Het is iets waarover ik nog nooit gelezen heb, en misschien is het dus wel vooral een bewijs van mijn wankele psychische staat. Dat ik in verloren minuten, wanneer ik bijvoorbeeld alleen op straat loop en een beetje moe ben, vrij willekeurige woorden denk om mijzelf te vertreden. Zoals oachkatzlschwoaf. (Beluister het in deze video.)
Het is een Beiers woord voor de staart van een eekhoorn. Op de Wiktionary lees ik dat het een Beiers sjibbolet is omdat men in Beieren meent dat buitenlanders het niet juist kunnen uitspreken, maar over die informatie beschikte ik niet tot ik vijf minuten geleden aan dit stukje begon. Ik heb het zo’n veertig jaar geleden geleerd van een Beierse vriendin, als een voorbeeld van hoe die taal klonk die zij thuis in Beieren – waar ze zo graag weg wilde – geacht werd te spreken. Het heeft zich in mijn hoofd gevestigd, en hoewel ik die vriendin al minstens 35 jaar niet meer heb gezien, hoe zou het met haar gaan, hier in Nederland, ik zie nu dat ze zich hier heeft gevestigd, zeg ik dat woord denk ik gemiddeld een of twee keer per maand, maar altijd als er niemand bij is.
Willekeurig
Ik denk niet dat iemand anders het mij ooit heeft horen zeggen. En eigenlijk doe ik het altijd zonder veel erg, ik werd me er pas een tijdje geleden bewust van. Het is ook helemaal niet zo dat ik aan die vriendin denk als ik dat woord denk. Ik denk dat woord, en voor zover ik kan nagaan denk ik verder hooguit vagelijk nog ‘eekhoorntjesstaart’. Oachkatzlschwoaf is mijn énige woord Beiers.
Ik vraag me af of andere mensen dat ook hebben. NIet per se met oachkatzlschwoaf, maar dat er af en toe willekeurige woorden naar boven komen. Ik interpreteer het vooralsnog als een onderdeel van de taalmachine die permanent doordraait in mijn hoofd, en misschien wel van iedereen. Ook op momenten dat je niet echt een coherente gedachte hebt, zijn er nog wel woorden die even oplichten in je geheugen.
Het enige parallelle fenomeen dat ik kan bedenken is dat mensen die soms alleen zijn soms vrij willekeurige liedjes fluiten. Ze doen er duidelijk niet erg hun best voor, het is ook niet voor anderen bedoeld, het is een herinnering die ze kennelijk hebben en op deze manier uiten. In hun gedachteloosheid blijven de hersenen actief en dit komt dan vrij willekeurig naar boven.
Ik wilde weten hoe het woord ‘Oachkatzlschwoaf’ klinkt: hier de link: https://de.wiktionary.org/wiki/Oachkatzlschwoaf
De link gaf Marc al.
Dit fenomeen, zoals ik het lees en interpreteer, semi-afhankelijk van de aard van waarom je het zegt (compulsief, impulsief of bewust/onbewust enz.), doet me denken aan vocaal/auditief stimmen. Het is een beetje de talige versie van bewegen met het lichaam om prikkels te stimuleren en/of reguleren: bij kinderen zien we het ‘t meest in duimen/zuigen, wapperen met de handen en ander repetitief gedrag. Vaak wordt het gedaan (kan zowel hardop als ‘binnen het hoofd’) met als doel gerust te stellen, maar ook soms om, als de informatiestroom die binnenkomt niet genoeg is en dus verveelt, een manier toch genoeg stimulans te krijgen om hetgeen waar men mee bezig was te doen. Volgens mij is het heel algemeen menselijk gedrag, ik herken iets soortgelijks bij mezelf in ieder geval wel, een soort talige zelf-regulering.
Voor de zekerheid een disclaimer: ben geen psycholoog, dus ik zeg ook maar wat als louter iemand met een interesse in dit soort dingen.
Voor mij zijn ‘ennendappel’ /En@dAp@l/ (dennenappel) en ‘strooptafel’ (stroopwafel) zulke woorden. Met een positieve connotatie, gewoon om aan iets leuks te denken. Ze spoken al tientallen jaren door mijn hoofd. Ik leerde ze van mijn kinderen.
Onderdeel van de taalmachine? Wat in het binnenbrein gebeurt ben je je niet van bewust, wel wat het doet. En is dat een reden om het een taalmachine te noemen? Misschien is dit wel een verlangen om een AI te zijn die alles oplost? Grapje. Nee, …het is geen taalmachine. (Het Cartesiaanse Theater blijft maar terugkeren.)
Vaak krijg ik bij een oprisping van een woord’ een stad of dorp in gedachten. Ik heb niet het syndroom van Gilles de la Tourette. Het binnenbrein heeft iets anders in zijn hoofd dan jij denkt. ‘Oachkatzlschwoaf’ is misschien een condensatie van gebeurtenissen van toen, zoals wanneer ik aan een dorp of stad moet denken.
Barberkeuen.