• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Promoveren in je moerstaal

18 januari 2020 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Marita Mathijsen

Eelco Verwijs is de eerste neerlandicus die in zijn moerstaal promoveerde, aan de Leidse universiteit. Promoveren in het Latijn was toen nog gebruikelijk. Hij was 27 jaar toen hij zijn briljante uitgave van Jacob van Maerlants Wapene Martijn maakte, de eerste kritische editie van dit werk in Nederland, in 1857 uitgegeven. Later werd Verwijs bekend als samensteller van woordenboeken.

Toch zijn er al veel eerder proefschriften over Nederlandstalige literatuur en Nederlandse geschiedenis verschenen, maar altijd in het Latijn. De oudste dissertatie over Nederlandse letterkunde dateert van 1834. C.R. Hermans promoveerde toen in Leiden op een Brabants middeleeuws handschrift. Dat geldt ook voor de uitgave van de kroniek van Lodewijk van Velthem, die W.J.A. Jonckbloet in 1840 als Leidse dissertatie indiende. De editie is in het Nederlands, de voorwoorden en annotaties volledig in het Latijn. Jonckbloet zou later hoogleraar worden aan achtereenvolgens de universiteiten van Deventer, Groningen en Leiden en hield drie oraties, alle drie in het Nederlands.

Laten we de dissertatie van Eelco Verwijs, de eerste dus over het Nederlands in de landstaal, maar eens ter hand nemen, om te zien of de schrijver zich bewust is van zijn primeur. De promotie vond plaats op 23 april 1857 om twee uur ’s middags. Promotor was Willem Jonckbloet.

Wat de opbouw betreft blijken er zeer oude gebruiken te zijn. Zoals de opdracht aan familie. Verwijs draagt zijn dissertatie op aan `mijne lieve moeder’ en aan `mijnen hooggeschatten oom I.T. ter Bruggen Hugenholtz, lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal’. Eelco Verwijs mag een modern geleerde zijn geweest, hij maakt wel verschil tussen een lieve moeder en een hooggeschatte oom. Die wordt met functie aangeduid, terwijl we van Eelco’s moeder niet eens de naam te weten komen.

In de voorrede bedankt hij zijn promotor, en ook dat is een gebruik dat nog steeds gangbaar is, maar een dergelijk bloemrijk dankwoord als Jonckbloet krijgt, is mij althans nog nooit ten deel gevallen:

‘Nog staat mij het uur levendig voor den geest, toen gij uwe betrekking aan het Deventer Athenaeum plechtig aanvaardet, en met gloeiende kleuren de verwaarloozing afmaaldet, aan de studie onzer schone moedertaal ten deel gevallen.’

 Verwijs sluit zijn proefschrift af met stellingen. Het aantal is wel bevreemdend: na achtentwintig Nederlandse volgen er nog tweeëntwintig in het Latijn. De Nederlandse zijn nogal oubollig, en sluiten dus aan bij wat nog steeds gebruikelijk is, als er tegenwoordig überhaupt nog stellingen zijn. De Latijnse bevatten vooral correcties op lezingen van Griekse en Romeinse schrijvers. Weliswaar blijkt ‘trots op Nederland’ uit de dissertatie, maar nergens pocht de schrijver op zijn primeur of wijst hij die als uitzonderlijk aan.

Tot wanneer bleven er proefschriften in het Latijn verschijnen? Ik durf er geen vergif op in te nemen dat er na de Tweede Wereldoorlog geen enkele meer volledig in het Latijn zou zijn verschenen. In elk geval is er in 1940 nog een Latijnse dissertatie over een Latijns troostgedicht aan de VU uitgekomen, en in hetzelfde jaar ook nog een in Nijmegen. Of de verdediging van die proefschriften ook in het Latijn plaatsvond en of alle commissieleden hun vragen in het Latijn stelden, daar weet ik geen antwoord op. Ik weet wel dat er recent nog aan de Universiteit van Utrecht een hoogleraar opponeerde in het Latijn.

Ik heb niet geteld hoeveel dissertaties er heden ten dage nog in het Nederlands geschreven worden, tegenover die in het Engels. Zelfs bij afdelingen Nederlands aan de universiteiten is promoveren in het Engels geen taboe.

Er zijn al vóór Verwijs proefschriften in het Nederlands verschenen. Welk het eerste was, zal ik openbaren in de Homeruslezing die ik op 28 maart in het Oudheidkundig Museum te Leiden zal geven. Die zal gaan over ‘Krimp in het Latijn of hoe het Latijn verdween uit de geleerde wereld in Nederland’.
Deze post verscheen eerder op het blog van Marita Mathijsen.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 19e eeuw, geschiedenis van de neerlandistiek

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Astrid Roemer • Steffi huilt

Het geeft niet Poes
het geeft niet dat we
sterven

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

WINTERMIDDAG

De engelen knopen licht aan elkaar,
de regenboog stijgt uit het dorre hout,
een vuur brandt in een wak boven de duinen.

Overal valt licht – tot witte hagel opspringt
van de met droge bladeren bedekte grond,
geschrokken vleugelloze insecten, engelen –
hun donzen huid smelt blank,
doorzichtig om een wit skelet –
zo straks nog bezig in het licht,
gescheiden nu, snel weggerold,
gekropen onder het gekruld bruin blad.

Bron: De Gids, november 1958

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1884 Herman Buiskool
1939 Jacques Hamelink
1948 Saskia Daalder
sterfdag
2015 Wam de Moor
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d