Vorige week bereikte ons het verdrietige bericht dat onderzoeker, vertaler en docent Nederlands in Philadelphia Rob Naborn geheel onverwacht is overleden, twee maanden voor zijn pensioen. Dat heeft ons zeer geraakt.
Rob was een trouw lid van de American Association for Netherlandic Studies (AANS) en bezocht bijna altijd de ICNS -conferenties en bijeenkomsten van de taaldocenten Nederlands.
In zijn werk was hij veelzijdig. Hij was vertaler van Nederlandstalige fictie en non-fictie in het Engels, docent Nederlands aan de University of Pennsylvania en onderzoeker. Als historicus en taalkundige ging zijn belangstelling met name uit naar de koloniale geschiedenis van de Verenigde Staten, historische linguïstiek en de geschiedenis van de Nederlanders in Amerika. Hij promoveerde in 2011 aan de Vrije Universiteit Amsterdam op From Colonial Dominee to American Pastor, waarin Eilardus Westerlo, een Groningse, naar Amerika geëmigreerde predikant centraal stond.

We zagen Rob afgelopen zomer nog in Brussel, op het Wereldcongres van de neerlandistiek. We hadden daar goede gesprekken over projecten waar hij na zijn pensioen eindelijk tijd voor zou hebben, bijvoorbeeld het toegankelijk maken van historische Nederlandstalige bronnen in de Verenigde Staten. Ook was hij bezig met zijn opvolging aan de universiteit. Daarna hadden we nog regelmatig contact over die plannen. Heel recent organiseerde hij een bezoek van schrijver, kunstenaar, journalist Jan Luitzen aan Philadelphia en New York.
Los van dit alles was Rob ook een heel positieve en aimabele collega met een heerlijk droge humor.
Het weekend na zijn overlijden zou hij voor de laatste keer voor zijn pensioen deelnemen aan een werkbijeenkomst van de docenten Nederlands in de VS. Hij had daar enorm naar uitgekeken maar mocht het niet meer meemaken. We zullen hem heel erg missen..
Wij wensen zijn vrouw, zonen en andere naasten heel veel sterkte bij dit vreselijke verlies.
Herman de Vries, voorzitter AANS
Karlijn Waterman, contactpersoon voor de Verenigde Staten bij de Taalunie.
Deze tekst is eerder verschenen op de website van de Taalunie.

Laat een reactie achter