• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Spookklinkers

27 mei 2016 door Marc van Oostendorp 5 Reacties

Door Marc van Oostendorp

Gisteren mocht ik samen met mijn Italiaanse collega Edoardo Cavirani de wereldberoemde Manchester Phonology Meeting openen met een lezing over spookklinkers. Je hebt zulke klinkers – je hoort ze niet, maar ze geven allerlei signalen af dat ze er wel degelijk zijn – in allerlei talen en Edoardo en ik zijn bezig daar een theorie over te ontwikkelen. Hij gaf wat voorbeelden uit Toscaanse dialecten en ik mocht iets vertellen over enkele Nederlandse voorbeelden.

Er zijn bijvoorbeeld allerlei dialecten – zowel in Twente als rond het IJsselmeer als in de buurt van Gent – waarin je de slotmedeklinker van ik geloof niet uitspreekt als een f, maar als een v. Nu eindigen woorden in geen enkel Nederlands dialect ooit in een v als ze worden uitgesproken, zo min als ze uitgesproken ooit bijvoorbeeld op een z eindigen. Dat heeft iets te maken met het feit dat je je stembanden laat trillen als je een v en een z moet uitspreken en dat doen wij liever niet aan het eind van een woord. Dus zijn zelfstandig naamwoorden als geloof en wees in het meervoud weliswaar geloven en wezen, maar kies je in het enkelvoud voor de naastliggende klanken, f en s. Dat fenomeen heet verscherping.

Alle Nederlandse dialecten werken zo, behalve dat bijvoorbeeld de Twentse dialecten dus een uitzondering maken voor de eerste persoon enkelvoud van werkwoorden. Waarom is dat zo? Het heeft ongetwijfeld iets te maken met het feit dat deze dialecten altijd grenzen aan andere dialecten waarin de eerste persoon enkelvoud nog een uitgang –e heeft en waar men dus zegt ik gelove en ik leze. Die e is in deze dialecten weliswaar niet meer hoorbaar, maar zijn spook beschermt de slotmedeklinker nog tegen verscherping.

In andere dialecten en in de standaardtaal treedt verscherping weliswaar ook in deze gevallen op – je zegt immers niet ik geloov –, maar dat betekent niet dat het spook niet nog rondwaart. Er is bijvoorbeeld een verschil tussen open in de deur is open en in je wilt dat ik de deur open. In het eerste geval kun je de n in de uitspraak weglaten (de deur is ope), maar in het tweede geval kan dat absoluut niet: dat ik de deur ope klinkt on-Nederlands. Ook hier beschermt de spookklinker van de eerste persoon enkelvoud de slotmedeklinker dus.

Vooral in Vlaanderen vind je nog andere sporen van spookgedrag van die klinker. Er zijn bijvoorbeeld dialecten in de buurt van Antwerpen waar een woord niet op –ng mag eindigen en je dus dink zegt voor ding. De uitzondering: je zegt wel ik zing en niet ik zink. In andere dialecten zeg je hij is dood (of eigenlijk doot), maar je wilt dat ik hem dooi. De d wordt een j alsof hij tussen twee klinkers staat (je kunt immers zeggen de dooie of wij dooien hem).

Wat is dat voor spook? Er is natuurlijk een historische verklaring voor dit gedrag: de stomme e verdwijnt aan het eind van de eerste persoon enkelvoud, maar in deze dialecten is dat recent gebeurd en hebben de andere processen nog niet plaats gevonden. Maar dat verklaart niet waarom dialecten soms enkele generaties stabiel in deze staat kunnen blijven. Kinderen die zo’n dialect leren moeten dus oppikken dat er op die plaats geen klinker staat, maar dat het toch nog net is alsof hij er wel is: een spookklinker.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: fonologie

Lees Interacties

Reacties

  1. Wouter van der Land zegt

    27 mei 2016 om 12:06

    Is de metafoor fantoomklankvorming wellicht juister? Namelijk in lijn met fantoompijn: reactie op een verdwenen element. Spookklinker is in lijn met spookrijders en die bestaan wel degelijk. Of: rudimentklank.

    Beantwoorden
    • Marc van Oostendorp zegt

      28 mei 2016 om 00:28

      Ja, ‘fantoomklinker’ is mooi. Dank je wel!

      Beantwoorden
  2. Koenfucius zegt

    28 mei 2016 om 17:10

    Fascinerend. Ik zat hier zopas binnensmonds al deze voorbeelden (en meer) uit te proberen. Dat Gentse voorbeeld is zó raak…

    ‘Dink’ komt overigens ook elders in Vlaanderen voor. Vele jaren geleden hadden wij een ver familielid uit Oost-Vlaanderen met de gewoonte frequent “de dink” als stopwoord te gebruiken, wanneer een woord of naam haar niet meteen voor de geest kwam. Zodra je daarop ging letten werd het dan moeilijk niet de slappe lach te krijgen—wat mijn zussen en mij als kind wel eens overkwam. De herinneringen blijven zeer levendig!

    Beantwoorden
  3. Yoïn van Spijk zegt

    29 mei 2016 om 10:37

    Blijven de stemhebbende fricatieven in die dialecten ook behouden vóór stemloze, in een zin als “Ik geloov Piet niet”? Voor stemhebbende medeklinkers is er namelijk al assimilatie (“Ik geloov dat”), en ik verwacht ook tussen klinkers (“Dat geloov ik”), wat in ieder geval in mijn Brabantse variëteit het geval is.

    In mijn dialect zijn er trouwens spookmedeklinkers: allang verdwenen t’s die een erop volgende fricatief verstemlozen: “ze doe / doe se”, “verken / dè ferken”, “veul / nie feul”, “ge doet / wè che doet”.

    Beantwoorden
    • Marc van Oostendorp zegt

      29 mei 2016 om 11:33

      Goeie vraag! Ik kan hem alleen beantwoorden voor het Twents; daar zeg je inderdaad ‘ik geloof Piet’ met een [f]. Ik vermoed dat het in de andere dialectgebieden ook zo is, maar heb daar geen gegevens over.

      Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Astrid Roemer • Steffi huilt

Het geeft niet Poes
het geeft niet dat we
sterven

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

WINTERMIDDAG

De engelen knopen licht aan elkaar,
de regenboog stijgt uit het dorre hout,
een vuur brandt in een wak boven de duinen.

Overal valt licht – tot witte hagel opspringt
van de met droge bladeren bedekte grond,
geschrokken vleugelloze insecten, engelen –
hun donzen huid smelt blank,
doorzichtig om een wit skelet –
zo straks nog bezig in het licht,
gescheiden nu, snel weggerold,
gekropen onder het gekruld bruin blad.

Bron: De Gids, november 1958

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

12 januari 2026

➔ Lees meer
25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1884 Herman Buiskool
1939 Jacques Hamelink
1948 Saskia Daalder
sterfdag
2015 Wam de Moor
➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d