• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Was Hem de huur opgezegd?

23 juli 2023 door Marc van Oostendorp Reageer

40 jaar tandeloos (4)

H. Pius X Kerk in Eindhoven, waar de begrafenismis voor Egbert Egberts plaats vond: ‘Als je er pal vóór gaat staan, heeft het bouwwerk ook wel iets van een harlekijn bij wie ze te hard aan het touwtje getrokken hebben.’

Waar hoofdpersoon Albert Egberts vrij aan het begin van Vallende ouders met zijn beste vriend Thjum een relikwie (een paar schoenen) steelt uit een kerk, daar gaat hij tegen het eind van het boek met zijn vroegere beste vriend Flix mee om orgelpijpen te stelen uit een verlaten kerk. De schrijver maakt de symmetrie expliciet door Albert in eerste instantie op Flix’ voorstel te laten zeggen ‘Nee, dank je. Ik héb dit jaar al ingebroken in een kerk.’

Uit de beschrijving van de twee strooptochten valt van alles te halen over de verschillende relaties die Albert heeft met de twee mannen. Waar hij een en al bewondering is voor Thjums aandacht en creativiteit, heeft hij voor Flix alleen maar minachting over. Weliswaar Flix, anders dan Thjum, een kunstenaar, maar creativiteit heeft hij in het geheel niet.

Elke avond, zo vertelde hij me, sloopte hij uit het nog gave orgel een paar van de pijpen, die hij voor zijn werk kon gebruiken. Ik stelde me er direct een reusachtige metalen pansfluit bij voor, tentoongesteld op een klein podium onder sneldraaiende ventilatoren, die er diepe, welluidende zuchten aan zouden ontlokken.

‘Wat ga je ervan maken?’

‘Een orgel.’

Uitgeluld was je.

Sowieso zijn de passages over moderne kunst en de kunstopleiding die Flix heeft gevolgd eerder satirisch dan realistisch – ze bespotten dan ook Flix ‘realisme’ waarin het maken van kunst nooit erg verschillend is van diefstal. Flix zelf wordt ook als een wat domme man beschreven, een brute kracht. Waar Thjum de relikwieën tenminste nog vervangt door roze sloffen van de Hema, komt Flix de orgelpijpen alleen maar halen, om ze ergens anders weer aan elkaar te lassen.

Maar interessanter nog dan de vergelijking tussen de twee vrienden is dat uit beide kerkroven duidelijk wordt dat er gestolen wordt uit een failliete boedel. In de buurt van de kapel zitten weliswaar nog wat paters te eten, maar dat eten wordt beschreven in de meest platvloerse termen en de diefstal uit de kapel lijkt daarna dagenlang totaal niet te worden opgemerkt. Terwijl Flix zijn orgelpijpen aan het stelen is, kijkt Albert om zich heen:

Ik dwaalde wat tussen de omgevallen bidstoelen en vroeg me af of dit naar katholieke begrippen nog een Godshuis was. Een pastoor mocht zijn kerk niet afsluiten. Mocht hij hem wel laten dichttimmeren? Ik had het volste recht hier rond te lopen… Had God het al verlaten? Was Hem verzocht te vertrekken? Was Hem de huur opgezegd?

Ik merkte dat ik in een devote stemming begon te raken. Zo’n ontmantelde kerk maakte blijkbaar niet minder indruk op me dan een die nog in gebruik was.

De familie Egberts is duidelijk katholiek. Albert vertelt bijvoorbeeld dat hij gedoopt is en voor oom Egbert Egberts wordt een begrafenismis gehouden (‘Éen keer had ik de Pias Tien van binnen gezien: in september 1971, tijdens de uitvaartdienst gewijd aan Egbert Egberts, de goddeloze die op zijn sterfbed (dat ik gelukkig niet heb hoeven meemaken) nog gauw even een plaatsje in het hiernamaals dacht gereserveerd te krijgen.’). Een keer noemt Albert zichzelf zelfs een ”katholiek kind’. Maar die mis lijkt een grote uitzondering in het leven van de hele familie, en hoewel er in het boek een aantal keer politie aan huis komt, wordt nooit beschreven of een priester weleens poolshoogte komt nemen. Als er na Albert een tweeling doodgeboren wordt, worden de lijkjes ‘in een margarinedoos’ gelegd:

de volgende dag kwam er iemand van het kerkhof om het pakket op te halen. Nee, een kruisje hoefde niet; ze hadden geen leven gehad.

Zelfs op dit moment vindt het overleg over wel of niet een kruisje op het graf van de kindjes kennelijk niet plaats met de pastoor maar met ‘iemand van het kerkhof’. De Egbertsen zijn wel katholiek ‘maar ze doen er niet meer aan’. De lieveheer is de huur opgezegd.

Maar voor Albert maakt dat kennelijk niet zoveel uit. Zelfs in een ontmantelde kerk kun je nog devoot worden, ik denk dat dit een van de belangrijkste zoektochten is in De tandeloze tijd: de postkatholieke queeste naar een devotie tussen bidstoelen die door de vorige generatie al min of meer zijn omgeschopt.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: A.F.Th. van der Heijden

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Gustaaf Peek • Orang-oetan

Je verlangt je gromt

Je bent een reiziger
Hoe blijf je hier tevoorschijn komen

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

VLIEGEN

Als je vliegen een stevige mep verkoopt terwijl ze in de kamer rondvliegen (fel naar hun slaat met een vliegenklapper/mepper) en je zet dan een raam of deur open naar buiten, dan weten ze ineens heel gauw de weg naar buiten te vinden, heb ik vaak gemerkt.

Hanlo

Bron: Barbarber, april 1970

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

13 januari 2026

➔ Lees meer
31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

12 januari 2026

➔ Lees meer
25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1991 Jan de Zanger
➔ Neerlandicikalender

Media

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

13 januari 2026 Door Vlogboek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d