
In mijn zoektocht naar wat een kookboek nu eigenlijk voor boek is – ik zou bijna spreken van een exploratieve studie –, kwam ik onvermijdelijk op De smaak van Soestdijk. Dat is niet alleen de titel van een boek, maar ook van een tentoonstelling op Paleis Soestdijk. Die tentoonstelling heb ik nog niet gezien, al sluit ik niet uit dat ik in mijn mateloze honger naar kennis daar binnenkort ook nog eens langsfiets. Maar ik beperk met nu maar tot het boek.
Op het omslag van het boek staat:
Met De Smaak van Soestdijk haal je ruim 350 jaar koninklijke kookgeschiedenis in huis. De unieke recepten van destijds zijn bewaard gebleven en aangepast aan de smaken van nu.
Dat suggereert onderzoek, zowel naar die ‘unieke recepten’ die ‘bewaard zijn gebleven’ als naar de smaken van nu, maar hoe dat dan allemaal in zijn werk is gegaan, valt aan de hand van dit boek niets te achterhalen. Er staan recepten in het boek die anekdotisch iets te maken hebben met wat er in een aantal heel korte informatieve hoofdstukjes iets verteld wordt. De schrijver, Nicole Uniquole (‘creatief directeur van Paleis Soestdijk’), meldt bijvoorbeeld dat er in 2025 in het Nationaal Archief een document uit 1974 gevonden is – ze vertelt er niet bij door wie of hoe – waaruit de culinaire voorkeuren van Prins Bernard zouden blijken:
Haring en spruitjes worden expliciet genoemd als etenswaren die de prins absoluut niet lekker vindt. Dit lijstje is bedoeld voor bezoeken die de prins aflegt, zodat de gastheer of gastvrouw precies weten wat ze Bernhard kunnen voorschotelen. De prins houdt wél van ossenstaartsoep en schildpadsoep, alle soorten vlees – behalve zwezerik –, de meeste groenten, rijst en lokale gerechten uit Indonesië, Thailand en Midden- en Zuid-Amerika. Wat nagerechten betreft staat specifiek Boursin vermeld.
Vervolgens komen er recepten van een vissoep met rivierkreeftjes (geen schildpadsoep) en een tarbotfilet. Er is geen enkel gerecht uit Azië of Midden- en Zuid-Amerika. Wel is er een gerecht waarin Boursin verwerkt is (een soufflé met waterkers), maar dat lijkt me geen nagerecht. Er is geen enkele reden voor de lezer om te veronderstellen dat dit ook maar in de buurt komt van iets dat prins Bernhard ooit heeft gegeten. Maar dat werkt kennelijk niet als een belemmering.
Net als in het vorige kookboek dat ik las (Ode van Jigal Krant) is er, met andere woorden, slechts een heel los verband tussen de teksten en de recepten. Die teksten zijn in dit geval korte stukjes over onder andere Juliana en Bernhard, Mary Stuart, Anna Paulowna en Willem III, die allemaal kortere of langere tijd op Soestdijk hebben verbleven en daar dus onbekende gerechten hebben gegeten die op een niet nader toegelichte manier aan ‘de smaken van nu’ zijn aangepast.
Behalve dat dit een geschiedenisboekje over de Oranjes is, en een receptenboek, en een boek bij een tentoonstelling, zit er nóg een laag in De smaak van Soestdijk, en dat is die van de bekende Nederlander. De tv-bakker Robèrt van Beckhoven staat op het omslag genoemd als auteur naast Uniquole, maar wie het boekje leest merkt al snel dat zijn bijdrage beperkt is gebleven tot het aanleveren van recepten voor het gebak (onder andere een Omelette sibérienne en een Brioche met sinaasappel). Daarnaast zijn door het boek heen in aparte kadertjes korte citaten van Van Beckhoven gestrooid;
Bakken verbindt. Of het nu voor de koning is of voor je buren – als het uit liefde komt, smaakt het altijd goed. (Robèrt van Beckhoven)
Een laatste laag is dat het boek ook hoort bij genoemde tentoonstelling. Zo wordt er bijvoorbeeld verteld dat het – ook op het omslag – getoonde servies ontworpen is door Usquole. En verder bevat het boek afbeeldingen van de genoemde koninklijke personen, en fraaie foto’s van het Paleis en het omringende landgoed én van de gerechten uit de recepten.
Koo kboeken als dit zijn, kortom, misschien wel dé salonboeken bij uitstek – heel fraai uitgevoerd, met verwijzingen naar allerlei bekende figuren, maar zonder dat er aan de tekst nuzoveel zorg is besteed én zonder dat duidelijk is dat ze ook heel erg geschikt zijn voor het praktische doel. De smaak van Soestdijk lijkt me te mooi om in de keuken te leggen als je eiwit aan het kloppen bent voor een omelette sibérienne. Het zou interessant zijn om te onderzoeken wat de kopers van een boek als dit nu daadwerkelijk doen met zo’n boek, wat voor functie het vervult in hun leven. Mij lijkt het logisch om te denken dat het vooral gaat om wegdromen bij de Boursinsoufflé, en niet zozeer om behoefte om zoiet ook zelf te maken.
Ik ben kortom nog niet uitgepuzzeld op het genre van het kookboek.
Laat een reactie achter