Over Meisje in het veen van Koos van Zomeren

Willem Egge, de hoofdpersoon in Koos van Zomerens kleine roman Meisje in het veen (1996), zoekt in Drenthe vergetelheid. Weg van de sleur, weg van zijn ‘aanstaande ex’ Itske, al helemaal weg van zijn leven als leraar biologie en de daarbij opgelopen burn-out. De weg naar de vergetelheid leidde hem naar een afgesloten observatiepost, naar het leven van vogels. Maar wat hij vindt, is een dood meisje. Zij vond de dood terwijl hij vanuit zijn tent naar torenvalkjes en klauwieren uitkeek, een auto had horen komen, maar die waarneming naar de marge had verdreven.
Als hij met haar dode lichaam geconfronteerd wordt, is het gedaan met die vergetelheid: hij moet zijn ontdekking melden en fietst over de heide naar de biologieboerderij ‘bij Zwartemeer in het veen’. Daar is een telefoon waarmee hij de autoriteiten op de hoogte kan brengen van zijn vondst. Andere tijden, zonder mobiele telefoon. Bij zijn fietstocht denkt Willem aan koeien en klauwieren, aan de Bijbel en aan zijn Itkse en eigenlijk nauwelijks aan het dode meisje. De parallellen tussen wat het meisje overkwam en wat Willem in de natuur zag, liggen intussen voor het grijpen: de moorddadige grauwe klauwieren en hun doortastende manier van doden, de wreedheid in de natuur.
Succes
Bij al zijn overdenkingen gaat het ook over pijn en empathie, in de natuur en het ziekenhuis: ‘De erkenning van andermans pijn was het begin van alle beschaving’, zo weet Willem. Hij citeert daarmee (onbedoeld) Koos van Zomeren. Zijn verhalenbundel Het scheepsorkest (1989) opent met een motto, ontleend aan NRC Handelsblad: ‘Misschien is dit wel het begin van alle beschaving: de erkenning van andermans pijn’. In het denken van Willem raakt dat meegevoel vervolgens op de achtergrond. Staat zelfs ter discussie, waar hij memoreert dat biologen vooral sympathie voelden voor beesten die succes hadden, voor nakomelingen zorgden. Nul mededogen met de losers.
Het huwelijk van Willem en Itske is kinderloos, bijgevolg geen biologen-applaus. Het lijkt erop dat hij in zijn werkzaam leven favoriete leerlinges als kinderen adopteerde en zo zijn leven, in termen van de biologie, tot een succes maakte.
Dood van dieren
Wanneer Willem terugkeert naar de plaats waar hij het meisje vond, brandt de zon genadeloos en verricht de recherche nader onderzoek. Hij kijkt dan eindelijk goed, ziet haar gympen, de blote enkels en navel – en stelt zich voor hoe haar laatste uren geweest waren, stelt zich voor dat ze zijn dochter geweest was. Van de weeromstuit begint hij te fabuleren: hoe het meisje van een examenfeestje huiswaarts keerde, meegenomen was door iemand van de school. Hij denkt aan een van zijn leerlingen en transformeert het dode meisje in gedachten in zijn favoriete leerlinge. Omstanders gingen niet mee in zijn veronderstellingen, Willem kreeg zo het idee beschuldigd te worden. Van mogelijke vader naar mogelijke dader.
Het denken over schuld en boete krijgt een vervolg in de autorit naar Groningen. Zijn broer Ulco geeft hem een lift. Die rit lijkt, zoals eerder opgemerkt, op die van Richard en Chris in De witte prins. Ook daar is de bestemming niet onbelangrijk, maar de weg ernaar toe, met een niet te stoppen reeks waarnemingen van de natuur, veel belangrijker. Iets soortgelijks geldt voor de overwegingen over dood en leven, over empathie en het ontbreken ervan, als wolken vergezellen die gedachten de twee broers op hun tocht naar het noorden. Ook voor de lezer verrijken ze de weg naar Groningen.
In de stad Groningen ontmoet Willem een oud-leerlinge, die zijn zelfbeeld een flinke knauw geeft, en na een vervreemdend bezoek aan haar huis gaat hij op weg naar zijn eigen huis, waar de boedelscheiding wacht en hij met een kennelijk gemak Itske de romans van Isabelle Allende en de CD’s van Tracy Chapman gunt. Over het dode meisje raakt hij ook bij Itske niet uitgepraat: haar dood lijkt een aansporing om anders tegen het leven, tegen zijn leven aan te kijken. Een breekpunt in zijn lege en leger wordend leven: ‘er zit opeens weer een verhaal in je leven’, zei hij al eerder tot zichzelf. Niet alleen het dode meisje zorgt voor een kanteling in zijn leven, ook de onophoudelijke confrontatie met de dood van dieren draagt daaraan bij.
Laat een reactie achter