
Toen ik twaalf jaar geleden tijdens mijn master het vak Literaire kritiek volgde, kregen een paar studiegenoten en ik een lumineus idee: er zou een platform moeten bestaan waar besprekingen worden gepubliceerd zonder oordeel over de kwaliteit van een boek. Weg met die sterren erboven, zo bedachten we tien jaar voor de Volkskrant daarmee stopte. Weg met de schijn van objectiviteit, beschrijf liever de leeservaring, in de ik-vorm, met transparantie over de opvattingen van de bespreker. Weg met de maatstaven en meetlatten – niet de vraag is dit een goed boek zou centraal moeten staan, maar de vraag voor wie is dit een goed boek? Een auteur heeft er ziel en zaligheid in gestopt, een uitgever heeft de moeite genomen het te drukken – waarom zou je een boek de maat nemen? Er zal een publiek voor zijn, en de kunst is erachter te komen wat de ideale lezer is: de lezer ‘die alles realiseert en waardeert wat de auteur (bewust en onbewust) in zijn kunstwerk tot stand heeft gebracht’ (Algemeen Letterkundig Lexicon).
Zoals bij vrijwel alle ideeën uit mijn studententijd die één avond lumineus leken, drong een college later al tot me door dat het bepaald niet lumineus was. Ik vermoed dat u tijdens het lezen van de vorige alinea al recensiewetten en praktische bezwaren in de weg zag staan. Toch dacht ik eraan terug bij het lezen van Bill Mensema’s Trash, omdat ik me tijdens het lezen geregeld afvroeg wat de ideale lezer van dit boek is.
Ik tekende voor een groslijstbespreking van dit boek vanuit mijn belangstelling voor popmuziek in literatuur en in de stiekeme hoop een onderbelicht pareltje te vinden. Trash is het negende deel in wat een tiendelige romanreeks gaat worden onder de vlag Decade, met als belangrijkste setting de Groninger muziekscene rond poppodium Vera in de jaren tachtig. ‘In de Decade-reeks beschrijft Mensema het opgroeien in de jaren ’80, jaren vol doemdenken en crisis. Maar ook jaren met muziek als broodnodige verluchting’, zo belooft de tekst die onder andere te vinden is op Hebban. Het boek telt daar tot op heden 0 lezers en 0 beoordelingen; op Goodreads moest het boek nog toegevoegd worden. Maar zo’n omvangrijke reeks – andere delen dragen titels als Mannenborstjes, Ik wil naar Oss en De aarzelende demonstrant – daar moet een publiek voor zijn. Geen uitgeverij begint aan zo’n project als het noch economisch, noch symbolisch kapitaal kan opleveren. Dus: voor wie is dit een goed boek?
Het meest voor de hand liggende antwoord wordt prijsgegeven door een van de spaarzame Goodreadsreviews bij een ander deel uit de Decade-reeks: ‘Vermakelijk en herkenbaar tijdsbeeld, vooral als je zelf als vrijwilliger in Vera gewerkt hebt.’ Trash draait om de Crimes Of Nature, Bill Mensema’s trashrockband. In het boek gaat het Bill en zijn bandgenoten voor de wind: meermaals lezen we over wat voor unaniem belachelijk succes een optreden was (víér toegiften!). Niet dat Trash een onverhuld zelffeliciterend egodocument is: Bill maakt regelmatig grapjes over Bills postuur, Bill zal de eerste zijn om te zeggen dat Bill helemaal niet kan zingen en Bill worstelt met wat Bills roeping in het leven is: rockster, of toch een carrière in de IT?
Niet alles draait om Bill: er komen veel namen voorbij van lokale bands en Veramedewerkers.
Maar het is nauwelijks denkbaar dat een reeks van tien romans enkel uitgegeven wordt voor degenen die in die tijd zelf in de beschreven kringen verkeerden of die geïnteresseerd zijn in lokale popgeschiedenis. Voor welke lezer is dit nog meer bestemd? De tekst die op boekhandelswebsites bij het boek vermeld staat, geeft iets prijs over het publiek waarop gemikt wordt: liefhebbers van een bepaalde schrijfstijl.
De romans van Bill Mensema kenmerken zich door een unieke schrijfstijl. Vlotteratuur noemt Mensema dit zelf. Eigenschappen zijn flitsende dialogen, gretig gebruik van humor, slapstickachtige scenes & toegankelijke formuleringen.
De omschrijving van de eigenschappen van vlotteratuur zijn zeer treffend gekozen: alle genoemde eigenschappen vinden we terug in Trash.
- Flitsende dialogen en toegankelijke formuleringen:
– Jij komt nooit meer kijken, zegt Elvira.
– Ik heb het daar te druk voor met mijn bezigheden als rocker.
– Als rukker?
– Ik zei heel duidelijk ‘als rocker’, Elvira!
[…]
– ‘Je gaat niet dood van een beetje schoonmaken, Bill.
– Ik wil me nu even een tijd niet concentreren op wonen maar op rocken.
– Op rukken, zei je? (p. 45)
- Gretig gebruik van humor: het meisje van de ijssalon dat best zangeres in een band wil zijn, heeft wel een eis (‘- Logisch, Lutz, het is een ijssalon. – Nee Bill, ze heeft een eis! – Omdat dit dus een ijssalon is, Lutz!’). Op weg naar een optreden besluiten de bandleden een touringcar vol huisvrouwen te moonen – maar de schoonmoeder van de gitarist blijkt erin te zitten!
- Slapstickachtige scènes: iemand is zijn bril kwijt, die blijkt op zijn hoofd te staan. De drummer maakt ruzie met Bill en gooit chocomel, in een mum van tijd zijn de twee verwikkeld in een chocomelgevecht. Bij dat moonen van een touringcar vol huisvrouwen, remt de bus en vliegt Bill met zijn blote billen door de bus heen.
We zien de eigenschappen vaak gecombineerd voorkomen. Soms is er een ‘kutavond’ in de Vera, waarbij het voorprogramma ‘ruk’ is en het hoofdprogramma ‘non-dynamisch’ – maar als Bill ‘de parmantige zanger’ van dat hoofdprogramma later ziet staan ‘vrijen met een of andere lange kerel’, concludeert Bill monter: ‘als hij wil, kan hij wel dynamisch zijn’.
Nemen we dit alles bij elkaar – flitsende dialogen, gretig gebruik van humor, slapstickachtige scènes én toegankelijke formuleringen – dan komt daar soms ook overdadige interpunctie bij kijken:
O fuck, o FUCK, o Marga, O MARGA!!!!
Ze draait zich om en lacht hem wellustig toe…
Geil, geil, GEIL, GEILLLLLLLLLL…
– O, kreunt Bill, o, o Marga, o, o…
– Wimfie vertrouwt me niet meer, zegt Marga ineens, ik weet het zeker…
– Wat… wat… wat?
– Ik weet zeker dat hij me niet meer vertrouwt, Bill. Dat baart me zorgen.
Twee dingen die geen man wil horen als hij erg opgewonden is: iets over baren
en iets over zorgen. (p. 85)
Dus voor wie is dit een goed boek? In de eerste plaats voor wie de hierboven gegeven voorbeelden van de schrijfstijl en de humor waardeert. Daarnaast ook voor de drie maandelijkse luisteraars op Spotify van de Crimes of Nature, die alle details over het wedervaren van deze band te weten kunnen komen (‘De Crimes moesten laatst optreden in Uithoorn en leverden onderweg de opnamen voor hun debuutalbum in bij Polydor. Die opnamen liggen nu in Weesp bij de man van de mastering. Pas daarna wordt de elpee geperst.’) Voor Ard en Bart uit De Goorn. Voor de beheerders van Poparchief Groningen. Voor wie graag het verschil tussen trashrock en garagerock en dat tussen Groningers en Friezen uitgelegd krijgt. Voor Hanneke Kappen, die de ‘onfortuinlijke botsing’ van Bill met haar billen beschreven ziet. Het boek komt helaas veertien jaar te laat voor Jeroen Soer, die er eindelijk achter had kunnen komen wie er op zijn rug gespuugd heeft tijdens de halve finale van De Grote Prijs van Nederland.
Niet iedere genoemde persoon zal blij zijn met zijn portrettering in het boek. De dames van Lois Lane – concurrent van de Crimes tijdens De Grote Prijs – kunnen het beter links laten liggen. Hoofdpersoon Bill toont zich duidelijk bewust van de regels van de smaak en schrikt niet terug voor het geven van zijn mening. Als trashrocker kan geen garagerocker het goed doen bij hem, en god verhoede dat mensen zijn trashrock verwarren met alto-punk. Trashrock is ‘dansbaar en dat kun je van garagerock niet zeggen. Dat is muziek voor boze mensen om op te headbangen’ (p. 40). Ik was niet de ideale lezer van dit boek. Maar ik heb dan ook altijd meer opgehad met garagerock. Het lijkt me wel aanbevelenswaardig voor liefhebbers van trash.
Laat een reactie achter