• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Judith Rispens: “Taalproblemen van vmbo’ers zijn voor de wetenschap minstens even interessant als het vwo-eindexamen”

13 juli 2018 door Marc van Oostendorp Reageer

Door Marc van Oostendorp

Judith Rispens. Foto: Jelle Zuidema

Voor VakTaal, het tijdschrift van de IVN, interviewde ik Judith Rispens, sinds begin dit jaar hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hieronder staat een sterk verkorte versie van dat interview. De langere versie kun je lezen in de nieuwe VakTaal (toch al erg de moeite waard).

”Toen ik in Groningen Nederlands ging studeren werd ik in eerste instantie vooral getrokken door de letterkunde, maar tijdens mijn opleiding ontdekte ik de taalkunde, en dan vooral de psycholinguïstiek. Wat verklaart dat sommige kinderen bepaalde aspecten van de taal gemakkelijker en sneller onder de knie krijgen van anderen? Wat voor rol spelen algemene cognitieve factoren? Is er bijvoorbeeld een relatie tussen dyslexie en het aanleren van de vormen van het Nederlandse verkleinwoord?”

”In het algemeen ben ik altijd geboeid geweest door de vraag hoe het kan dat kinderen taal verwerven. Ik kijk daarbij vaak naar extreme voorbeelden, kinderen met een taalstoornis, of kinderen die niet kunnen lezen of schrijven. De vraag naar de ontwikkelingen van de taal zelf zijn daar een nog bredere versie van: hoe werkt dat? Uit het gecombineerde antwoord op dergelijke vragen kunnen we volgens mij veel leren over de taal en het taalsysteem.”

Is zulk onderzoek naar problemen bij taalbeheersing ook praktisch toepasbaar?

“Na mijn studie Nederlands heb ik een wetenschappelijke opleiding tot logopedist gedaan in Engeland. Als het in de wetenschap niet zou lukken, kon ik altijd nog in de logopediepraktijk gaan werken, was het idee. Ik ken daardoor die praktijk wel een beetje, en mijn onderzoek heeft er ook wel mee te maken. Maar de kloof tussen wat wij onderzoeken en wat je met kinderen in de behandelkamer doet is heel groot. Het is een illusie om te denken dat wat ik onderzoek meteen in de behandelkamer kan worden ingezet. Ik denk dat onze algemene inzichten uiteindelijk wel iets kunnen bijdragen, dat het alleen al helpt als logopedisten beter begrijpen hoe taal in elkaar steekt. Ik vind het ook belangrijk dat het raakvlak met de praktijk er is, en ik vind het fijn dat mijn onderzoek op die manier maatschappelijk relevant is, maar mijn belangstelling is primair wetenschappelijk.”

Wat is de kern van je onderzoek?

“Ik vind het heel interessant om na te denken over hoe bepaalde taalvormen geleerd kunnen worden, en wat voor variatie je daarin ziet: niet alleen tussen groepen, zoals leerlingen op het vwo of op het vmbo, maar ook op een individueler niveau: wat voor rol spelen verschillen in cognitieve vaardigheden bij taalniveau? Dat vertelt ons ook iets over de werking van cognitie. Taal is een goed aangrijpingspunt om daar meer over te weten komen, want het is een heel complex systeem dat veel mensen kennelijk moeiteloos oppikken. Als je op een tentamen vraagt hoe de adjectivale flectie in het Nederlands werkt, kunnen studenten daarop zakken, of ze moeten uit hun hoofd leren hoe het weer zag. Toch leren sommige kinderen het heel snel, en andere wat minder goed. Hoe komt dat nou?”

“Ik heb ook een project over verschillen in het leren van Engels door Nederlandse basisschoolleerlingen. Het is de vraag of dat zin heeft: het is helemaal niet duidelijk dat je veel beter wordt in Engels als je in groep 1 begint dan wanneer je in groep 7 begint. Wij proberen te zien of bijvoorbeeld de mate van taalvaardigheid in het Nederlands wél verschil maakt. Zijn kinderen die beter zijn in het Nederlands ook beter in het Engels?”

Wat is je maatschappelijke prioriteit?

“Wat ik heel belangrijk vind: het vmbo-onderwijs Nederlands. Laaggeletterdheid is een groot probleem, ook voor de maatschappij: dat er veel mensen zijn die 16 zijn, van school komen en niet in staat zijn een goede brief te schrijven. Een van de 8 schoolverlaters heeft moeite met Nederlands. In discussies over het eindexamen gaat het over het vwo. Het is ook heel natuurlijk dat wetenschappers zich vooral op hoger opgeleiden richten, zij zijn ook de populatie die uiteindelijk de universiteiten bezoeken, maar de problemen ‘aan de andere kant van de samenleving’ zijn minstens even interessant.”

“In de tweedeling in de samenleving speelt het Nederlands een sleutelrol. Als de laaggeletterdheid toeneemt, is dat rampzalig. Ik vind het wetenschappelijk interessant om te zien wat voor factoren daarin een rol spelen, maatschappelijk is het belangrijk om te zien wat we eraan kunnen doen.”

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel, Neerlandistiek voor de klas Tags: cognitie, laaggeletterdheid, logopedie

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

G.A. Bredero • Klinck-rijm

So ghy alleen niet zijt mijn hoop en mijn Vriendin,
Of so mijn harte brand van iemandt anders min,
Of so ick heb mijn trouw aen andere gegeven:
So moet ick nummermeer so luckigh sijn verheven

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

STOFZUIGER

Als we de stofzuiger lenen van de buren gaat ons huis ruiken naar hun hond.

Bron: Barbarber, november 1965

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

29 maart 2026: Colloquium over 50 jaar Uitgeverij In de Knipscheer 

29 maart 2026: Colloquium over 50 jaar Uitgeverij In de Knipscheer 

22 maart 2026

➔ Lees meer
12-14 november 2026: Fostering Dialogue

12-14 november 2026: Fostering Dialogue

21 maart 2026

➔ Lees meer
25 maart 2026: Leidse vrouwen op de kaart

25 maart 2026: Leidse vrouwen op de kaart

20 maart 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

Geen neerlandici geboren of gestorven

➔ Neerlandicikalender

Media

Doortje Smithuijsen bij Kunststof

Doortje Smithuijsen bij Kunststof

22 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Natuurlijk (Rob van Essen, De grote schoonmaak)

Natuurlijk (Rob van Essen, De grote schoonmaak)

22 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met podcastcollega Céline Canon

In gesprek met podcastcollega Céline Canon

21 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d