
Wat doe je als je in een oplage van honderdduizenden exemplaren een mislukt boekje hebt laten drukken, en de mensen zeggen dat het een mislukt boekje is? Eveline Aendekerk, directeur van het CPNB, weet het: dan schrijf je een verongelijkt briefje aan de krant. Gisteren verscheen het in NRC.
Het boekje in kwestie is het Boekenweekgeschenk van dit jaar, Piaggio, geschreven door bestsellerauteur Hendrik Groen. Eveline Aendekerk is de vrouw die toen ze aantrad als directeur van het CPNB stelde dat bij de lezer van Marga Minco’s klassieker Het bittere kruid ‘het leesplezier eruit werd geramd’, en die aan het begin van deze boekenweek het werk van de bekende dichteres Hanny Michaelis wegzette als hopeloos verouderd. Nu niemand enig goed woord over heeft voor het broddelwerk dat Hendrik Groen onder auspiciën van Aendekerks organisatie heeft geleverd, kiest ze de tegenaanval.
Onaardig
Opvallend aan Aendekerks stuk is in de eerste plaats dat ze helemaal geen moeite doet om het boek van de door haar geselecteerde auteur te verdedigen. Ze zegt nergens dat het toch echt een goed boek is, dat de critici het niet begrepen hebben, dat het nu juist zo’n fijn verhaal heeft, of wat je verder zou kunnen verzinnen. In plaats daarvan stelt ze dat degenen die dat boekje bekritiseren het eigenlijk zouden moeten hebben over verkoopcijfers. Dat de Boekenweek geen literair project is, maar een campagne om het leesplezier erin te rammen. De cijfers zouden indrukwekkend zijn: de verkoop van literaire romans stijgt tijdens de Boekenweek al jaren spectaculair, tot honderd procent in 2025. Wie maalt er nog om een draak van een Boekenweekgeschenk als je ook kunt juichen over de marketing?
Het meest onthullende is de toon van de brief: die van de directeur van het pretpark. Aendekerk beschrijft de Boekenweek als “de leukste week van het jaar”. Wie kritiek uit, mist plezier. Wie vraagtekens zet, kan de zon niet in het water zien schijnen. Wie niet meejuicht om een opflakkering in een stervende markt, houdt niet van boeken. Ze sluit af met de wens dat de NRC-redactie die zo onaardig is over Hendrik Groen “leesplezier” mag ervaren. Die redactie heeft kennelijk te veel Marga Minco gelezen.
En zo mooi zijn die cijfers niet. Ja, de verkoop van literaire romans verdubbelde tijdens de Boekenweek, maar dat zegt misschien vooral iets over de rest van het jaar. Dat de literaire roman in Nederland kennelijk belabberd is en één week per jaar met gemak kan worden verdubbeld.
Aendekerk vertrekt bij de CPNB. Haar erfenis is er een van wansmaak gecamoufleerd met gepoch op verkoopcijfers, van een instortende boekenmark gecompenseerd door ‘de leukste week van het jaar’.
Voor een stuk heeft ze wel gelijk: de Boekenweek is alleen maar een promotieactie, en of dat Boekenweekgeschenk goed is of niet, speelt niet zo’n rol. Al bij al is dat ten slotte de opinie van enkelen, en andere enkelen kunnen het anders zien. Ik heb het ding niet gelezen, maar ja, ergens ben je als criticus natuurlijk altijd een beetje blasé. Dat weet ik. Ik publiceerde ooit 100 kritieken in één jaar tijd.
Boekenweek GESCHENK? Je moet wel eerst een boek kopen! Dit voelt totaal niet als een geschenk.
Kan iemand mij een GOED boekenweekgeschenkboekje noemen dat ooit uitkwam? Ik heb er al heel wat gelezen, en vind ze eigenlijk steeds weer saai, soms zelfs oersaai.
Dat boekje van Herman Koch was soms grappig, en had vaart, en Krabbé ging ook wel, maar ik als Krabbé-fan vond het toch minder.
Gaarne een tip? Ben zeer benieuwd.
De cijfers liegen niet,
dus als je niet van rotzooi houdt,
zit je goed fout.
Lekker puh.
De Boekenweek is ter viering van het Boek. Het is niet de Literatuurweek. De strategie van het CPNB is om mensen niet één keer per jaar (vlak voor Kerst), maar te verleiden om een tweede keer naar de boekhandel te komen. Het Boekenweekgeschenk is een geschenk van de boekhandel aan de lezer. Dat is heel simpel gezegd de bedoeling van de Boekenweek. Daarnaast heb je de Kinderboekenweek, de week van het Kookboek, de maand van de Filosofie, enzovoort. Dit alles om steeds maar weer het boekenvak te vitaliseren.
Dat de oorspronkelijk Nederlandse literatuur het moeilijk heeft is een totaal andere, hier los van staande kwestie. Die los je niet op met een Boekenweek, zeker niet als er zoveel negativiteit in de media wordt uitgestrooid. Het boekenvak blijft continu in beweging en het uitsluiten van genres is voor boekhandelaren geen vraag: zij verkopen inclusief. Het is wonderbaarlijk hoeveel weldenkende academici hun mond vol hebben van inclusie, maar genres met ook een flink lezerspubliek uitsluiten. Je kunt Kanye West niet vergelijken met Igor Stravinsky, maar er zijn velen die van hen genieten. Wie bepaalt waarvan je mag genieten? Niet de ander, lijkt mij.
Laten we het boekenvak vieren en ook proberen te kijken hoe we de oorspronkelijk Nederlandse literatuur kunnen stimuleren. Op scholen wordt literatuur instrumenteel ingezet om bijvoorbeeld aandacht, empathie en het vergroten van de woordenschat te bereiken. Dat is ook weer iets heel anders dan “l’art pour l’art literature” – het lijkt er vaak op dat de instrumentele nevendoelen belangrijker worden gevonden dan het bijbrengen van liefde voor stilismen en creativiteit (enzovoort). Alsof het literatuuronderwijs niet onderhevig mag zijn aan kritiek. Maar ja, daar zijn wij goed in: kritiek leveren op de ander. Nogmaals: laten we het boekenvak vieren en proberen te kijken hoe we literatuur kunnen stimuleren.
Op welke manier dit een reactie is op mijn stukje, ontgaat me. Niemand zegt dat de Boekenweek exclusief over literatuur moet gaan. De kritiek op het Boekenweekgeschenk gaat niet over het feit dat het geschenk geen literatuur is, maar dat het een slecht boek is. U doet net alsof andere genres zich onttrekken aan kritiek. Er zijn ook slechte kinderboeken, kookboeken, filosofieboeken, enzovoort. Het gaat niet om een genre en zelfs niet om een auteur: ook een goede auteur kan een mislukt boek schrijven.
Mijn stukje gaat bovendien helemaal niet over dat geschenk, maar over het malle artikel van Eveline Aendekerk, die zélf begint over de verkoopcijfers van de literatuur en beweert dat de Boekenweek er zo belangrijk voor is. Iemand die bovendien tijdens haar directeurschap heeft geprobeerd de literatuur te schaden – door te beweren dat Marga Minco het leesplezier eruit ramt, door de term essay af te willen schaffen, door te zeggen dat gedichten van 75 jaar geleden uit de tijd zijn, enzovoort. Mij ontgaat waarom je op iemand daarop geen repliek mag geven.
Gelukkig krast zij nu op, ze wordt ongetwijfeld communicatiemanager bij een chipsfabrikant of een hotelketen. Misschien valt er dan weer iets te vieren in het boekenvak.
Uw opmerkingen over literatuuronderwijs zijn al helemaal bizar. Dus kritiek op het CPNB is taboe, maar volkomen uit de duim gezogen ‘het lijkt wel of’-kritiek over het onderwijs wel?
Tot slot: ik weet niet of wat u schrijft over inclusie en zo, zelf gelooft. Het is standaard populistische praat, geprojecteerd op de literatuur. Er bestaat in de eerste plaats niet een homogene groep (de ‘elite’) die enerzijds de mond vol heeft van diversiteit en inclusie en anderzijds negatieve recensies schrijft van Hendrik Groen. U zou een individu moeten aanwijzen die dat allebei doet, en dat kunt u niet. In de tweede plaats is het uitsluiten van boeken iets anders dan het uitsluiten van mensen. Het is een beetje zoals de populistische politicus altijd doet alsof je zijn kiezers minacht wanneer je zijn ideeën ter discussie stelt. Het stopt ieder debat – en debat is net zozeer de grondslag van de literatuur als van de democratie.