
De Muiderkring
Wie in de vorige eeuw teksten van dichters uit de Gouden Eeuw bestudeerde of erover doceerde, vond het meestal vanzelfsprekend dat het alleen mannelijke dichters waren, van wie de teksten de moeite waard werden geacht. Er waren weliswaar tijdens de vergaderingen van de zogenaamde Muiderkring ook enkele dames aanwezig op het Muiderslot, waarvan één zelfs een ‘onwaardeerlijke’, d.w.z. niet genoeg te waarderen, vrouw werd genoemd, maar de waardering voor die vrouwen had toch vooral te maken met hun muzikale en andere kwaliteiten en veel minder met de ‘gelegenheidsgedichten’, die ze naast hun vele andere activiteiten af en toe schreven. Op het schilderij van Jan Kruseman lijkt het wel of ze helemaal op de voorgrond en zelfs in het centrum van de belangstelling staan: de zittende Anna Roemers en de staande Maria Tesselschade, die kennelijk bezig is een tekst voor te dragen en haar voordracht ondersteunt met een handgebaar, terwijl de belangrijkste heren (Cats, Huygens, Hooft en Vondel) aan haar lippen hangen. Alleen haar zus Anna gunt haar geen blik, maar kijkt zelfbewust naar de schilder.
Intussen weten we het allemaal: Jan Kruseman portretteerde figuren, die zich in de realiteit nooit in dat gezelschap samen bevonden. Hij leefde in de negentiende eeuw en het verhaal van de Muiderkring is een mythe, een negentiende-eeuws verzinsel, dat werd bedacht om het nationalisme van de Nederlanders aan te wakkeren.
Maar wie zijn die twee geportretteerde vrouwen dan wel en wat deden ze dan precies in dat mannenclubje, dat kennelijk nooit in die formatie heeft bestaan? De bekendste is ongetwijfeld Maria Tesselschade, die veelzijdig getalenteerd was. Ze wordt geroemd om haar belezenheid, haar talenkennis, haar dichterskwaliteiten, haar muzikale talenten (zowel zingen als muziekinstrumenten bespelen) en haar vermogen om met een diamantpen glazen te graveren. Ze wordt de ‘muze van de Muiderkring’ genoemd. Haar oudere zuster Anna was haar daarin voorgegaan.
Podcasts
Op een gegeven moment begon men te denken dat de gezusters Roemers te zeer ‘ondergewaardeerd’ werden en stilaan groeide ook de behoefte om het literair werk van de beide dames opnieuw te bekijken en in boekvorm uit te geven, wat resulteerde in een wetenschappelijke editie van de gedichten van Maria Tesselschade in 1994 en van de gedichten van Anna in 1999. Daarna volgden de rehabilitaties in literatuurgeschiedenissen en schoolbloemlezingen en recent kwamen er ook ‘podcasts’ over de beide dames, voorzien van bloemlezingen met hertalingen door gerenommeerde schrijvers, samen met didactische materialen, ontwikkeld door bekwame vakdidactici. Ik heb het hier natuurlijk over de twee podcasts van de Historische Klassiekers, die de afgelopen maanden herhaaldelijk op Neerlandistiek zijn aangekondigd. Het gaat om aflevering 2, ‘Alfred Schaffer en Lieke van Deinsen over Anna Roemers (1583-1651)’ en aflevering 3, ‘Ilja Leonard Pfeijffer en Olga van Marion over Tesselschade Roemers (1594-1649)’. De beide podcasts werden gemaakt ‘door Fleur Speet (script en presentatie, productie, regie en redactie, co-edit, logo, proza-fragmenten), Annelore van Gool (opname, montage en edit), Annelies Verbeke (co-edit), Seppe Roosen (muziek), Idriss Rouchiche en David Krooshof (mastering), Joke Brasser en Marie-José Klaver (lesmateriaal), Evi Dijcks (Wist-je-datjes) en Vera Anna Mae Polkamp (pentekeningen)’. Het initiatief werd ruim gesubsidieerd door niet minder dan zeven instellingen en organisaties uit Nederland en Vlaanderen: ‘het Nederlands Letterenfonds, het Cultuurfonds, Literatuur Vlaanderen, de dr. C. Louise Thijssen-Schoute Stichting, het Hendrik Mullerfonds en de Carla Atzema Soroptimist Prijs’.
Als er zoveel publieke middelen geïnvesteerd worden in deze podcasts, dan mogen we aannemen dat er wel een ruime maatschappelijke en culturele behoefte aan moet zijn. Of er ook een dringende onderwijskundige behoefte aan bestaat, is natuurlijk wel zeer de vraag. Leraren Nederlands hebben vandaag de dag al zoveel te verhapstukken, dat er voor historische letterkunde maar weinig tijd meer overblijft, en de vraag is dan ook of je behalve aan de canonteksten ook nog tijd hebt om aandacht te besteden aan ‘poetae minores’ van de Gouden Eeuw. Jammer genoeg vrezen we dat er voor de beide podcasts en de uitvoerige bloemlezingen (plus hertalingen) van Anna Roemers (elf gedichten) en van Maria Tesselschade (tien gedichten) in het voortgezet onderwijs onvoldoende tijd uitgetrokken zal kunnen worden.
Hertalingen
Maar laten we eerst eens kijken naar de bloemlezingen, de hertalingen en de commentaren. Hertalingen van gedichten dienen in de eerste plaats om de originele teksten begrijpelijker te maken. Wat Pfeiffer betreft, kunnen we zeggen dat hij daar volkomen in geslaagd is. Zijn hertalingen zijn vlot leesbaar, sierlijk en elegant, literair (met rijm, ritme en stijlfiguren) en met respect voor de oorspronkelijke tekst, zoals we dat van hem konden verwachten. Maar dat kan niet gezegd worden over de ‘bewerkingen’ van Schaffer, die kennelijk meent dat hij Anna Roemers moet verbeteren, uitbreiden en actualiseren. In het gedicht voor Jacob Cats wordt bijvoorbeeld plots Virginia Woolf opgevoerd met een citaat uit Mrs. Dalloway, dat niets ter zake doet. (Elders zijn het James Brown, Liszt, Pascal, Truman Capote en Clara Schumann.) Ook het gebruikte taalregister valt volledig uit de toon, zo wordt ‘borduurwerk’ bij hem ‘installatiekunst’, de ‘luit’ wordt een ‘slidegitaar’, een schrijver van christelijk geïnspireerde poëzie wordt een ‘geweldenaar’ genoemd en ‘verwarde stemmen’ wordt vertaald als ‘vette varkens die door mekaar gillen’. Hij voegt ook voortdurend zinnen aan de oorspronkelijke tekst toe, zoals ‘dit wordt een potje slijmen eersteklas’, ‘ik schraap mijn keel’, ‘al klinkt dat uit mijn mond misschien wel plat’ en ‘ik ruik een format, een verdienmodel’. Misschien klinkt het ouderwets, maar woorden als ‘shit’, ‘zum Kotzen’, en ‘@HaatenNijdXL’ (sic) horen volgens ons niet thuis in deze hertalingen, ook al zijn die niet in versvorm, maar in proza geschreven. Schaffer laat soms zelfs zien, dat hij niet goed begrepen heeft wat er staat, bv. hij spreekt over ‘mijn potlood’, terwijl het in het gedicht over een pen gaat: een ganzenveer, die wordt versneden. Is er dan niemand van al die medewerkers die dat heeft opgemerkt?
Lesbrieven
Over de podcasts zelf kunnen we kort zijn: er wordt veel informatie gegeven, de dichters krijgen de gelegenheid om hun hertalingen voor te lezen en toe te lichten, en de wetenschappers lopen over van een aanstekelijk enthousiasme. Of ze ook druk beluisterd zullen worden, weet ik niet, maar ik neem aan dat ze niet in de eerste plaats bedoeld zijn voor eenzame joggers, huismannen of huisvrouwen, die tijdens hun eentonige activiteiten de verveling met een podcast willen verdrijven. De podcasts mikken ook op het voortgezet onderwijs en dat bewijst de aanwezigheid van ‘lesbrieven’ bij elke podcast. Die beginnen telkens met een introductie over de dichter door de leraar en gaan dan verder met groepsopdrachten voor de leerlingen. In de lesbrief over Anna Roemers moeten de leerlingen twee gedichten van Anna vergelijken, een essay van Virginia Woolf lezen (in het Engels, zonder vertaling) over de afwezigheid van schrijvende vrouwen in de tijd van Shakespeare en een fictieve brief aan Woolf schrijven als reactie op haar essay. Woolf toont in haar essay aan dat vrouwen met een vergelijkbare genialiteit als die van Shakespeare in het Elizabethaanse tijdperk geen kansen kregen door maatschappelijke beperkingen, gebrek aan opvoeding en de druk om te trouwen. Voor de gezusters Roemers klopt dat natuurlijk niet: zij waren juist wel goed opgeleid en ze kregen volop de kans om zich te ontwikkelen, te vertoeven in ‘geleerde’ kringen, te schrijven en allerlei artistieke disciplines te beoefenen. Anders dan de gefingeerde zuster van Shakespeare uit het essay van Woolf, waren ze niet gebonden aan huiselijke plichten en konden ze volop hun talenten uiten.
De leerlingen moeten na de lectuur van het essay een fictieve brief schrijven aan Woolf om aan te tonen dat haar stellingen niet kloppen. Dat is een wat vreemde opdracht natuurlijk, niet alleen omdat Woolf volkomen gelijk heeft, maar ook omdat er tijdens de Gouden Eeuw in Nederland ongetwijfeld ook veel vrouwen geweest zijn, die niét de kans kregen om hun talenten te ontwikkelen. Anders gezegd: de opdracht wekt ten onrechte de indruk, dat Woolf ongelijk heeft en dat wat in Engeland gold niet het geval was in Nederland. Het leermiddel bevat nog andere anomalieën: het eindigt met een bibliografie met ‘achtergrondinformatie over Anna Roemers en het humanisme’, maar die bestaat uitsluitend uit publicaties over Anna Bijns en de rederijkers (waarover de eerste aflevering van de Historische Klassiekers ging). De tweede lesbrief (over Maria Tesselschade) bevat na de introductie door de leraar een vergelijkingsopdracht over een sonnet van Hooft (zonder hertaling!), een gedicht van Maria Tesselschade (met de hertaling van Pfeiffer) en een gedicht van Herman Gorter. Daarna lezen de leerlingen een lang krantenartikel (5 blz.) over het gebruik van ChatGPT in persoonlijke communicatie., onder de titel ‘Kijk nooit mee in iemands chatgeschiedenis, en 21 andere etiquetteregels om met AI om te gaan’. Dit artikel vormt de aanleiding tot een vergelijkingsopdracht tussen de wijze waarop in de vriendenkring van Anna en Maria werd omgegaan met sociale contacten en de manier waarop jongeren vandaag de dag met elkaar communiceren via appgroepen en de sociale media. Ten slotte lezen en interpreteren de leerlingen het troostgedicht van Maria voor Constantijn Huygens na het verlies van zijn vrouw Suzanna van Baerle. Als we dit lesmateriaal in zijn geheel zouden moeten beoordelen, zouden we willen zeggen dat er ongetwijfeld veel goede ideeën in zitten, maar dat er te vaak wordt weggelopen van de gedichten van de beide Roemers en te veel aandacht wordt geschonken aan teksten die daar weinig of niets mee te maken hebben…
Nieuw leermiddel
Het leermiddel, dat wij over de dichters hebben samengesteld, focust op zes gedichten, drie van elke dichter, waarvan we een zo letterlijk mogelijke hertaling gemaakt hebben, die geen enkele literaire pretentie heeft. Het doel van onze hertalingen is immers niet om de aandacht af te leiden van de originele tekst, maar wel om die tekst gemakkelijker te kunnen begrijpen. Een van de zes gedichten is een lied, waarmee we willen aantonen dat ook liedteksten in de zeventiende eeuw volop functioneerden in geleerde en artistieke kringen. Het lied is overigens opgenomen op een cd en het kan op YouTubebeluisterd worden. Omdat alle kunsten in die tijd dezelfde onderwerpen behandelen, laten we ook schilderijen, tekeningen en gravures zien met soortgelijke thema’s als de gedichten. Het leermiddel sluit aan bij de voorkennis van de leerlingen betreffende de zogenaamde Muiderkring, waar ze tijdens hun schoolcarrière ongetwijfeld al van gehoord hebben, en het Muiderslot, dat ze wellicht tijdens een schoolexcursie bezocht hebben. Het sluit ook aan bij de leermiddelen, die we eerder ontwikkeld hebben over Hooft, Vondel en Huygens. Verder bevat het een heleboel vragen en opdrachten, die afwisselend tekstbestuderend en tekstervarend zijn en die zowel individueel als klassikaal en in groepjes beantwoord en uitgevoerd kunnen worden. Het leermiddel beantwoordt aan het Conceptexamenprogramma Nederlandse taal en literatuur vwo versie 2 september 2025 (Nederland) en aan de Eindtermen Nederlands aso, kso, tso, finaliteit doorstroom (Vlaanderen). Het streeft de volgende concrete doelstellingen na.
Doelstellingen van het leermiddel
- De leerlingen kunnen het begrip ‘Muiderkring’ verklaren en de gangbare historische kritiek op dit begrip weergeven.
- De leerlingen kunnen de belangrijkste figuren, die op het schilderij van Jan Kruseman worden voorgesteld, aanduiden en benoemen.
- De leerlingen kunnen Anna en Maria Tesselschade Roemers situeren in de Nederlandse literatuurgeschiedenis.
- De leerlingen kunnen de gedichten analyseren en interpreteren met behulp van de gegeven hertalingen.
- De leerlingen kunnen de verwijzingen naar de antieke mythologie in de gedichten aanwijzen en uitleggen.
- De leerlingen kunnen de hertalingen van de gedichten door Alfred Schaffer en Ilja Leonard Pfeiffer interpreteren en beoordelen.
- De leerlingen kunnen het verband leggen tussen de inhoud en de thematiek van de gedichten en afbeeldingen van de zeventiende-eeuwse plastische kunsten.
- De leerlingen kunnen de gedichten van Anna en Maria Tesselschade vergelijken met de thematische verwante poëzie van Hooft en Huygens.
- De leerlingen zijn bereid om over hun leeservaringen van gedachten te wisselen.
- De leerlingen zijn bereid om op de morele boodschappen die in de gedichten gegeven worden (bv. met betrekking tot de rolverdeling van mannen en vrouwen in de maatschappij), op een genuanceerde manier te beoordelen.
Het digitale leermiddel is gepubliceerd op de officiële portaalsite van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs KlasCement. Het kan hier gratis gedownload worden.
Laat een reactie achter