• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Lamzaligste aller vormen, stijf Sonnet!

14 mei 2016 door Marc van Oostendorp 3 Reacties

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (71)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Foto: Susanne van der Kleij
Foto: Susanne van der Kleij

Wie was de grootste sonnettendichter van de vroege negentiende eeuw? Het valt niet mee om mensen te vinden die uberhaupt veel veertienregeligs geschreven hebben. Jan Jakob Lodewijk ten Kate (1819-1889)  wist als student in zijn samen met Anthony Winkler Prins opgerichte tijdschrift Braga welsprekend uit te leggen waarom:

Geverfde pop, met rinkelen omhangen,
Gebulte jonkvrouw in uw staal’ korset,
Lamzaligste aller vormen, stijf Sonnet!
Wat rijmziek mispunt deed u ’t licht erlangen?

Te klein om één goed denkbeeld op te vangen,
Voor epigram te groot en te koket,
Vooraf geknipt, koepletjen voor koeplet,
Krooptge onverdiend in onze minnezangen.

Neen! de echte Muze eischt vrijheid; en het Lied,
Onhoudbaar uit het zwoegend hart gerezen,
Zij als een bergstroom die zijn band ontschiet!

Gij deugt tot niets, ten zij het deugen hiet,
Om, enkel door de broddelaars geprezen,
Op Geysbeek een berijmd vervolg te wezen.

Nee, échte dichters lieten zich in deze romantische periode niet langer in een keurslijf dwingen! Die lieten liederen uit hun zwoegend hart rijzen en daar was geen plaats voor allerlei strakke regels of voor rijmwoordenboeken zoals dat van Geysbeek Witsen!

Natuurlijk is het ironisch dat degene die dit als student dichtte als grijsaard door de Tachtigers zou worden bespot om zijn bloedeloosheid (“Ten Kate! Ten Kate! / O koning der cantate! / Die hupp’lend in het priesterkleed, / Den lusthof onzer taal betreedt”). En dat deze man die met dit anti-sonnet bekend werd later de productiefste sonnettendichter van de negentiende eeuw zou zijn tot die Tachtigers – ja, de productiefste! wacht maar af wat jullie de komende maanden hier over je uitgestort krijgt! En dat de Tachtigers juist deze geverfde poppenvorm zouden opnemen en juist als dé expressievorm bij uitstek van hun diepste gevoelens zouden nemen.

Het mooie is: die hele ironie zit al vervat in één enkel woord in dit sonnet: lamzalig.

Volgens het WNT betekent het ‘krachteloos, flauw, slap’, en dat valt natuurlijk ook al uit de context af te leiden. Interessanter is wat het woordenboek er verder over zegt: “een betrekkelijk jong woord, dat naar analogie van armzalig gevormd zal zijn”. Als oudste vindplaats noemt het woordenboek een citaat van Geel uit 1838: “Een agrement, romantisch of klassiek, moet er bij wezen: het zal anders zoo druilig en lamzalig worden”.

Het tijdschrift Braga verscheen tussen 1842 en 1844. Lamzalig was toen dus een uitermate hip woord, dat de sfeer van opstandigheid en spotlust met de oude van dagen goed moet hebben samengevat. Maar zoals het vaak met dat soort woorden gaat: inmiddels is het geheel en al verdwenen. In Delpher noch in de DBNL is het terug te vinden en hip (‘lig niet zo lamzuchtig te snapchatten’) klinkt het zeker niet meer. Niets veroudert zo snel als bij de tijdsheid.

Vanaf deze week zullen de sonnetten fotografisch geïllustreerd worden door Susanne van der Kleij.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 196 sonnetten, sonnet

Lees Interacties

Reacties

  1. Wouter Steenbeek zegt

    14 mei 2016 om 08:45

    Kijk, eindelijk weer een gedicht dat ik al kende.

    Toch vraag ik me af…. Het vorige sonnet kwam nog diep uit de achttiende eeuw, we zijn nu al halverwege de negentiende. Dat suggereert dat er begin negentiende eeuw geen sonnetten te vinden waren (al geef ik toe: u hebt in het begin gezegd dat de delen van dit 450-luik niet per se in chronologische volgorde staan). Dus over welke “broddelaars” hééft Ten Kate het in vredesnaam?

    Beantwoorden
    • Wouter Steenbeek zegt

      14 mei 2016 om 08:46

      Ik bedoel uiteraard 196-luik en niet 450-luik. Met 196 gedichten is dit project al ambitieus genoeg…

      Beantwoorden
      • Marc van Oostendorp zegt

        14 mei 2016 om 09:11

        Naar mijn idee waren het overwegend imaginaire broddelaars. Het lijkt een soort mode te zijn geweest om te schelden op het sonnet, maar enerzijds werd de vorm nog maar zelden beoefend en tegelijkertijd bediende ook menig vooraanstaande dichter (Bilderdijk bijvoorbeeld) zich er sporadisch wel van.

        Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Astrid Roemer • Steffi huilt

Het geeft niet Poes
het geeft niet dat we
sterven

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

WINTERMIDDAG

De engelen knopen licht aan elkaar,
de regenboog stijgt uit het dorre hout,
een vuur brandt in een wak boven de duinen.

Overal valt licht – tot witte hagel opspringt
van de met droge bladeren bedekte grond,
geschrokken vleugelloze insecten, engelen –
hun donzen huid smelt blank,
doorzichtig om een wit skelet –
zo straks nog bezig in het licht,
gescheiden nu, snel weggerold,
gekropen onder het gekruld bruin blad.

Bron: De Gids, november 1958

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

12 januari 2026

➔ Lees meer
25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1884 Herman Buiskool
1939 Jacques Hamelink
1948 Saskia Daalder
sterfdag
2015 Wam de Moor
➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d