezegde met een onderwerp aan het slot: ‘van en naar school te gaan’. De tweede regel kent een tegenwoordig-deelwoordconstructie die meer bij het Engels lijkt te passen dan bij het Nederlands. Een ellips: ‘volle kracht van de zon met ons’. Geen onderwerp bij ‘believen’ – dat moet een samengetrokken ‘we’ zijn, maar als dat na ‘believen’ zou staan, loopt de zin vanaf de derde strofe nogal stroef. Dat doet die derde strofe toch al met vier samenstellingen die Van Dale vast niet kent en komma’s waardoor de combinatie van een adjectief en een zelfstandig naamwoord een opsomming van het min of meer gelijkwaardige wordt: ‘de staande, de kastanjebergschaduw’ en ‘het bloeiseringenoverwolkte, smeedspiesenhek’. Het meest normaal oogt de vierde strofe, al lijkt ‘wederkerig’ nogal pleonastisch als er twee keer ‘we’ staat en is ‘sterfelijke evenknie’ geen gangbaar Nederlands, maar classici-Nederlands. 
Zes zinnen die wanneer ze in een prozatekst voorkwamen, hardhandig door een redacteur verbeterd zouden worden. Hamelink laat er geen twijfel over bestaan: wat we lezen, wil poëzie zijn en niet iets anders. Niet alleen door de afwijkende zinsbouw schept hij wat ik eerder een ‘esthetische orde’ noemde, dat doet hij ook door de strofevorming en een flinke hoeveelheid assonanties en alliteraties. De vraag is welke uitwerking al dat opvallende taalgebruik heeft op een lezer. 
Die zou zich kunnen beperken tot het meegaan in een esthetische roes. De cadans van de klinkers en de medeklinkers, de paradijselijke jongenswereld op een zonovergoten schoolplein, de bravoure van de neologismen die laat zien dat een buiten de dagelijkse orde staande wereld meer kan zijn dan alleen een dagdroom uit het verleden… Neem de poëzie, neem dit gedicht: daarin manifesteert zich hetzelfde verlangen – ze bestendigen de dagdroom. Scholieren, de ‘we’, de lezer, de dichter: tot op de dag van vandaag zijn ze – als ze dat willen en zie het derde gedicht – gevangen in een lasso van luister. Het eiland van Roland Holst, het kristal, de lichtkring: Hamelink lijkt zich in een symbolistische traditie te plaatsen die van zijn lezers vooral een overgave vraagt aan wat er gebeurt in het gedicht.  
Tot die overgave zijn de meeste lezers niet bereid. Dat geldt voor een bewonderaar als Gerbrandy die honderden pagina’s van zijn proefschrift wijdt aan het speuren naar bronnen en verwijzingen en het opsporen van coherentie. Het geldt voor de vrije geesten binnen de literaire circuits die sceptisch staan tegenover Hamelinks dichterschap en zich niet zomaar laten vangen. Het probleem met Hamelinks poëzie is niet dat alles wat daarin opvalt – op micro-, macro- of welk niveau dan ook – niet als iconisch of op een andere manier veelbetekenend kan worden opgevat, maar dat ze veel te veel wil betekenen. Hoe moeilijk de poëzie ook lijkt: wie een beetje zijn best doet, is in staat de meeste van de raadsels op te lossen. Lezen, herlezen, naslagwerken, teruggaan naar het gedicht: de lezer krijgt een betekenis voor zijn neus die werkelijk àf is en daarmee geen enkele interpretatieve ruimte. 
 
 
Over wat ze Hamelinks ‘metapoëzie’ noemt schreef Anneleen De Coux in haar proefschrift uit 2012. De handelsuitgave van Gerbrandys proefschrift, De gong en de rookberg, verscheen in 2011. 
 

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: letterkunde, poëzie

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johannes Antonides van der Goes • Aan juffrouw Suzanna Bormans, ziek zijnde

Waar is dat blozend rood geweken,
Dat aangename rozebloed,
’t Geen eedle zielen kon ontsteken,
Om uwe waarde, in minnegloed?

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Mijn landgoed is niet groter dan
mijn eigen huid, de omvang van
mijn schoen, de omvang van mijn vuist,
ik gaf het namen in de kleur van regen,
ik keek er dwars doorheen, vluchtige stof
en zag de horizon, de lengte van
mijn armen, van mijn benen.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1992 Theo Weevers
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d