(On)betrouwbaarheid van zien en herinneren

Met haar debuut Wanneer de herten komen (2022) maakte schrijver en beeldend kunstenaar Joke van Vliet een indrukwekkende entree in Nederlandstalige letteren. De verhalenbundel was volgens Trouw ‘het beste debuut van het jaar’ en stond op de shortlist van de J.M.A. Biesheuvelprijs. De tien verhalen werden vooral geprezen vanwege hun grillige, surrealistische karakter. Met krachtige beeldtaal en symboliek toonde Van Vliet haar scherpe oog voor detail. In haar eerste roman Niets is echt gebeurd geeft Van Vliet dat oog voor detail, of het oog in het algemeen, een nog centralere en symbolischere rol.
De roman draait om Daan (eigenlijk Danaë) den Dolen, die blind is en zich verstopt in haar appartement. Ze verwacht dat de politie haar ieder moment komt meenemen. Net als in haar verhalenbundel zet Van Vliet de spanning gelijk op scherp. Zonder zicht probeert Daan door de woning te manoeuvreren, maar zoals haar achternaam al verraadt gaat dat moeizaam. Al na drie pagina’s schrijft Van Vliet: ‘Haar lichaam deint in blindheid zonder horizon,’ waarmee gelijk duidelijk wordt dat Daan als een stuurloos schip op zoek is naar een veilige haven en houvast.
Schipperend tussen heden en verleden kijkt Daan terug op haar jeugd. Haar blindheid is dan ook zeker metaforisch: in de roman wordt regelmatig de vraag gesteld hoe betrouwbaar Daans herinneringen nog zijn. Daan is het product van een huwelijk tussen twee verschillende zintuigen: haar moeder is een talentvolle muzikant en ‘vult het huis met haar melodieën’, terwijl haar vader zich als fotograaf verstopt in zijn donkere kamer achter zijn camera. Waar Daan tot in de details haar ouders waarneemt – ze ziet zelfs de asgrauwe lucht in de ogen van haar moeder – blijft ze voor beide ouders tamelijk onzichtbaar. Zodoende staat deze ouder-kindrelatie in het teken van zien en (on)gezien worden.
Wanneer haar moeder uit het niets het gezin verlaat, laat dit onuitwisbare sporen op Daan na. In de loop der jaren probeert ze haar leven vorm te geven – ze wordt een nog talentvollere fotograaf dan haar vader, vindt een man, krijgt op den duur zelf een dochter – maar omdat ze een negatief van haar ouders is, dreigt de geschiedenis zich te herhalen. Als moeder is Daan misschien geen haar beter dan haar eigen moeder. Net als haar moeder moet ze kiezen tussen twee ‘kinderen’: haar fysieke kind, of haar fotografietalent.
De moeizame en soms problematische relatie tussen ouders en kinderen speelde in veel verhalen uit Wanneer de herten komen al een grote rol. Het is mooi dat Van Vliet die thematische lijn verder uitwerkt en onderzoekt. Van Vliet laat nu niet alleen zien hoe de blik van kinderen door ouders wordt bepaald, maar stelt eveneens de vraag hoe kinderen het perspectief van moeders veranderen. Zodoende past deze roman in de rij van recente romans die de (on)voorwaardelijkheid van het moederschap aankaarten, zoals Dagen als vreemde symptomen van Leonieke Baerwaldt, De dragers van Daan Borrel en Egelskop van Teddy Tops.
Net als in de verhalen uit haar debuut heeft Van Vliet veel aandacht voor de specifieke beeldtaal en symboliek. De kat in Daans appartement staat bijvoorbeeld symbool voor de moeder én het kind: het ene moment troost ze Daan met kopjes, het andere moment heeft ze juist zorg nodig. Nog zo’n mooi, subtiel beeld is het steeds slapper wordende elastiekje dat de laatste documenten van haar moeders artikelen bij elkaar houdt. Op andere momenten is Van Vliet helaas te nadrukkelijk. Na haar vertrek beweegt de moeder ‘als een schim in de tussenruimtes’ van Daans herinneringen. Wanneer haar vader overlijdt wordt de studio ‘een grote, dichte doos waarin haar jeugd ligt opgeslagen’.
Vooral in de dialogen raakt de subtiliteit uit het oog. Dat haar moeder in aforismen praat als ‘een mens moet altijd op zoek naar schoonheid‘, is nog tot daaraan toe, maar wanneer Daan tegen een schilder zegt dat ‘fotografie een schaduw van de werkelijkheid is‘ en een paar pagina’s later tegen de buitenwacht roept: ‘Jullie laten je door zintuigen misleiden. Jullie waarnemingen beletten jullie om tot ware nietigheid te komen‘ wordt het wel heel duidelijk dat de auteur de (on)betrouwbaarheid van zien en herinneren benadrukt. Dat is jammer, want Van Vliet is juist op haar sterkst wanneer ze de kracht van het beeld in de stilte laat spreken.
Laat een reactie achter