• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Als ’t in ’t Hollandsch heet

10 september 2016 door Marc van Oostendorp 1 Reactie

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (88)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Wat is het verschil tussen Tadamtadamtadamtadam en Tadamtadamtadamtadamtadam? Dat de eerste veel opgewekter klinkt dan de tweede. Een gedicht waarvan iedere regel uit vier keer tadam bestaat, dat kán bijna alleen maar grappig zijn. Zoals Nicolaas Beets’ sonnet:

Sonnetten hier, sonnetten daar!
Een wereld vol sonnetten!
Men is er machtig gauw mee klaar
In spijt der stipte wetten.
Al loopt de zin wel wat gevaar,
Daar valt niet op te letten;
Het fijne van de mis is maar
Ze goed ineen te zetten.

Een klinkdicht – als ’t in ’t Hollandsch heet –
Heeft niets te doen dan klinken;
En hebt gij daar den slag voor beet,
Uw roem zal eeuwig blinken…
Zie zoo; het mijne is ook gereed,
En hoor het eens rinkinken!

Inhoudelijk gaat dit sonnet over precies hetzelfde als waar bijna alle sonnetten uit die tijd over gingen: hoe belachelijk sonnetten zijn.Hoe ze een onacceptabel nauw keurslijf bieden aan de ware dichter. Hoe ze alleen maar vorm zijn en er geen plaats is voor de ‘zin’.

Waarom klinkt dat vier keer tadam zo vrolijk? Het zal wel iets te maken hebben met de pure symmetrie, een regel bestaat uit twee keer twee keer twee lettergrepen (plus eventueel één extra, aan het eind, als die onbeklemtoond is). Dat maakt het op de een of andere manier, zonder dat je je daar als lezer noodzakelijk bewust van bent, overzichtelijk. En dat stemt kennelijk tot opgeruimdheid.

Dan is de taal ook nog eens duidelijk heel eenvoudig. De dichter slaat hier een doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-toon aan, en dat biedt ons dan weer een uitstekende gelegenheid om de gewone taal van toen eens goed te vergelijken met die van nu. Wat zouden we nu anders doen?

Sonnetten hier, sonnetten daar!
Een wereld vol sonnetten!
Men is er machtig gauw mee klaar
In spijt der stipte wetten.
Al loopt de zin wel wat gevaar,
Daar valt niet op te letten;
Het fijne van de mis is maar
Ze goed ineen te zetten.

Een klinkdicht – als ’t in ’t Hollandsch heet –
Heeft niets te doen dan klinken;
En hebt gij daar den slag voor beet,
Uw roem zal eeuwig blinken…
Zie zoo; het mijne is ook gereed,
En hoor het eens rinkinken!

Het is een gedicht van zo’n 180 jaar, maar je hoeft maar de helft van de regels aan te passen, en dat dan maar een klein beetje, om een acceptabele moderne taal te krijgen.

Dat vertelt ons, denk ik, iets over taalverandering. Je hoort weleens klagen dat het Nederlands zo snel verandert, en dat dit allemaal de schuld is van de Taalunie, maar het is misschien eigenlijk niet de taal zélf, de taal zoals we die iedere dag gebruiken, die zo snel verandert. Ieder van ons zou gemakkelijk een gesprek kunnen voeren met Beets en Bilderdijk, en zij zouden misschien niet eens aan onze taal merken dat we van ver kwamen.

Dat oude gedichten ons zo vreemd zijn, is niet omdat de taal zo verandert was, maar omdat men toen meer gewend was aan dichters die dat soort vreemde taal begonnen uit te slaan.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 196 sonnetten, 19e eeuw, sonnet

Lees Interacties

Reacties

  1. Wouter Steenbeek zegt

    10 september 2016 om 08:54

    Als iemand thans “in spijt” zou schrijven, zou ik onmiddellijk aan een anglicisme denken. De Engelse taal had begin negentiende eeuw natuurlijk nog veel minder invloed op het Nederlands, maar een academicus als Nicolaas Beets sprak het zeker (wat trouwens direct aan te tonen valt met de Camera Obscura). Bestaat/bestond de uitdrukking “in spijt van”, of heeft Beets hier inderdaad zijn inspiratie bij de Westerburen gehaald?

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johan van Heemskerck • Liedeke

Terwijl uw oog nog somtijds vriendelijk stond,
En ik een kus mocht krijgen van uw mond,
Was niemand zo gelukkig hier in ’t land,
Als ik mij zelve vand.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

TWEEËRLEI LINNEN

Ik ben veel liever een
bevroren laken buiten
dan een beschilderd doek
warm aan de wand onthaald.

Bron: Hollands Maandblad, maart 1969

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

1 februari 2026

➔ Lees meer
11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

31 januari 2026

➔ Lees meer
13 februari 2026: Proefcollege Nederlandse Taal en Cultuur

13 februari 2026: Proefcollege Nederlandse Taal en Cultuur

28 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1980 Fred Batten
➔ Neerlandicikalender

Media

Waar komen spreekwoorden vandaan?

Waar komen spreekwoorden vandaan?

1 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

31 januari 2026 Door Fleur Speet Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Daan Heerma van Voss

In gesprek met auteur Daan Heerma van Voss

29 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d