De genesis van de ergernis

Ooit las ik ieder boek uit waar ik aan begon: de auteur had er hard aan gewerkt, dus wegleggen voelde op z’n minst onbeleefd. Daarna besloot ik dat ik niets verplicht ben aan een stapel papier, wat veel tijd en ergernis scheelde. Bevalt je boek je niet? Kijk, daar ligt nog een hele stapel andere naast je bank. Leve het wegleggen!
Maar ja: als het nou een Belángrijk Boek is? Belangrijk voor mijn algemene kennis (zie: leeslijst van school) of voor een beter begrip van grote wereldthema’s? Soms bijt ik op mijn tanden en zet door, uiteindelijk blij dat ik deze inzichten toch tot me heb genomen. Dat is me niet gelukt met De genesis van het verraad van Martine van den Berg. Zij heeft, dat zie je al aan de titel, een Belangrijk Boek willen schrijven: over oorlog, geschiedenis, mensen, macht, waarheden, interpretatie en hoe ontzettend dat alles met elkaar aan de haal kan gaan. Daartoe bedacht zij ik-figuur Shira, journalist te Israël, zelfverklaard liefhebber van feiten en nuance. Maar niemand leest nog feiten, zegt ze op pagina 1:
Niemand is geïnteresseerd in journalistiek van de oude stempel. Factcheckers die desinformatie aan het licht brengen hebben plaatsgemaakt voor lobbyisten die de wereld in zwart of wit afschilderen.
Tja, “niemand leest nog feiten” lijkt mij een tamelijk eh, zwart-witte constatering. Is hier een heel handige auteur aan het werk, die ervoor kiest om Shira meteen zo van-dik-hout te typeren? Het kán. Maar de stijl en het verhaal blijven ónhandig, doorsnee, vol anglicismen ook (dat helpt ook niet). Als dat een keuze is, houdt Van den Berg die opvallend goed vol, ook in haar verteltechniek. Via Shira vernemen we allerlei feitelijks over het leven in oorlogsgebied, ze voert ook een heel informatief gesprek over archeologie, maar tot leven wil ze maar niet komen. Door toestanden met social media en een grenspost komt ze onverhoeds in een cel terecht. En wat doet ze daar? Maakt ze zich zorgen over haar spullen, haar directe toekomst, het gevaar voor bevriende betrokkenen in dit oorlogsgebied wellicht? Nee: ze gaat eens kalmpjes de vorige dag overdenken, en daarna nog haar jeugd en haar moeder.
Hier is geen personage aan het woord, maar een auteur, die ergens geleerd heeft: als de tijd stilstaat in een verhaal, kun je die mooi opvullen met flashbacks, zodat we het personage beter leren kennen. Maar er ís geen personage, alleen een informatievehikel, dat ik echt niet dringend beter hoef te leren kennen, hoe Belangrijk haar verhaal ook is.
Waarom heeft Van den Berg dit verhaal in romanvorm willen vertellen? Had er een essay van gemaakt, een stevig cultuurhistorisch boek, dan had ik het graag uitgelezen. Nu zit die vervelende Shira me steeds in de weg. Net als andere al-dan-niet fictieve elementen, zoals die opgraving die zo’n belangrijke rol in het verhaal lijkt te gaan spelen. Zijn die bedacht om een punt te maken – en is dat punt dan geldig in de echte wereld – of bestaan ze echt? Ik zou het kunnen googlen of het nawoord kunnen bekijken, maar ik zit nu even te lézen, ja. Hoewel, laat maar, ik ben er helemaal uit. Sorry Shira, je komt die cel nooit meer uit, ik leg je weg.
Laat een reactie achter