• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Sotte amoureusheit

21 november 2025 door Johan Oosterman 2 Reacties

Het is het bijzonderste stel in het werk van Anthonis de Roovere: Pantken en Pampoeseken, de twee geliefden die centraal staan in de Sotte amoureusheit, een gedicht waarin de zotheid en de liefde samengaan. Die ‘genre-aanduiding’ kende De Roovere vermoedelijk uit Franse voorbeelden. Zo is er een ‘sotte amoureuse’ uit Amiens, te vinden in een Art de rhetorique, een tekst over de kunst van het dichten, voorzien van talrijke voorbeelden.

In De Rooveres gedicht is Pantken, de man, aan het woord: ‘Ick heete Pantken, mijn lief Pampoeseken’. De namen moeten in de vijftiende eeuw, net als nu, meteen de suggestie hebben gewekt dat het hier niet om een doorsnee liefdespaar gaat. Willem Wilmink, die het bespreekt in Mijn Middeleeuwen uit 1998, vertaalt dat eerste vers met ‘Mijn naam is Pandje, mijn lief heet Poezenwind’, twee grappige namen, terwijl J.J. Mak in zijn uitgave van de gedichten de namen van een korte toelichting voorziet waaruit blijkt dat hij zich er niet goed raad mee weet: ‘zelfbedachte namen?’. Naast het schrijven aan de hoofdstukken van een boek, lees ik deze weken alle gedichten van De Roovere nog eens aandachtig door, en ik bleef meteen haken aan dat eerste vers. Zijn het echt zomaar grappige namen? Waarom koos Anthonis juist deze woorden?

Pantken is het verkleinwoord van ‘pant’, een woord dat heel wat betekenissen heeft. We kennen het als naam voor een gebouw, als deel van de woorden onderpand en verpanding, waar het slaat op bezit dat je aan een ander beschikbaar stelt in ruil voor een (vaak financiële) tegenprestatie. En in het Middelnederlands Woordenboek (MNW) heeft het ook de daarvan afgeleide betekenis ‘schat’, gebruikt voor een beminde. Zou dat hier niet meeklinken? En wekt het dan niet meteen een milde glimlach als de verteller van dit gedicht zich voorstelt als ‘Ik heet Schatje’? En zijn geliefde dan? Is Pampoeseken zomaar een naam, waarin het woord ‘poes’ doorklinkt, zoals Wilmink suggereert? Ook hier biedt het woordenboek een reikende hand, maar in dit geval het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Daar staat bij het lemma ‘Papoesje’ het volgende: PAMPOESJE —, znw. vr., mv. -s. Uit perzisch papoesj. Het gaat hier om een pantoffel met oosterse herkomst. Het roept meteen de internationale markt van Brugge op, waar goederen uit alle windstreken te koop waren. En die pampoesjes waren misschien net iets te sjiek voor het stel dat De Roovere in dit gedicht neerzet, maar ze dragen wel bij aan het ontregelende en daarmee komische karakter van dit gedicht. En nu ben ik pas in vers 1.

De Sotte amoureusheit is tegenwoordig een heel geliefd gedicht dat in geen bloemlezing ontbreekt. Gerrit Kalff dacht er anders over en spreekt in Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde in de 16de eeuw (1889) over ‘de schildering van een paar walgelijke gelieven’, waaraan hij toevoegt: ‘Kieschen smaek kan men trouwens niet verwachten’ bij deze schrijver. G.C. van ’t Hoog reageert daarop: ‘Ik kan niet anders dan Kalff verbaasd aanzien’ en hij maakt treffend duidelijk hoe scherp en grappig het gedicht is, en dat het heel verwant is met vergelijkbare voorstellingen, zowel in de literatuur als in de beeldende kunst. Mij deed het meteen denken aan de boerenparen van de Meester van het Amsterdamse Kabinet rond 1470, precies in de jaren waarin Anthonis zijn gedicht schreef dat begint met de woorden ‘Ik heet Schatje, mijn lief Pantoffeltje’.

Morgen schrijf ik verder, en ga ik opnieuw een gedicht te lijf. En ook dan is het weer de vraag of ik verder kom dan het eerste vers.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Anthonis de Roovere, Duik op Anthonis, middeleeuwen

Lees Interacties

Reacties

  1. J. Houtsma zegt

    21 november 2025 om 11:36

    Johan merkt terecht op dat ‘pandje’ gebruikt kan worden voor een persoon: een waardevol onderpand, een schatje. Maar misschien ter aanvulling: schatje kan net als tegenwoordig ook in het oude Nederlands ironisch gebruikt worden: lastpost. Zie MNW s.v. ‘pant’, betekenis 8. Zie ook WNT ‘pand’ betekenis 4c: “Eertijds in scherts ook in ongunstigen zin gebruikt voor: een lievertje, en vandaar als scheldwoord.” Zo bij Hooft, Bredero, Tengnagel – en vast ook bij De Roovere.

    Beantwoorden
  2. Jan Uyttendaele zegt

    22 november 2025 om 11:43

    De beide namen zijn wellicht door De Roovere ook gekozen om erop te kunnen rijmen met sprekende woorden: Pantken is haar ‘kalantken’ (v. 15) en Pampoeseken wordt een ‘appelmoeseken’ genoemd (v. 5). Immers, ‘Gelijke trekt tot gelijken’ (v. 40)!

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Kenneth Swaenen • Kostbaar

het eens niet op luiheid steken
alsof het eerste biggetje ook niet liever
een huis met stenen had gebouwd

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

VAN DEYSSEL TOT BOUTENS

‘Ik ben nog nooit zo onheus behandeld tijdens het sigaren roken!’

Bron: Barbarber, oktober 1970

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
9 januari 2026: In de eerste Literaire Hemel van 2026 draait het om taal

9 januari 2026: In de eerste Literaire Hemel van 2026 draait het om taal

1 januari 2026

➔ Lees meer
15 jannewaris 2026: Lunchlêzing | ‘Komt Heit hast yn?’

15 jannewaris 2026: Lunchlêzing | ‘Komt Heit hast yn?’

30 december 2025

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
2017 Henk Schultink
2021 Jan Blommaert
2024 Jos Wilmots
➔ Neerlandicikalender

Media

Maria Vlaar over Zwaag

Maria Vlaar over Zwaag

6 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
De taal van depressie – met Aafke Romeijn

De taal van depressie – met Aafke Romeijn

5 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Gesprek met dichter Liesbeth D’Hoker

Gesprek met dichter Liesbeth D’Hoker

5 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d