
Het inferno van Slauerhoff lezen is een zintuiglijke gebeurtenis. Bladzijde na bladzijde sleept schrijver Luuk Imhann je door het smerige, stoffige Tanger van zo’n honderd jaar geleden, een stad waar alles en iedereen stinkt en die louter bevolkt lijkt door matrozen, hoeren en melaatsen.
Te midden van al dit vuil en verderf bevindt zich ook de scheepsarts/dichter/schrijver Slauerhoff, die zijn vrouw Darja heeft verlaten na de doodgeboorte van hun kind en Tanger als toevluchtsoord heeft gekozen. Hij runt er een kliniek voor geslachtsziekten. Een gouden greep in de Marrokaanse havenstad, maar een rustig moment is er daarom voor hem niet bij.
In de vierentwintig uur dat je hem als lezer volgt, wordt hij onophoudelijk aangeklampt door hulpbehoevenden. De flegmatieke Slauerhoff neemt zijn eed uiterst serieus, zegt tegen niemand nee en probeert iedereen te helpen. Daarbij ontmoet hij allerlei mensen die, net als hij, op de vlucht zijn, die pijn met zich meedragen en daarvan verlost willen worden: een gedeserteerde Rus die als de dood is dat het rode leger hem zal traceren, een joods meisje dat tegen haar wil is uitgehuwelijkt, een bestuurder met een dubbelleven en ga zo maar door. De ironie ligt er bovenop: hier is een arts die iedereen kan helpen, behalve zichzelf.
Terwijl de zaken waarin Slauerhoff zich mengt steeds smeriger worden, leren we hoe hij worstelt om het verlies van zijn zoontje te verwerken en gemoedsrust te vinden. Imhann maakt met zijn openingszin (‘Zing, muze, over een jonge scheepsarts…’) gelijk duidelijk dat de scheepsarts een zware, innerlijke reis voor de boeg heeft.
Dit was de eerste keer dat ik historische fictie las, en het is me niet tegengevallen. Het gegeven om deelgenoot te worden van de (fictieve) gedachtewereld van een bekend persoon is fascinerend, en ik betrapte me er meerdere keren op even naar Wikipedia te gaan om te zien in hoeverre wat ik las echt gebeurd was of kon zijn. Ik heb me dan ook uitstekend vermaakt met dit werk van Luuk Imhann, die hulde verdient voor de grondigheid waarmee hij zich gedocumenteerd heeft. Tegelijkertijd is hij niet bepaald zuinig geweest met zijn beschrijvingen van de geuren en kleuren van de stad en Slauerhoffs overpeinzingen, die maar doorgaan en doorgaan en daardoor wat in herhaling vallen. Een rustmomentje wordt zowel de scheepsarts als de lezer niet gegund. Dat zal precies Imhanns bedoeling zijn geweest, die het verhaal als een koortsdroom vertelt, maar daardoor boette het verhaal voor mij enigszins aan kracht in.
Dat gezegd hebbende blijft Het inferno van Slauerhoff een aangrijpend, vakkundig geschreven verhaal waarmee je je driehonderd bladzijden lang in een broeierige medina waant.
Laat een reactie achter