
De titel van een boek is de vlag die de lading dekt. Tenminste, dat zou hij moeten zijn. Titels kunnen beschrijvend zijn, samenvattend of symbolisch. Een uitspraak, een naam van een personage, of een concrete gebeurtenis in het verhaal. De titel kan meerdere keren terugkomen in een boek, of slechts een keer en dan vooral verwarring oproepen. Aan de hand van de titel zou ik iets willen zeggen over De zomer toen, de tweede roman van de Vlaamse schrijver en wetenschapper Lieven Stoefs, die in 2023 debuteerde met de roman Peninsula. ‘De zomer toen’: dat suggereert een belangrijke gebeurtenis in een zomer lang geleden. Een gebeurtenis en daarmee een hele zomer die blijkbaar van grote invloed is geweest op het verdere leven van een personage in de roman.
De zomer toen gaat over vriendschap en de invloed van de jeugd op het volwassen leven. Het hoofdpersonage en ik-persoon (die niet bij naam wordt genoemd), grijpt in de proloog in een café een stoel en beent op een groep mannen af die hij vroeger goed kende, hij heeft een zoontje en zijn broer is met hem. In de eerste zin noemt hij zijn lichaam een wapen. De rest van het boek zal gaan over hoe hij tot deze geweldsdaad is gekomen, maar die zomer uit de titel is het niet. Die volgt al vrij snel in het volgende hoofdstuk, letterlijk:
De zomer toen Jeroen en ik elkaar ontmoetten leek alles te kantelen, voor het eerst sinds ik terug was uit Griekenland.
En in het derde hoofdstuk wordt dat nog eens bevestigd:
Vijf zomers lang voerde ik gesprekken in mezelf. De zesde keer ontwaakte ik in een andere wereld. De nieuwe, volle zomer met Jeroen was ik elke avond weg.
Hebben we die belangrijke zomer nu meteen al gehad?
Na een wat eenzame puberteit heeft de hoofdpersoon na die bijzondere zomer ineens een groep vrienden om zich heen waar hij een decennium zoet mee is:
Tien jaar lang trokken we voortdurend met elkaar op, bezochten we elkaar aan buitenlandse universiteiten, gleden we door Parijs, Londen en Berlijn.
Wat de auteur met dat ‘gleden’ in dit citaat precies bedoelt nog even buiten beschouwing gelaten, je voelt op je klompen al aan dat er na die tien jaar iets is gebeurd wat die vriendschap op zijn minst onder druk heeft gezet. En dat staat al op pagina 18 van de roman, een typische spanningsopbouw die uitgaat van de vraag ‘Hoe is het gebeurd?’. We beginnen in feite met een flashforward en gaan daarna terug in de tijd om te ontdekken welke gebeurtenissen ertoe hebben geleid. In het geval van deze roman: waarom de vriendschap voorbijging en waarom de hoofdpersoon ertoe komt zijn vroegere vrienden te lijf te gaan met een stoel.
De zomer toen is opgebouwd in korte hoofdstukjes met een vaak korte, poëtische titel (‘Treur’, ‘Broedertaal’, ‘Dislocatie’, ‘Metaalmoeheid’, ‘Onderweg’). De hoofdstukken springen heen en weer in de tijd en gaan over episodes in de vriendschap, scenes uit de jeugd van de hoofdpersoon en uit zijn huidige leven. Hij komt uit een gezin van drie jongens dat een tijdje in Griekenland heeft gewoond. Vader was succesvol maar eenmaal terug in België door alcoholisme aan lagerwal geraakt. Moeder lijkt aan een depressie te lijden maar echt duidelijk wordt dat niet. De vriendengroep, Jeroen, Willem, Kasper en Dries, geeft de hoofdpersoon een vorm van veiligheid die hij schijnbaar in zijn jeugd niet echt had. Maar of die vriendengroep dat echt is, daar zit de spanning in de roman. Stoefs formuleert in korte zinnen, flarden hier en daar. Soms is dat poëtisch en raak, soms ook net ernaast. En hij heeft de neiging om een scene snel af te breken en een conclusie te trekken die ikzelf als lezer liever had willen trekken: ‘Dat was een wet onder jongens: we leefden nu.’
Naar het einde toe, ga je beter begrijpen hoe de hoofdpersoon gevormd is en hoe hij zich als man ontwikkelt. Daarin komen ook een aantal episodes langs die niet zo veel toevoegen. Ja, die zomer was in het leven van de hoofdpersoon belangrijk maar voor de roman, het verhaal is die dat mijns inziens niet. Veel belangrijker is het besef dat hij een buitenstaander bleef. Of misschien zelfs die wat loshangende problematiek van zijn ouders, die niet echt wordt uitgewerkt. Dit neemt allemaal niet weg dat een titel ook gewoon mooi kan zijn, mooi van klank, mooi van ritme. En dat is ‘De zomer toen’ toch wel, vind ik. Met die nadruk op de zachte zo van zomer en die diepe oe-klank aan het eind. Een mooie titel dus, die de lading niet helemaal dekt. Die lading is een wat moeizame en stroeve roman die best mooie momenten kent en aardige stilistische vondsten doet, maar mij niet helemaal overtuigt.
Laat een reactie achter