• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

De dood van het gedicht?

11 september 2018 door Redactie Neerlandistiek 2 Reacties

Door Fabian Stolk

In de NRC van maandag 10 september 2018 vraagt iemand, die klaarblijkelijk getergd is, zich (maar doordat zijn vraag in de landelijke avondkrant is afgedrukt, vraagt hij in principe ook heel Nederland) af waarom een gedicht van Ester Naomi Perquin, vigerend de Dichter des Vaderlands, ‘gedicht’ mag heten. Dat gedicht stond afgedrukt in de NRC.

De vraagsteller lijkt overigens minder een vraagsteller dan een retorische-vraagsteller want het antwoord lijkt in zijn vraag besloten. De gewraakte tekst van Perquin wordt, zo legt hij uit, niet gekenmerkt door metrum, niet door [eind]rijm, niet door binnenrijm, niet door structuur, niet door wat ook maar dat de tekst op een echt gedicht zou doen lijken. Perquin is evenwel geen poëzievernieuwer, want de ingezonden-briefschrijver suggereert op dat een dergelijke vraag ’tegenwoordig’ vaak in hem opwelt.

Vroeger waren gedichten gedichter, kennelijk. Toen waren ze nog voorzien van metrum, eindrijm, binnenrijm, structuur en meer wat des gedichts is. Vroeger zou een gedicht als dat van Perquin eerder een ‘korte “column”‘ hebben geheten, denkt, retorisch, de vraagsteller. Misschien omdat je vroeger naast columns ook lange en korte columns kon onderscheiden. En inderdaad: voor een column zou het betreffende gedicht ‘Methode‘ van Perquin opmerkelijk kort zijn. Maar toch, er wordt in fraaie taal een gedachte in ontwikkeld. Heel columnesk.

De presentatiewijze evenwel, het kernachtige en betekenisrijke spel met de paradox, de meer geïmpliceerde dan geëxpliciteerde betekenis van de tekst, de al dan niet gespiegelde herhaling van woordgroepen, de fasering van de tekst door witregels in eenheden die door hun gelijkvormigheid goeddeels best wel op strofen lijken, meer in het bijzonder op typische Perquin-strofes, met slinkende regellengte, dat alles maakt de tekst toch echt ook tot een gedicht. Denk ik.

In de tweede regel van de tweede strofe zegt Perquin iets over echte vragen: ‘Men aarzelt, stelt vragen.’ Twee zinnen in één, zonder voegwoord ertussen, waardoor de eerste zin hetzelfde kan zeggen als de tweede, en andersom. En zie (hoor!): de klankherhaling van men-stelt, aar-vra en zelt/gen. Wat een rijmpatroon in vier metrisch geordende lettergrepen (tweemaal een amfibrachys). En wat een prachtige vertraging is dat samengestelde zinnetje na die lange zin ervoor die over twee regels is uitgesmeerd. Wat een ritme.

Alleen daar al zie je dat dit niet zomaar betogend proza is, maar vooral weloverwogen en welluidende en veelzeggende poëzie.

Dit stuk verscheen eerder op In den vrolijken hermeneut.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Ester Naomi Perquin, poëzie

Lees Interacties

Reacties

  1. Wouter van der Land zegt

    11 september 2018 om 16:56

    Je zou ook kunnen proberen om de gedachte van de briefschrijver serieus te nemen, in plaats van deze proberen te ‘weerleggen’. Veel moderne gedichten zijn identiek met ingedikte columns, maar dan met extra klankherhalingen en ongewone regelafbrekingen.

    Van gedichten.nl pluk ik het volgende gedicht van Arnon Grunberg:

    Al die mensen die zeggen:
    Je moet ophouden met die onzin, eindelijk ouder worden.
    Zie je die gezichten.
    Dat zijn nou de gezichten van mensen die ouder zijn geworden.
    Opgehouden met die onzin.

    In proza zou dat zijn:

    Al die mensen die zeggen: Je moet ophouden met die onzin, eindelijk ouder worden. Zie je die gezichten. Dat zijn nou de gezichten van mensen die ouder zijn geworden. Opgehouden met die onzin.

    Wat is het grote verschil? Deze stijl van dit soort moderne gedichten en columns zitten nu eenmaal dicht bij elkaar, het zijn zeer vergelijkbare teksten. Zie ook bijvoorbeeld het fantastische werk van Sylvia Hubers.

    Beantwoorden
  2. Ton Harmsen zegt

    12 september 2018 om 21:56

    Fabian Stolk legt vakkundig en overtuigend uit wat de kwaliteiten van dit gedicht zijn. Daarmee gaat hij wel degelijk serieus in op de gedachte van de briefschrijver. Na zijn explicaties las ik het gedicht beter, en kon ik het nog meer waarderen. En ik hoop dat dat voor de briefschrijver ook geldt.
    De vraag van de briefschrijver of het misschien over Mein Kampf gaat valt te beantwoorden met de informatie dat de naam (althans voorletter en achternaam) van de Führer een anagram is van The Liar.

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Jan Elemans • De jaren twintig

Veel aardappelen,
zeer zoute boter
en bitterheid aan tafel,
de boer vaak en ver van huis,
de boerin alleen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

VLIEGEN

Als je vliegen een stevige mep verkoopt terwijl ze in de kamer rondvliegen (fel naar hun slaat met een vliegenklapper/mepper) en je zet dan een raam of deur open naar buiten, dan weten ze ineens heel gauw de weg naar buiten te vinden, heb ik vaak gemerkt.

Hanlo

Bron: Barbarber, april 1970

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

14 januari 2026

➔ Lees meer
23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

14 januari 2026

➔ Lees meer
10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

13 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1991 Jan de Zanger
➔ Neerlandicikalender

Media

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

13 januari 2026 Door Vlogboek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d