
Eind 2025 verscheen de bundel rode runen. De herontdekking van de visionaire dichter Ella Wassenaer. Het ontwerp met wilde letters en tekens op het voorplat roept associaties op met de Cobra-beweging. In het hart van de bundel staan de gedichten van Ella Wassenaer; in het Fries met de originele typografie en daarnaast in rood de Nederlandse vertaling. De uitgave bevat ook literaire bijdragen en essays van hedendaagse vrouwelijke auteurs. De gedichten, oorspronkelijk verschenen in de jaren vijftig, worden op verschillende manieren naar het heden gehaald en onder de aandacht van lezers van nu gebracht. De herontdekking van Wassenaers poëzie was het onderwerp van een literair multimediaproject met festivaloptredens en een podcast. Wie was Ella Wassenaer en wat maakt haar poëziebundel uit 1959 zo uniek?
De gedichten van Ella Wassenaer
Vijfenzestig jaar na de publicatie van de Friestalige gedichten in reade runen stond Wassenaers poëzie in het middelpunt van de belangstelling tijdens het literatuurfestival ‘Explore the North’. Geïnspireerd door haar experimentele gedichten uit de jaren vijftig ontstond de voorstelling ‘De herontdekking van Ella Wassenaer’. Dat de line-up uit louter vrouwen bestond was geen toeval. Doel van het project was een warme context te scheppen voor de poëzie van Wassenaer in tegenstelling tot de destijds kille en uitsluitend mannelijke ontvangst van de bundel in de jaren vijftig, aldus de initiatiefnemers in de bundel rode runen.
De oorspronkelijke bundel reade runen was in1959 een gewaagd literair experiment. Wassenaer schreef haar gedichten in het Fries en gebruikte een oudere spelling, die afweek van de toen gebruikelijke spreektaal. Dat de poëzie was geschreven door een vrouw maakte het destijds ook maatschappelijk gezien tot een uitzonderlijke publicatie. In die tijd werd geen enkele poging gedaan om het werk van Friese dichteressen te begrijpen, zo constateert Albertina Soepboer in haar essay in rode runen. Pas in de jaren negentig verschenen de eerste studies over vrouwelijke auteurs in de Friese literatuur. Zo publiceerde in 1993 Jelma Sytske Knol haar baanbrekende studie naar Friese dichteressen, getiteld Út syn aerd wei froulik. Fryske dichteressen en it misferstân.
Persoon achter de pseudoniemen
Achter het pseudoniem Ella Wassenaer ging onderwijzeres en auteur Lipkje Post-Beuckens (1908-1983) schuil. Toen haar eerste gedichten in het vooruitstrevende Friese literaire tijdschrift De Tsjerne verschenen, was ze al bekend onder haar andere pseudoniem Ypk fan der Fear. Ze publiceerde Friestalige romans waarvan twee ook in Nederlandse vertaling verschenen: Tot hem uw begeerte (1960) en De bruidegom komt (1952). In 1979 ontving ze voor haar oeuvre de prestigieuze Gysbert-Japicxpriis. In de Friese literatuurgeschiedenis Zolang de wind van de wolken waait (2006) wordt Fan der Fear een voortrekkersrol toebedeeld binnen het Friese proza van de naoorlogse periode.
De romans van Fan der Fear staan centraal in het proefschrift The Orthodoxy of the Heart. Faith, Fryslân, and Feminism in the Novels of Ypk fan der Fear (1998) van Hanneke Hoekstra. Hoe uniek en veelzijdig haar auteurschap was, blijkt uit de biografische informatie in Hoekstra’s studie. Haar tijd als jonge onderwijzeres op het Friese platteland inspireerde Post-Beuckens om verhalen te schrijven. De romans spelen zich af in Friesland met vrouwen in de hoofdrol en aandacht voor het leven van buitenstaanders. Ze schreef naast romans en poëzie ook columns. Zo had ze als Frou X meer dan dertig jaar een column in het Friesch Dagblad, gericht op de vrouwelijke lezers en hun leefwereld. In 1951 verscheen haar werk in de verhalenbundel Sawn is in galgefol met verder uitsluitend verhalen van mannelijke auteurs. Ze was actief lid van de Friese schrijversbond en hield in 1968 een lezing over haar auteurschap voor de Noordelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.
Vrouwelijke Vijftigers
Haar pseudoniem verwijst naar Ellen Warmond, de dichter met wie Ella Wassenaer zich verwant voelde. Warmond debuteerde zes jaar voor Wassenaer met de bundel Proeftuin. Haar gedichten werden opgenomen in Nieuwe griffels, schone leien (1954), een bloemlezing met Nederlandse avant-gardistische poëzie. Samensteller Paul Rodenko noemde haar een van onze belangrijkste moderne dichteressen. Toch werd Warmond lange tijd niet opgenomen in de literatuurgeschiedenis als een van de dichters van Vijftig. Daar kwam pas recent verandering in.
In 2025 publiceerde Graa Boomsma de omvangrijke literatuurgeschiedenis Breken is bouwen. Vijfenzeventig jaar Vijftigers, waarin hij de blik van de literatuurgeschiedenis op de Vijftigers heeft verruimd door ook aandacht te besteden aan de vernieuwende poëzie van vrouwelijke en Vlaamse dichters uit die periode. In Breken is bouwen is een apart hoofdstuk gewijd aan de vrouwelijke dichters. Daartoe rekent Boomsma naast Warmond ook Sonja Prins, Ankie Peypers, Lizzy Sara May, Mea Strand en Susanne Lecointre. Hun rol in de vernieuwing van de poëzie is lang verzwegen of veronachtzaamd, aldus de auteur. Hij eindigt het hoofdstuk met de constatering: ‘Het blijft verbazingwekkend dat er zoveel vrouwelijke dichters die zo dicht bij de mannelijke Vijftigers stonden zo lang buiten beeld zijn gebleven.’
Experiment in de poëzie
De vernieuwingen in de naoorlogse poëzie inspireerden Ella Wassenaer. Zowel inhoudelijk als grafisch was reade runen in die tijd een experimentele bundel. Haar gedichten houden zich niet aan de traditionele versvormen; hoofdletters, interpunctie en rijm ontbreken. In hun essays in rode runen laten Elisa Demarré en Maria Barnas zien hoe Wassenaers gedichten aansluiten bij de Vijftigers. Hun invloed is voelbaar, zo stelt Barnas, en blijkt uit de associatieve sprongen en het belang van klank boven grammaticale correctheid.
Wassenaers poëzie onderscheidt zich van mannelijke tijdgenoten door een feministische onderstroom. Haar gedichten verwoorden een vrouwelijke binnenwereld die zich verzet tegen de positie van de vrouw in de verstikkende sociale orde van Friesland in de jaren vijftig. In haar essay in rode runen noemt Albertine Soepboer haar een rebel. Ze omschrijft haar poëzie als een zoektocht naar een eigen vrouwelijke stem, zoals in dit fragment van het titelloze gedicht op pagina 21 van de bundel: ‘uit al mijn kloven/zal ik schreeuwen/om het woord/het nieuwe/waar ik elk moment/in geloven/kan’ (vertaling van Zindzi Tillot Owusu).
Inspiratiebron
Met het project rode runen wordt Wassenaers poëzie op een eigentijdse manier onder de aandacht gebracht van een nieuwe generatie lezers. Het begon met een toevallige ontdekking van een verweerd exemplaar van de bundel reade runen door Marleen Nagtegaal van ‘Explore the North’. De gedichten werden in een gezamenlijk project vertaald van het Fries naar het Nederlands. Dichter en vertaler Zindzi Tillot Owusu beschrijft in de bundel het vertaalproces als een creatieve puzzel met woordenboeken. Op eigentijdse wijze brachten vier literaire makers hun vertaling van Wassenaers poëzie onder de aandacht van een nieuw publiek in een voorstelling op festivals als Oerol. Door de gesprekken met Friestaligen in het publiek werden zij verder op weg geholpen. Hoe de poëzie van Wassenaer in het Fries klinkt, laat Albertina Soepboer in een podcast over het project horen.
Dat de poëzie van Wassenaer ook nu inspireert blijkt uit gedichten van vier hedendaagse vrouwelijke dichters in rode runen. Onder ‘zonder titel’ zijn vijf gedichten opgenomen van Zindzi Tillot Owusu. Naast het Friese gedicht ‘waansin fan myn siel’ van Jaimy Hendriks staat ook de Nederlandse vertaling. Charlotte Westra neemt in haar gedicht ‘Vrouw in de papierpers’ niet alleen inhoudelijk maar ook typografisch Wassenaers poëzie als voorbeeld. Het beeld van de middeleeuwse Suster Bertken in haar cel in een van Wassenaers gedichten krijgt door Mona Thijs in haar verhalende gedicht ‘missie bertken’ een nieuwe vorm ten tijde van de coronapandemie.
De essays in de bundel wisselen de poëzie af en geven duiding aan Wassenaers gedichten. Zo trekt Sophia Blyden een parallel met de hedendaagse popmuziek en vrouwelijke artiesten als Taylor Swift. Annelies Verbeke geeft in haar bijdrage aan rode runen ook duiding aan het proza van Ypk fan der Fear en legt een link tussen de romans en het genre van de gothic novel. In haar bespreking van rode runen voor het Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift De Lage Landen wijst ook slavist Elise Vos op de gothic sfeer van Wassenaers verzen. De gedichten in reade runen zijn vijfenzestig jaar later een ware inspiratiebron voor een nieuwe generatie vrouwelijke stemmen in de literatuur.
Literatuur
Willem Bongers-Dek en Marleen Nagtegaal (samenstelling en redactie), rode runen. De herontdekking van de visionaire dichter Ella Wassenaer, gedichten uit het Fries vertaald door Zindzi Tillot Owusu, Pelckmans, Kalmthout, 2025
Graa Boomsma, Breken is bouwen. Vijfenzeventig jaar Vijftigers, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2025
Hanneke Hoekstra, The Orthodoxy of the Heart. Faith, Fryslân, and Feminism in the Novels of Ypk fan der Faer, FFYRUG, Groningen, 1998
Trudy van Wijk, Geef niet mee! Een biografie van Ellen Warmond, Walburg Pers, Zutphen, 2024
Laat een reactie achter