De wetenschappelijke beoefening van de Franse middeleeuwse literatuur begon in Duitsland, waar in de tweede helft van de 18e eeuw de Romantiek zich fel afzette tegen het (Franse) Klassicisme en de Middeleeuwen herontdekte. Toen de Fransen mee gingen doen, waren zij nog zo geconditioneerd in hun smaak dat zij niets moesten hebben van lijvige middeleeuwse romans als deze Historie van Malegijs, die zij ‘prolixe’ (langdradig, omslachtig, wijdlopig) noemden en daarom hautain negeerden. Deze aflevering is extra interessant voor lezers die eerder hebben kennisgemaakt met Buevijn van Austoen (Jan van Doesborch, Antwerpen 1504), recentelijk uitgegeven door Piet Franssen en Rob Resoort.

Een schoone ende nieuwe historie, autentijck, die dat vervaerlijck paert Ros Beyaert wan,
en[de] die veel wonderlijcke ende avontuerlike dingen bedreef in zijn leven met zijn consten,
ghelijc dese historie verclaert, ende is seer ghenoechlijck om lesen.
Van nyeus ghecorrigeert.
Gheprint t’Antwerpen [1556], Inden Witten Haeswint, bi Jan van Ghelen.
Kritische editie bezorgd door Willem Kuiper en Inge Van Outryve
Bibliotheek van Middelnederlandse Letterkunde, nieuwe digitale reeks,
gehost door de KANTL te Gent, België
Laat een reactie achter