
Kijk, bij de Librisprijs staat er wat op het spel: harde knaken. En dat beperkt zich niet tot die felbegeerde vijftig ruggen voor de laureaat, want het inmiddels bekende ‘Libriseffect’ betekent ook dat het winnende boek kan beginnen aan een (al dan niet tweede) zegetocht in de Bestseller 60. Aardig dus om te constateren dat de roman Geld verdienen van Hanna Bervoets thematisch gezien in goed gezelschap verkeert op de groslijst van de prijs van 2026.
Daar vinden we bijvoorbeeld ook Boek 1 van Martin Rombouts (Dirk Vandenberghe op de lage landen: ‘[Erin zit] kritiek over onze omgang met geld, over de verschillen tussen wel en geen kapitaal hebben, over de macht of de onmacht die dat met zich meebrengt’) en De bandagist van Marente de Moor (Nina Polak in de Volkskrant: ‘Het is dé grote roman over ongelijkheid, tussen bezitters en niet-bezitters, boomers en jongeren’). Zet deze boeken in een rijtje met een met cryptocurrency en internetjargon doorspekte roman als 0xBlixa (2023) van Vincent van Meenen (achterflap: ‘portret van de digitale goudkoortsgeneratie’) en je zou zomaar zelf aan het stacken kunnen willen slaan. Pecunia non olet, leerde ik vroeger bij Latijn, en dat is eigenlijk helemaal geen verkeerd uitgangspunt om de inhoud van bovenstaande romans eens mee onder de loep te nemen. Rijk worden, passief inkomen, de woningmarkt, bitcoin, beleggen, de winnaars en verliezers van het kapitalistische systeem, side hustles – welkom in de 21e eeuw.
In Geld verdienen houdt hoofdpersoon Ellie zich op internet bezig met theorieën over aandelen die in de toekomst weleens enorm in waarde zouden kunnen gaan stijgen. Speculeren dus. Overtuigd van de enorme winstpotentie van een Australisch wijnbedrijf besluit ze daar haar spaargeld in te stoppen. Wanneer de uit het oog verloren jeugdvriendin Freya weer in haar leven opduikt, deelt Ellie haar geheimtip. Freya ontpopt zich als nogal matig geïnformeerd finfluencer en spoort in die hoedanigheid een rits volgers aan om eveneens geld in het aandeel te pompen. De koers stijgt, maar dan gebeurt er wat geks: de beleggers krijgen vreemde klachten. Oude neuroses en fysieke problemen steken de kop op, in heftigheid toenemend naarmate er meer geïnvesteerd wordt. De spanning rond het almaar in prijs stijgende aandeel loopt op – als een bloeddorstige meute zwepen de beleggers elkaar op om vooral niet te verkopen: HODL! – en de vraag wanneer de bubbel tot barstens toe wordt opgeblazen kent als antwoord een behoorlijk gewelddadige maar ook vrij onwaarschijnlijke afloop.
Als lezer weten we al direct dat het mis zal gaan: meteen in de proloog richt Ellie zich tot ‘jullie’ – de andere beleggers – en maakt ze ons duidelijk hoe we de rest van de tekst moeten lezen, namelijk als haar kant van het verhaal. In de hoofdstukken die volgen lezen we hoe het zich allemaal zou hebben ontvouwd.
Aan de ene kant is er in de roman allerlei interessants aan te wijzen (het morele vraagstuk rondom beleggen – is dat wel geoorloofd met het oog op klimaat en maatschappij? – en het bijbehorende ambigue karakter van geld verdienen, vriendschap, de grote rol die schermen in ons leven spelen), maar daar staat toch een vrij grote mate van oppervlakkigheid tegenover. Het is gek genoeg het meest in het oog springende thema, dat morele vraagstuk rondom beleggen, dat flink wordt platgeslagen door Bervoets. Door de beleggers zulke extreme klachten te geven en deze ogenschijnlijk toch verder keurige en normale burgers op te voeren als een opgehitste horde (denk fakkels en hooivorken) verliest het geheel aan nuance, zeggingskracht en misschien vooral charme. Dat geldt ook voor de nogal vermoeiende en psychologisch gezien wat tweedimensionale wijze waarop Ellie zich aan Freya vastklampt. Het daadwerkelijke verhaal wil nooit echt spannend worden, het is er allemaal te overdreven voor.
Toch staat daar wel wat tegenover, en dat is de strakke compositie. Wie die in het vizier houdt en dus niet vergeet dat gedurende de hele roman uitsluitend Ellie aan het woord is – ook in passages waarin ze als personage zelf helemaal niet voorkomt – ziet hoe zich een interessanter schouwspel ontvouwt, waarin die frustrerende verhaalelementen minder storend zijn. Wanneer bijvoorbeeld het naderend onheil op nogal sleetse wijze wordt aangekondigd door een wolk die voor de zon schuift, beseffen we: het is Ellie die dit vertelt, en misschien past dit clichématige juist bij haar agenda. Gek genoeg is het niet vervelend dat deze gelaagdheid geregeld geëxpliciteerd wordt (na de wolkpassage lezen we bijvoorbeeld: ‘Was er echt een wolk? vraag ik me nu af. Of begon het toen al?’) – dit past juist bij Ellies construct. Ze veegt haar straatje doelgericht en consequent schoon. Wat daarbij helpt is dat ze vooral beweert te willen begrijpen. Zo lezen we in een van de laatste hoofdstukken:
[blokcitaat] “Nu jullie mijn verhaal kennen, probeer ik op mijn beurt dat van jullie te begrijpen. Ik wil het kloppend maken, logisch, het kastje in elkaar zetten zonder schroefjes over te houden. Ik heb me dan ook regelmatig afgevraagd waar jullie van droomden, voor jullie rijk werden of juist alles verloren.”
Inmiddels is bekend dat Geld verdienen niet heeft weten door te dringen tot de longlist van de Libris, dus een flinke kapitaalinjectie in de vorm van dat prijzengeld zit er voor Bervoets met deze roman niet meer in. Al zou ze, als ze Ellie heeft nagedaan en ook in goud heeft geïnvesteerd, gezien de ontwikkeling van de goudkoers sinds de publicatie van het boek heel aardig geboerd hebben.
Laat een reactie achter