
Zo’n 5 jaar geleden begonnen dichter en schrijver Micha Hamel en ik als vroegmodern letterkundige met Schrijflab.nl: een digitaal platform voor schrijfonderwijs. De chatbots waren toen al in de maak, maar dat wisten wij niet. En met ons denk ik het grootste deel van het onderwijsveld.
We begonnen met de site om twee redenen: van het schoolvak Nederlands meer een maakvak dan een kijkvak maken – een beeld dat we aangereikt kregen van dichteres Maria Barnas, en dat goed uitdrukt dat leerlingen bij het schoolvak Nederlands op dat moment meer teksten van anderen lazen dan ze zelf teksten schreven. En omdat we het schrijfonderwijs dat er was, te mechanisch vonden. ‘Maken’ werd naar ons idee te zeer benaderd vanuit het idee dat je een tekst vanuit een bouwplan procesmatig tot stand laat komen.
Aandacht
Voor Micha was ‘maken’, vanuit de kunstonderwijs dat hij zelf genoot, ‘ambachtelijk aan de slag met taal’. En dat wilden we pedagogiseren en didactiseren. Want uit het niets iets maken met je eigen woorden, vergt meer pedagogiek dan het schrijfonderwijs toen had. Leerlingen komen in zichzelf allerlei fraaie en minder fraaie gedachten tegen, raken gefrustreerd omdat de woorden die ze zoeken niet bestaan of in ze opkomen en als ze dan iets opgeschreven hebben, kan een ander lezen wat er zich in hun binnenwereld afspeelt en dat kan confronterend zijn. Dat vraagt een docent die dat begeleidt, en een didactische omgeving die dat mogelijk maakt. Zo’n docent is een website als Schrijflab.nl natuurlijk niet, dus de ambities van die site zijn vooral didactisch en gericht op het leren verwoorden van wat je denkt.
Na een paar jaar Schrijflab.nl kwamen de chatbots. En nieuwe eindtermen en kerndoelen Nederlands, met het kerndoel ‘teksten produceren’ waarin volgens ons alles gevat is waaruit schrijfonderwijs zou moeten en kunnen bestaan. Chatbots zorgen wellicht voor de slechtste tijden die het Nederlandse schrijfonderwijs ooit gehad heeft, de nieuwe eindtermen en kerndoelen voor de beste. Er wordt op dit moment veel gediscussieerd over hoe de komst van de chatbots op te vangen in het schrijfonderwijs. Met als oplossingen vooral: op locatie met de pen laten schrijven, betekenisvolle opdrachten geven, meer aandacht geven aan het proces dan het product zodat je weet wie wat schreef, en leerlingen laten praten over wat ze schrijven om het proces te verbeteren.
Vanuit Schrijflab.nl kijken we daar iets anders naar, op basis van de gedachte waarmee we ooit begonnen. Schrijven is een proces, maar draait uiteindelijk wel om het product: als product wil je de meest getrouwe, mooie, meeslepende en wat al niet weergave in woorden van wat iemand denkt. Juist daar kan de mens in uitblinken ten opzichte van de computer. Dus moet je daar je schrijfonderwijs op focussen. Hoe, dat is na 5 jaar voor ons iets minder de vraag dan het ooit was. We hebben een aanpak gevonden. We beschrijven die eens in de zoveel tijd in onze docentenhandleiding, en daar staat momenteel bijvoorbeeld dit:
Alle schrijfoefeningen beogen een schrijfproduct op te leveren dat zijn vertrekpunt vindt in de leefwereld van de leerlingen, en hen instructies biedt waarmee ze vaardige, creatieve schrijvers worden die zichzelf middels taal met de wereld om zich heen verbinden. Een schrijfoefening van Schrijflab.nl uitvoeren houdt kortweg in dat taalkennis, de buitenwereld en de persoon van de leerling met elkaar verstrengeld raken. […] De leerling is afhankelijk van wat taal te bieden heeft, maar de taal voegt zich ook naar wat de leerling wil zeggen: de leerling kan bijvoorbeeld nieuwe woorden en/of zinnen maken om het voorheen niet gezegde uit te drukken. De wereld voegt zich naar wat in taal uitgedrukt kan worden, maar personen gebruiken taal ook gebruiken om de wereld te veranderen: denk aan het gebruik van taal in tijden van revoluties, of hoe taal wordt gebruikt in politieke framing. De leerling is aan relatie tussen taal en wereld onderhevig – bijvoorbeeld omdat een sollicitatiebrief niet de vorm van een sonnet geacht wordt te hebben – maar kan ook een nieuwe werkelijkheid creëren middels taal. Schrijven is zo de ultieme zelfexpressie die tegelijkertijd nooit alleen een ‘zelf’-expressie is omdat deze verbonden is met de wereld. Dat de schrijfoefeningen in Schrijflab allemaal vertrekken vanuit de leefwereld van de leerling wil dus niet zeggen dat ze (bijvoorbeeld) alsmaar over rappers en sociale media gaan, of andere onderwerpen uit de wereld van leerlingen, en ook niet dat ze alleen over het ego van de leerling gaat. Het gaat erom dat hun eigen beleving van de wereld de directe aanleiding is om te beginnen met schrijven/om over te schrijven. Elke schrijfoefening is een uitnodiging tot nadenken, waarbij gebruik wordt gemaakt van het feit dat de leerling geen tabula rasa is, maar een levend mens dat al heel wat heeft meegemaakt.
Micha en ik maken oefeningen met als kern ‘taalkennis, de buitenwereld en de persoon van de leerling’ niet zonder hulp. We kijken om ons heen, en zien in evidente dingen als het ontstaan van een nieuw genre een aanleiding voor een oefening. En krijgen ook tips, bijvoorbeeld van Ebru Merttürk die als tiener twee kinderboeken schreef en inmiddels als advocaat werkzaam is. Ze wees ons op het verschijnsel ‘dagvaarding’: een tekst die op een dag in je brievenbus kan zitten omdat een rechter je wil spreken over iets wat je gedaan/misdaan zou hebben. Op die dagvaarding dien je te reageren met een ‘Conclusie van antwoord’.
In deze oefening die we op basis van haar idee en een bestaande rechtszaak maakten, schrijft de leerling een reactie op een oproep om bij de rechter te komen. We zetten de leerlingen in stap 1 aan het schrijven met deze opdracht:
Het bedrijf dat de dagvaarding stuurde, verzorgt optredens van Sinterklaas en Pieten. Ze zijn ingehuurd door een evenementenbureau, en dat bureau kreeg klachten over die optredens. Het evenementenbureau wilde het Sinterklaas-bedrijf minder betalen, maar het Sinterklaas-bedrijf vond dat onterecht en wil van de rechter daarin gelijk krijgen.
De klachten over het optreden zijn volgens de dagvaarding onder andere:
– Wij vonden dat de Sinterklaas erg dominant aanwezig was, hij kwam veel te streng over en was ook vrij kort af richting de kinderen.
– Ook hebben wij ervaren dat er niet een duidelijke spanningsboog in het verhaal aanwezig was. De Sinterklaas was meer bepaalde onderdelen aan het afraffelen i.p.v. dat hij zijn gedachten richting de kinderen richtte.
– Wat wij ook niet vinden kunnen is dat de Sinterklaas en de hulppieten de woorden sexy meisjes noemen. Dat heeft geen enkele toegevoegde waarde voor het verhaal.
– De Sinterklaas was te weinig op de voorgrond, hij was erg passief en had zelden het woord. Het was net of er geen Sinterklaas aanwezig was. De Piet was erg duidelijk overheersend, terwijl dit toch de rol van de Sinterklaas zou moeten zijn.
– Het toppunt van de middag was dat er zich een situatie voordeed waarbij een vader naar voren moest komen en een jute zak over zijn hoofd kreeg, een actie die naar onze mening voor kinderen zeer ongepast is.
Jij speelde Sinterklaas, bent de eigenaar van het Sinterklaas-bedrijf, en hebt zo je eigen herinneringen aan de middag. Schrijf in 300 woorden op wat er volgens jou gebeurde.
In stap 2 leggen we ze iets uit over het genre ‘Conclusie van antwoord’. Daarin moet alles al staan wat je ooit als verweer kunt inbrengen mocht het tot een rechtszaak komen, dus het is niet zomaar een antwoord. Leerlingen herschrijven de tekst uit stap 1 vervolgens op basis van deze stap 3:
· Schrijf nu in maximaal 300 woorden jouw conclusie van antwoord voor de rechter. Je was erbij als Sinterklaas, was is jouw verweer tegen de klachten in de dagvaarding?
· Het verhaal dat je in de eerste stap schreef, was ook 300 woorden maar voldoet nog niet aan de eisen van het genre ‘conclusie van antwoord’. Je moet je verhaal dus ombouwen. Er zijn daarbij twee vragen die je jezelf kunt stellen: heeft de Sint zijn werk niet goed gedaan, en is er sprake van schade?
· Tip: neem in je verdediging goed mee dat Sinterklaas een verhaal overbracht en een rol speelde. Welke eisen kun je aan het personage Sinterklaas en dus aan zijn werk stellen?
· Tip: kijk ook naar het wetsartikel 6:74 (Toerekenbare tekortkoming/Wanprestatie) voor je onderbouwing:
lid 1 Iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend.
lid 2 Voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, vindt lid 1 slechts toepassing met inachtneming van hetgeen is bepaald in de tweede paragraaf betreffende het verzuim van de schuldenaar.
In stap 4 vergelijken ze hun Conclusie van antwoord van medeleerlingen, en met het vonnis wat de rechter in de bestaande rechtszaak over dit voorval schreef.
Ebru Merttürk hielp ons op weg met haar taalgevoel, werkpraktijk en ambitie om meer aandacht voor juridische kennis te vragen in het schoolvak Nederlands. We maakten met haar hulp een oefening die leerlingen laat kijken naar een wettelijk kader maar ook naar het verhaal van Sinterklaas. Het is maar een verhaal, maar wel een verhaal dat in de Nederlandse samenleving zo serieus wordt genomen dat je er een rechtszaak over kunt voeren.
Ik denk dat hier de toekomst van het schrijfonderwijs zit: opdrachten die de leerlingen de haarvaten van de Nederlandse samenleving in leiden, die ze daarover laten nadenken en ze daarin positie leren kiezen op basis van woorden.
Laat een reactie achter