• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

De middelste zin van… De laatste liefde van mijn moeder

26 september 2025 door Fieke Van der Gucht Reageer

Het scharniermoment

De tafels beneden in het restaurant waren gedekt, en zij die een kamer hadden geboekt, die zich, per geluk of per ongeluk, zoals men het wenst te bezien, boven de dampkap van de keuken bevond, voelden reeds aan het stijgende waterpeil in hun mond dat een scharniermoment op aanbreken stond.

Deze middelste zin is een typische Verhulst: barok, beeldend en rijk genest. Dat hoeft niet te verbazen voor een auteur die niets dan lof heeft voor Jeroen Brouwers en dan vooral voor de manier waarop die zinnen construeerde: “[Brouwers zinnen] waren bouwwerken waarbij de piramides onnozele legoblokjes lijken.”  

De hoofdzin – zij …  voelden dat een scharniermoment op aanbreken stond – neemt dan ook een flink aantal bijzinnen in de tang, als om het onvermijdelijke kantelpunt nog even uit te stellen. Ook de Verhulst zo kenmerkende, aan het sarcasme grenzende ironie – per geluk of per ongeluk – schept figuurlijke afstand tot dat belangrijke moment, extra in de verf gezet door het gebruik van archaïsche woorden en uitdrukkingen als wenst te bezien en reeds.

Het stijgende waterpeil in hun mond getuigt van een Pavloviaanse reflex en houdt de belofte van eten in zich. Tegelijkertijd symboliseert het, op een abstracter niveau, het verlangen naar dat ene moment waarop een mens precies inzit tussen wat geweest is en wat komt.

 Je hebt het lang weten uit te stellen, maar precies zo’n scharniermoment is nu voor jou aangebroken, Peter-Arno. Ik wens je toe dat je je, alvast voor een tijdje, mag bevinden op dat heerlijke nulmoment: precies tussen terugblik en toekomst, tussen de mooie taalcarrière die achter je ligt en de taal die nog vorm moet krijgen.

Bijzondere bepalingen

Nu je ein-de-lijk de tijd voor het narekenen zal hebben, geef ik je hieronder graag nog mijn middelstezinbepaling mee. Wat dan weer mijn ‘boekbepaling’ betreft: ik koos, om redenen die wellicht voor de hand liggen, bewust voor een Vlaams auteur die voor Nederlanders vaak exotisch klinkt vanwege de Vlaamse eigenaardigheden (dampkap en niet afzuigkap bijvoorbeeld), maar precies daarvan zijn eigen, straffe stem wist te maken. Hoe die stijl te karakteriseren valt? In Onze Taal 2-3 (2015), in een interview met Jan Erik Grezel, zegt hij daar zelf over: “Als iemand mij vraagt om een typische Verhulst-zin te schrijven, zou ik dat niet kunnen. Ik kan wel zeggen dat ik graag een grote vrijheid van zinsconstructie heb. Hoe dol ik ook op het Nederlands ben, ik betreur het dat wij geen naamvallen meer hebben. Door het gebrek aan naamvallen ben je in het Nederlands gebonden aan min of meer vaste plaatsen voor het onderwerp en vooral voor werkwoorden. Die moeten gegroepeerd zijn. Kafka had in het Duits veel meer mogelijkheden. Wanneer je een beetje variatie in Nederlandse zinnen wilt brengen, moet je een grote creativiteit aan de dag leggen.” Jij, Peter-Arno, hebt me geleerd dat zulks (om het op zijn Verhulsts te zeggen) onnodig is, want dat met iedere zin, ook de weinig creatieve, wel iets bijzonders aan de hand is. Dank dat je mij, en met mij vele lezers, dat bijzondere hebt bijgebracht!

Bepaling van de middelste zin uit De laatste liefde van mijn moeder van Dimitri Verhulst (Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2010)

De eerste zin van De laatste liefde van mijn moeder van Dimitri Verhulst staat op pagina 7, de laatste op pagina 236. Het netto aantal pagina’s bedraagt dus:

(236−7) + 1=230 pagina’s

Aangezien dit een even aantal is, bevindt de middelste zin zich op de grens van de twee middelste pagina’s. We delen 230 door 2, tellen dat op bij het paginanummer van de eerste bladzijde en trekken er 1 af:

230/2 = 115

7 + 115 = 122

122 – 1 = 121

​De middelste zin staat dus op de grens van pagina 121 en 122. Op pagina 121 eindigt een zin, en de volgende zin begint op pagina 122:

“De tafels beneden in het restaurant waren gedekt, en zij die een kamer hadden geboekt, die zich, per geluk of per ongeluk, zoals men het wenst te bezien, boven de dampkap van de keuken bevond, voelden reeds aan het stijgende waterpeil in hun mond dat een scharniermoment op aanbreken stond.”

Deze zin geldt daarmee als de middelste zin van het boek.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 21e eeuw, Dimitri Verhulst, letterkunde, Peter-Arno, taalbeschouwing

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johan de Brune • Onbenoegen van mond en ogen

Ik mag nauw uw gelaat, die englentroon, belonken,
Of mijn kuszieke mond brandt straks* van minnenijd;
Doch boet zij hare lust, aan de uwe vastgeklonken,
Zo barst mijn oog van spijt.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Mijn landgoed is niet groter dan
mijn eigen huid, de omvang van
mijn schoen, de omvang van mijn vuist,
ik gaf het namen in de kleur van regen,
ik keek er dwars doorheen, vluchtige stof
en zag de horizon, de lengte van
mijn armen, van mijn benen.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1992 Theo Weevers
➔ Neerlandicikalender

Media

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Literaire tijdschriften: Tirade, DWB, KlugerHans & nY

Literaire tijdschriften: Tirade, DWB, KlugerHans & nY

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d