Vijftig canonteksten in de klas (38-40)

38. Cyriel Buysse, De biezenstekker (1894) en Tantes (1924)
Cyriel Buysse (1859-1932) debuteerde in 1894 met de ophefmakende naturalistische novelle De biezenstekker. In de loop van zijn schrijverscarrière evolueerde hij naar een realisme met impressionistische invloeden en een ironische toon. Daarvan is zijn psychologische roman Tantes uit 1924 een goed voorbeeld. Buysse toont zich daarin een meester in de weergave van de tragiek van een kleinburgerlijke familie in het begin van de twintigste eeuw.
De eerste uitgave van De biezenstekker verscheen in het juninummer 1890 van het Nederlandse tijdschrift De Nieuwe Gids en werd opnieuw uitgegeven in 1894 in een afzonderlijke publicatie. In 1900 nam Buysse een herziene versie van de tekst op in de bundel Te Lande. De beide versies worden parallel naast elkaar afgedrukt in de editie van A. van Elslander en A.M. Musschoot in de serie ‘Klassieken Nederlandse Letterkunde’ (1977). Wij namen de beide versies als basis voor onze hertaling en probeerden een maximale leesbaarheid te bereiken, waarbij de dialogen niet in het dialect en evenmin in het Standaardnederlands worden weergegeven, maar in een Vlaamse tussentaal (met gij-vormen). Verder hebben we vooral de woordenschat gemoderniseerd, maar in de zinsbouw hebben we het Vlaamse ‘taaleigen’ van Buysse zoveel mogelijk gerespecteerd, omdat we niet de indruk wilden wekken dat het hier gaat om een eigentijds verhaal en omdat we recht wilden doen aan de impressionistische en naturalistische stijlkenmerken van deze tekst. We hopen dat we hiermee een compromis gevonden hebben tussen leesbaarheid en authenticiteit.
In de ‘Tekstverantwoording’ van de editie van Tantes door Y. T’Sjoen uit 2005 lezen we terecht dat de oorspronkelijke De Vries/Te Winkel-spelling niet is gehandhaafd, maar ook dat de buigings-n ‘vanzelfsprekend’ (sic) behouden is. Waarom dat laatste ‘vanzelfsprekend’ is, weten we niet. De weglating van die buigings-n (en de vervanging van ‘der’ door ‘van de’) zou naar onze mening logischer geweest zijn. We constateren overigens dat die buigings-n wél geschrapt is in de editie van 1981 en dat dit de leesbaarheid ten goede komt, zonder afbreuk te doen aan het oorspronkelijke idioom van Buysse. In de dialectpassages kiest T’Sjoen terecht voor het behoud van de min of meer fonetische spelling. (Omdat we voor De biezenstekker als basistekst gekozen hebben voor een uitgave waarin de dialogen in het Nederlands zijn weergegeven, vormde dit voor onze hertaling van dat verhaal geen probleem.)
In het leermiddel hebben we gekozen voor een verschillende didactische aanpak van de beide teksten. De biezenstekker wordt klassikaal benaderd door middel van gevarieerde vragen en opdrachten met aandacht voor tekstervaring en actualisering. Bij Tantes gaat het om een individuele verwerking van de tekst door middel van een structuuranalyse. Het leermiddel over de beide teksten kan hier gedownload worden.
39. Virginie Loveling, Een revolverschot (1911)
De Oost-Vlaamse schrijfster Virginie Loveling, die leefde van 1836 tot 1923, was de tante van Cyriel Buysse. Virginie en haar zus Rosalie vormden samen een invloedrijk literair duo in de 19de eeuw. Virginies gevarieerde literaire productie bevat romans, poëzie en essays, maar ze is vooral bekend voor haar realistisch proza. Haar werk geeft de maatschappelijke toestanden van haar eigen tijd goed weer. Ze wordt geprezen voor haar nauwkeurige observatie van het dagelijks leven en haar scherpzinnige karakterontleding van de vrouwelijke psyche. Haar literaire nalatenschap heeft een blijvende invloed gehad op de Vlaamse literatuur en haar werk maakt deel uit van de Nederlandstalige literaire canon.
De taal van Multatuli uit het midden van de negentiende eeuw is nog altijd vlot leesbaar Nederlands, maar de literaire taal van veel Vlaamse schrijvers uit het begin van de twintigste eeuw (méér dan een halve eeuw later dus) is een bijna onleesbaar amalgaam van archaïsmen, dialectismen en belgicismen. In zijn oorspronkelijke versie is Een revolverschot uit 1911 voor hedendaagse jongeren totaal onverteerbaar. Moderniseren, herschrijven of hertalen is dus de boodschap. In 1983 verscheen de eerste herschreven versie van Karel Jonckheere, die werd herdrukt in 1998, met een inleiding van Leen Huet. Die hertaling vond Annelies Verbeke in 2021 echter ‘niet minder dan een verminking’. Ik citeer uit het nawoord bij haar eigen versie: ‘Een verminking die ingegeven lijkt door een mengeling van luiheid en de misplaatste overtuiging beter te schrijven dan Loveling. Heel veel zinnen zijn in stukken gehakt, woorden en zelfs lange paragrafen (sic) werden naar hartelust (sic) weggelaten, waardoor de lezer weinig idee heeft van Lovelings stijl, cruciale passages mist, denkt dat het boek niet in hoofdstukken is ingedeeld en er na lezing niet van op de hoogte is dat Loveling enkele keren een ik-verteller opvoert. Om maar te zeggen: die Jonckheere-versie konden we onmogelijk nog eens op de wereld loslaten.’ (Ed. Verbeke, 2021, p. 175.)
Maar wie de Verbeke-versie met de Jonckheere-versie vergelijkt, zal moeten concluderen dat die qua leesbaarheid weinig winst oplevert. Verbeke geeft weliswaar een uitgebreide verantwoording van haar ingrepen in de tekst (p. 179-191), maar toch vinden we dat ze niet ver genoeg gaat. Het splitsen van de zinnen (zoals Jonckheere dat doet) is een conditio sine qua non voor de leesbaarheid. De verantwoording van Verbeke legt overigens niet alleen uit, wat er is veranderd, maar bevat ook een lijst van zaken die ze niet heeft willen veranderen en dat gebeurde vooral ten onrechte. Daarom hebben we het gekozen fragment voor dit leermiddel zelf herschreven in een tekst, die we haalbaar achten voor een hedendaags leerlingenpubliek. De oorspronkelijke versie van Loveling, die we gevonden hebben op Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, staat er wel bij. Op die manier kan de leraar zelf kiezen welke versie hij in de klas wil gebruiken.
We volgen in dit leermiddel een didactische aanpak voor de bespreking van een romanfragment tijdens één lesuur. Het leermiddel kan hier gedownload worden.
40. Stijn Streuvels, Het leven en de dood in den ast (1926)
Het leven en de dood in den ast (1926) wordt ‘een hoogtepunt’ in het verzameld werk van Stijn Streuvels (1871-1969) en ‘een perfecte novelle’ genoemd. Daarom is het werk opgenomen in de literaire canon van de KANTL, de lijst van teksten die door het literaire veld in Vlaanderen als ‘essentiële Nederlandstalige literatuur’ beschouwd worden. Weliswaar is iedereen het erover eens dat de roman De Vlaschaard uit 1907 zijn meesterwerk is, maar toch heeft de canoncommissie gekozen voor dit werk van beperkte omvang. Uit de toelichting bij die keuze op de website van de KANTL kunnen we afleiden dat Het leven en de dood in den ast de voorkeur geniet, onder meer wegens de structuur, het taalgebruik en de actualiteitswaarde. Het zal echter voor de leerkracht geen gemakkelijke opgave zijn om de leerlingen voor dit werk te winnen. In dit leermiddel doen we daarvoor enkele suggesties, die ongetwijfeld voor verbetering vatbaar zijn. We rekenen er dan ook op, dat leerkrachten hun op- en aanmerkingen bij dit leermiddel en hun ervaringen ermee niet voor zichzelf zullen houden.
Voor dit leermiddel maken we gebruik van de meest recente editie: Stijn Streuvels, Het leven en de dood in den ast. Ingeleid door David Van Reybrouck. Veertigste druk. Tielt: Lannoo, 2021. Deze uitgave is in moderne spelling en bevat onmisbare woordverklaringen in de ‘eindnoten’ achteraan. We vinden het wel jammer dat deze woordverklaringen niet onderaan de pagina staan. Dat zou de bruikbaarheid van deze uitgave nog vergroot hebben.
Het leermiddel kan zowel gebruikt worden voor klassikaal onderwijs als voor zelfstudie en afstandsonderwijs. In de beide gevallen is de aanknopingsfase heel belangrijk, zowel om de leerlingen te motiveren voor het thema als om hun bereidheid te stimuleren om het boek helemaal te gaan lezen. In de aanknopingsfase bereidt de leraar de leerlingen voor op het boek door te vertrekken vanuit het leven van de leerlingen zelf, hun voorkennis en hun eigen ervaringen. Op die manier maakt hij hen nieuwsgierig naar de tekst. Voor het volledige lesverloop en de didactische doelstellingen verwijzen we naar het leermiddel, dat hier gedownload kan worden.
Referenties
Buysse, C., De biezenstekker gevolgd door Driekoningenavond. Ingeleid en toegelicht door A. van Elslander en A.M. Musschoot. Culemborg: Tjeenk Willink/Noorduijn, 1977. (Reeks Klassieken Nederlandse Letterkunde)
Buysse, C., Tantes. Ingeleid door Kees Fens. Antwerpen: Manteau, 1981.
Buysse, C., Tantes. Teksteditie en verantwoording door Yves T’Sjoen. Met een nawoord door Anne Marie Musschoot. Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2005.
Loveling, V., Een revolverschot. Met een inleiding van Leen Huet. Amsterdam / Antwerpen: Atlas, 1998.
Streuvels, S., Het leven en de dood in den ast. Ingeleid door David Van Reybrouck. Veertigste druk. Tielt: Lannoo, 2021.
De leermiddelen zijn gepubliceerd op het officiële leermiddelennetwerk van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs KlasCement. Een overzicht van al onze leermiddelen over canonteksten uit de Nederlandse literatuur is hier te vinden. Er staat ook een didactische verantwoording van de leermiddelen op de website.
Laat een reactie achter