• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Extreme sonnetten: Paul Claes – alba

13 mei 2020 door Marc van Oostendorp 1 Reactie

alba 

Een schijn 
een schicht 
wellicht 
een sein   

een lijn 
van licht 
door ’t dicht 
gordijn  

 op ’t licht 
velijn 
van mijn   

gezicht 
zo dicht 
bij ’t zijn.

(Paul Claes, Rebis)

Poëzie is geconcentreerde taal, maar soms kan taal zo geconcentreerd zijn dat ze niet langer gewaardeerd wordt als poëzie – hooguit als taalacrobatiek. Maar zoals het grensgebied zacht en lieflijk glooit tussen poëzie en de niet-geconcentreerde taal die we proza noemen, zo merk je ook eigenlijk niet als je vanuit het Opperlands ineens beland bent in de poëzie.

Paul Claes is een dichter die vaak toch al eerder als acrobaat dan als kunstenaar wordt gezien. In zijn werk zet hij zoveel geleerdheid in, en hij beheerst zijn vormen zo tot in de puntjes dat hij – in ieder geval naar mijn indruk – minder serieus wordt genomen dan wanneer hij zijn gevoelens zo op het beeldscherm zou kwakken.

Zijn bundel Rebis, uit 1989, bijvoorbeeld lijkt eigenlijk te knap om serieus te worden genomen, ook niet door liefhebbers die heus de celebraliteit durven celebreren, en die ook wel weten dat in een gedicht sowieso over ieder woord kan worden nagedacht. Je moet kennelijk toch ook weer niet teveel over gedichten denken.

Bij mijn weten is de enige serieuze bespreking van de bundel geschreven door Christine D’haen; deze verscheen indertijd in De Revisor en staat sinds een tijdje op het internet. Zij wijst erop dat het gedicht bestaat uit regels van telkens een jambe – de gebruikelijke versvoet in het Nederlandse sonnet al staan er meestal vijf of zes van in een regel en niet één – en dat het keurig rijmt, of zelfs meer dan keurig want er worden slechts twee rijmklanken gebruikt. Ze geeft er bovendien een knappe interpretatie van, laat zien hoe het gedicht in al zijn gecomprimeerde kracht de grotere sonnetten die erop volgen aankondigt, hoe het als het ware een knop vormt waar de bloem al inzit.

Mij valt bij dat alles op hoe vreselijk moeilijk het te lezen is, zelfs met de uitleg van D’haen, hoe lastig het is je aandacht te houden bij een tekst waarvan ieder inhoudswoord een rijmwoord is. Hoe komt dat toch? Waardoor hebben rijm en metrum dat effect dat ze in proza vrijwel helemaal taboe zijn en zelfs in poëzie als ze te strak zijn de aandacht afleiden?

Opvallend is dat D’haen alba beschouwt als het eerste gedicht in de reeks, terwijl er nog een gedicht aan voorafgaat, nóg een sonnet zelfs, op een bepaalde manier beschouwd, maar nu een zonder metrum (dat is waarschijnlijk de reden dat D’haen het negeerde):

‘o 

Glad
dit 
blad, 
wit.   

Nat 
git 
spat, 
klit.

Tart
drift, 
zwart 

gift
hard 
schrift.’

Ook hier weer een onberispelijk rijmschema, en een metrum dat je best als metrisch kunt interpreteren (bijvoorbeeld als trocheïsch met een catalectische laatste lettergreep). Er wordt een coherente en niet eens zo heel geheimzinnige mededeling gedaan, maar je moet je enorm concentreren om het te kunnen lezen. Of ‘je’, ik moet dat in ieder geval. Het gedicht beschrijft het ontstaan van een gedicht het moment dat een gedicht ontstaat, dat het zwarte inkt het witte blad raakt.

Als het jambische sonnet een knop was, is dit dus een ontkiemend zaadje.

Totdat je ontdekt dat er eigenlijk nog een woord aan voorafgaat: ‘o’. Misschien is dat wel het allerkortste sonnet ooit geschreven.

Dit stuk verscheen eerder op Ooteoote,

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Paul Claes

Lees Interacties

Reacties

  1. Wouter van der Land zegt

    13 mei 2020 om 23:58

    Zo is het misschien beter te lezen en verandert de acrobatiek in poëzie:

    Een schijn, een schicht, wellicht een sein
    Een lijn van licht door ’t dicht gordijn
    Op ’t licht velijn van mijn gezicht
    Zo dicht bij ’t zijn

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

F. Bordewijk • Schijn & Vuurdood

Ik had een vriend met blonden geitebaard,
een bosje stroo, dat neerhing van zijn kin.
Hield ik een lucifer uit speelschen aard
daaronder, – poef! dan vloog de vlam erin.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Hoe vlakker
het bestaan

hoe meer
mountainbikes
er de deur uit gaan

Bron: Levi Weemoedt

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

15 mei 2026: Live opname Historische Klassiekers

15 mei 2026: Live opname Historische Klassiekers

8 april 2026

➔ Lees meer
7 mei 2026: Studieavond ‘Taalonderzoek in de klas’

7 mei 2026: Studieavond ‘Taalonderzoek in de klas’

7 april 2026

➔ Lees meer
18 april 2026: Louis Couperus Genootschapsdag 2026

18 april 2026: Louis Couperus Genootschapsdag 2026

6 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1777 Jeronimo de Vries
1884 Cyriel de Baere
1903 Willem Pée
1906 Karel Jonckheere
1921 Ton Leeman
1929 Steven ten Brinke
1940 Jan Kooij
➔ Neerlandicikalender

Media

Lange lijnen 6: met Shantie Singh

Lange lijnen 6: met Shantie Singh

9 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
De butler, de bieb en De Bruin

De butler, de bieb en De Bruin

8 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Hoe snel verandert straattaal?

Hoe snel verandert straattaal?

7 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d