Een groot besef van algemeen onrecht – dierenleed, slavernij, kinderleed – dat is er historisch gezien veel bij vrouwen. Geen wonder, ze hebben moeten vechten voor hun rechten. Ook Betje Wolff zat vol vuur en hief haar pennenpunt als een spies waar ze haar tegenstanders aan reeg. Zo schreef ze een feministisch schotschrift, maar ook samen met Aagje Deken een lied over paarden die worden geslagen, wat toch zo onchristelijk is! Dat ontlokt Wolff-biograaf Marita Mathijsen in deze aflevering de opmerking: “Als Deken en Wolff in onze tijd hadden geleefd, waren ze lid van de Partij voor de Dieren geweest”.
Ontmoet deze auteurs, die hertaler Abdelkader Benali raken tot in z’n ziel. Bij hen is de nieuwe tijd al merkbaar, het ruisen van de romantiek, het doorleefde voelen.
Aagje Deken en Betje Wolff zijn vanwege De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart ongetwijfeld de bekendste schrijvers uit deze serie. Maar zij schreven zoveel méér. Wat wil je, met maar liefst 13.000 pagina’s in druk. Wat een kanjers, deze vrouwen die leefden van de pen.
Aagje Deken (1741-1804) woonde in Nes aan de Amstel, Amsterdam, De Rijp, Beverwijk, Trévoux (Frankrijk) en Den Haag.
Betje Wolff (1738-1804) woonde in Vlissingen, Middenbeemster, De Rijp, Beverwijk, Trévoux (Frankrijk) en Den Haag.
Laat een reactie achter