• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Erbarmelijke rimram, en een jarenlang avontuur

25 oktober 2025 door Johan Oosterman Reageer

Deze week las ik op Facebook over Anthonis de Roovere. Jacques Klöters schreef, naar aanleiding van herinneringen aan colleges van Herman Pleij over de vijftiende eeuw:

Er was in die tijd een cabaretschrijver geweest: Anthonis de Roovere. Er bestond toen nog wel geen cabaret, maar er ontstonden wel artistieke clubjes, rederijkerskamers, waar men elkaar vrolijke of scherpe gedichten voorlas en waar ze ook gezongen werden.

Hij schrijft dat hij zich door dat werk liet inspireren en een van De Roovere gedichten vertaalde en er een cabaretliedje van maakte. Klöters is niet de enige die het werk van De Roovere waardeert. Ook Gerrit Komrij, Willem Wilmink, Willem van Toorn en Hans Dorrestijn zijn of waren verklaarde liefhebbers van zijn gedichten. En uiteraard H.H. ter Balkt. Hun waardering sluit moeiteloos aan op de grote lof die de Bruggeling al tijdens zijn leven kreeg: als zeventienjarig werd hij Prins van Retorica vanwege een gedicht waarmee hij een wedstrijd won (het gaat over vraag of het hart van een moeder kan liegen), vanaf 1466 kreeg hij een riante jaarlijkse toelage waarmee hij feitelijk de eerste stadsdichter in de Nederlanden was, veel van zijn werk verscheen in druk en tachtig jaar na zijn dood werden zijn verzamelde gedichten uitgegeven door Eduard de Dene uit grote bewondering voor dit werk. En daarmee was Anthonis de eerste Nederlandse dichter van wie het werk uit literaire motieven was verzameld en werd gepubliceerd. Maar de herontdekking van zijn werk in de achttiende en negentiende eeuw ging met heel wat minder waardering gepaard.

Constant A. Serrure wijdt in zijn Geschiedenis der Nederlandsche en Fransche letterkunde in het graefschap Vlaenderen van de vroegste tyden tot aen het einde der regering van het huis van Burgondie (1855) zes pagina’s aan De Roovere, en hoewel er een paar gedichten zijn die hem bevallen, schrijft hij genadeloos over het overgrote deel van zijn werk:

wanneer de Roovere geleerdheid wil uitkramen, en het hoogste der kunst van den, destijds in zwang zynden rederykers trant, bereiken, dan gebruikt hy zulken erbarmelyken rimram. zulke opeenstapeling van bastaerdwoorden, dat men zijne stukken niet kan lezen.

En terwijl Serrure het werk niet kan lezen, ook Loosjes kan het nauwelijks verdragen, schrijft hij in Characterkunde der vaderlandsche geschiedenisse (deel 2, 1786): “Dit waarlyk mag vermoeiend beuzelen heeten. Het enkel afschrijven verveelt; doch wy mogen zulke echte gedenkstukjes niet overslaan in onze Characterkunde.” Toegegeven: het betreft een uiterst kunstig rederijkersgedicht. Maar het zijn dergelijke typeringen die de toon zetten. En terwijl je van historici en literatuurhistorici niet mag verwachten dat ze van alle teksten houden die ze tegenkomen, van een tekstuitgever verwacht je toch een wat welwillender houding. Zeker, er zijn gedichten die Mak als juweeltjes typeert, maar over de volle breedte van zij oeuvre is hij toch eerder terughoudend. Over een aantal aspecten is hij zelfs uitgesproken negatief in zijn oordeel. Het duidelijkst waar het de compositie van de gedichten betreft.

Aan het einde van een uitweiding over de vraag of De Roovere niet alleen metselaar was maar misschien zelfs stadsbouwmeester, een suggestie die Van ’t Hoog in 1918 deed in zijn dissertatie Anthonis de Roovere, besluit Mak stellig dat hij geen architect geweest kan zijn (en daarin val ik hem bij), en dan gaat hij verder:

Mocht hij trouwens bijzondere bouwkundige kwaliteiten hebben bezeten, dan zouden zijn gedichten de sporen daarvan vertonen. Welnu, indien er iets is dat ons daarin pijnlijk treft, dan is het juist het volslagen onvermogen. De compositie, de bouw van zijn balladen en refreinen is het zwakste punt, dat is buiten kijf. (p. 13-14)

Al meteen in het voorwoord van de editie waarschuwt Mak zijn lezers: “Indien ik van te voren alle moeilijkheden aan dit filologisch pionierswerk verbonden had gerealiseerd, ik weet niet of ik de moed had kunnen opbrengen er aan te beginnen.” (p. 5)

Nu ik haast dertig jaar met De Roovere bezig ben, tal van gedichten heb geëditeerd, heb geprobeerd de vragen die het werk oproept van antwoorden te voorzien, de indruk krijg dat ik steeds beter begrijp wie de mens achter de gedichten geweest moet zijn (al blijft de altijd onoverbrugbare kloof) veroorloof ik me Maks woorden heel vrij te parafraseren en naar mijn hand te zetten: Indien ik van te voren had geweten hoeveel de jarenlange omgang met gedichten kan opleveren, ik weet zeker dat ik opnieuw aan het avontuur zou beginnen.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 15e eeuw, Anthonis de Roovere, Duik op Anthonis, letterkunde, middeleeuwen

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Pim Cornelussen • Uit de maat

’s Nachts drijven we weg in het donker,
vloeit de dag over in de zee van verdwenen jaren.
Aan de oevers van de tijd wachten mensen op ons.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Met aandacht hebben we onze stoel geplaatst. Twee stoelen. [lees meer]

Bron: Vrouwkje Tuinman

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

15 mei 2026: Live opname Historische Klassiekers

15 mei 2026: Live opname Historische Klassiekers

8 april 2026

➔ Lees meer
7 mei 2026: Studieavond ‘Taalonderzoek in de klas’

7 mei 2026: Studieavond ‘Taalonderzoek in de klas’

7 april 2026

➔ Lees meer
18 april 2026: Louis Couperus Genootschapsdag 2026

18 april 2026: Louis Couperus Genootschapsdag 2026

6 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1881 Jacob Wille
sterfdag
1922 Napoléon de Pauw
2006 Gerard Reve
➔ Neerlandicikalender

Media

De butler, de bieb en De Bruin

De butler, de bieb en De Bruin

8 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Hoe snel verandert straattaal?

Hoe snel verandert straattaal?

7 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Virginie Platteau

In gesprek met auteur Virginie Platteau

6 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d