• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Het begin van het sprookje (en ook het einde)

9 juli 2025 door Theo Meder Reageer


“Mary L. Gow (1851-1929), ‘Fairy Tales’, 1880”
is licensed under CC BY-NC 2.0

Openingswoorden kunnen een signaalfunctie vervullen: zodra een verhaal begint met “Er was eens…” associëren de meeste mensen dat meteen met een sprookje. En menigeen realiseert zich dan – bewust of onbewust – dat er een fictief verhaal volgt dat je niet hoeft te geloven. De openingswoorden betekenen namelijk ook: “zet je radar voor logica en realisme maar even uit, want anders kun je niet van het verhaal genieten.” In de Angelsaksische wereld wordt dat “suspension of disbelief” genoemd, letterlijk het opschorten van je ongeloof.

Maar… beginnen sprookjes wel altijd met “Er was eens…”? We kunnen een kleine proef op de som nemen. In de Volksverhalenbank van de Lage Landen zitten, op het moment dat ik dit schrijf, 2256 verhalen die als sprookje worden aangemerkt (maar dat aantal blijft groeien). De twee meest opgenomen talen zijn Nederlands en Fries, dus je zou kunnen zoeken hoeveel sprookjes er beginnen met “Er was eens…” of “Der wie ris…”. Het blijken er dan respectievelijk 423 en 186 te zijn, dus in totaal gaat het om 609 sprookjes. Dat betekent derhalve dat 1647 sprookjes NIET met de beroemde openingsformule beginnen, en dat is dus een meerderheid van ruim 70%.

Mondelinge traditie

Waarom hebben we dan toch het idee dat “Er was eens…” de standaardopening van een sprookje is? Het eenvoudigste antwoord is dat er geen alternatieve standaardopening bestaat: al die andere sprookjes kunnen op allerlei manieren beginnen. Maar de kwestie ligt nog iets genuanceerder. In de Volksverhalenbank van de Lage Landen worden zowel sprookjes uit boeken opgenomen, als sprookjes die direct zijn opgetekend uit de mondelinge overlevering. Als we nu kijken naar de 423 Nederlandstalige sprookjes die beginnen met “Er was eens…” dan blijkt de openingsformule slechts in 38 mondeling overgeleverde sprookjes voor te komen. Terwijl de formule in 322 gevallen in de schriftelijke overlevering voorkomt. Sprookjesboeken zijn dus verantwoordelijk voor ruim 75% van de openingsformule “Er was eens…”. En wie is er als kind nu niet uit sprookjesboeken voorgelezen, door één van de (groot)ouders, of op school? Tot slot moet er mogelijk nog een nuance worden ingebouwd, maar die valt cijfermatig lastiger aan te tonen (omdat niet alle eeuwen even rijk vertegenwoordigd zijn in de verhalenbank, en het lastig zoeken is op alle historische varianten van het Nederlands): het heeft er alle schijn van dat naarmate we verder terug gaan in de tijd, de formule “Er was eens…” steeds minder vaak in sprookjes voorkomt. Je zult er vergeefs naar zoeken in teksten uit de middeleeuwen en renaissance. Nogmaals, de verhalenbank is historisch gezien (nog) geen complete collectie, maar de sprookjesformule zie je tot nu toe pas in de 19e eeuw opduiken en toenemen in de 20e en 21e eeuw.

Er mag toch wel geconcludeerd worden dat de sprookjesopening met “Er was eens…” zijn bekendheid vooral dankt aan de modernere sprookjesboeken, en vroeger in de mondelinge traditie maar zelden gebruikt werd.

Olifant

Trouwens, een signaalfunctie heeft ook de bekende slotformule “en ze leefden nog lang en gelukkig”. Dit kennen we als een bekende afsluiting van het sprookje, maar deze komt, in vergelijking met de openingsformule, nog veel minder vaak voor in de verhalenbank. Slechts 94 sprookjes eindigen letterlijk zo, en wederom vaker in boeken (47x) dan in de mondelinge traditie (19x). Daarbij komen de boeken weer uit de 19e, 20e en 21e eeuw. Er zit ook wat meer variatie in de slotformule van het sprookje. Velen zullen wel eens gehoord hebben dat er werd afgesloten met:

En toen kwam er een olifant met een lange snuit

en die blies het hele verhaaltje uit.

In de wat oudere mondelinge traditie was het overigens vaker een “varken met een lange snuit”, en af en toe ook een “schaap met een lange snuit”. Een zekere populariteit had het onder vertellers om af te sluiten met: “En als ze niet dood zijn, dan leven ze nog”, “Wie het ‘t laatst verteld heeft, die leeft nog” of “Wie het ‘t laatst verteld heeft, die z’n lippen zijn nog warm.” Dat lijkt me een fijne afsluiter.

(Eerder verschenen in: Stichting Vertellen: Wereldverteldag 2021, geplaatst op 9 februari 2021, maar niet langer online. Dit is een bijgewerkte versie van 2 juli 2025)

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel, Vertelcultuur Tags: begin, formule, Mondeling, schriftelijk, slot, sprookje, volksverhaal

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Willem de Mérode • De pottenbakker

Maar zonder aarzlen of bedenken
Beproefde hij haar in het vuur
En smolt, die smachtenden moet drenken,
Vast is een harnas van glazuur.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Blad viel, sneeuw viel de bladeren achterna,
de sneeuw bracht regen, regen stuift op sneeuw.
Reeds schemeren de lichte tenten
van de zon, de golven, ribben van de zee.

Bron: fragment uit ‘Tussen seizoenen’; Uit de hoge boom geschreven, 1967

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

6 maart 2026: Indische detectives en misdaadromans

6 maart 2026: Indische detectives en misdaadromans

20 februari 2026

➔ Lees meer
15-17 april 2027: Achter de verhalen

15-17 april 2027: Achter de verhalen

20 februari 2026

➔ Lees meer
7 maart 2026: Zaanse tragedie Batavische Eneas

7 maart 2026: Zaanse tragedie Batavische Eneas

19 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
2022 Stijn De Paepe
➔ Neerlandicikalender

Media

Safae el Khannoussi Translation Project

Safae el Khannoussi Translation Project

21 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Lange lijnen 5: Met Gaea Schoeters

Lange lijnen 5: Met Gaea Schoeters

20 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Bonusauteurs Cornelia van der Veer, Titia Brongersma, Elisabeth Hoofman

Bonusauteurs Cornelia van der Veer, Titia Brongersma, Elisabeth Hoofman

19 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d