
Misschien wel dé manier waarop we onze levens vormgeven, is door verhalen. Het is onmogelijk je te verhouden tot mensen van vlees en bloed, die voortdurend zelf onderhevig zijn aan allerlei onduidelijke krachten, en die bovendien steeds weer nieuw vlees winnen en oud bloed verliezen. De fysieke werkelijkheid waarvan die lichamen deel uitmaken is nauwelijks te vatten. Daarvoor hebben we verhalen nodig.
Dat is geen nieuw inzicht. Mensen hebben altijd geweten dat ons eigen leven én dat van anderen een verhaal is: iets met personages met een bepaald karakter die elkaar dwarsbomen, en die elkaar verhalen vertellen. Van den seven vroeden van binnen Rome is een voorbeeld van een middelnederlands verhaal dat helemaal gaat over wat wij mensen met verhalen doen. Ingrid Biesheuvel publiceerde onlangs een hertaling, Van minzieke vrouwen en ontroostbare weduwen.
Seven vroeden was zelf een dertiende-eeuwse vertaling uit het Oudfrans, maar het boek bevat verhalen die op zijn laatst uit de vroege middeleeuwen stammen en in sommige gevallen aantoonbaar uit de Oudheid. Het zijn dus verhalen die mensen misschien wel duizend jaar hebben aangesproken, en die dat in deze nieuwe versie nog steeds kunnen doen. Het boek is geïllustreerd door Fred Marschal, met vrolijke tekeningen (ik had het gevoel dat hij wel extra gretig werd om scenes te tekenen waarin naakt te zien was, maar dat zal mijn postmiddeleeuwse preutsheid zijn). In de inleiding vertelt Biesheuvel de geschiedenis van het verhaal.
Koning
Of eigenlijk van de verhalen, want Van minzieke vrouwen is een raamvertelling. Een stiefmoeder probeert haar stiefzoon te verleiden, en als die niet wil, beschuldigt ze hem van verkrachting. De koning wil zijn zoon daarop ombrengen, maar vervolgens komen de zeven wijzen die de jongen hebben opgevoed een voor een naar voren om met een verhaal de koning op andere gedachten te brengen. Als dat gelukt is – en dat lukt iedere keer – vertelt de koningin echter een tegenverhaal, waarin een waarschuwende boodschap zit tegen figuren die niet te vertrouwen zijn, waarna de koning alsnog zijn zoon een kopje kleiner wil maken. Dit gaat zo zeven dagen heen en weer. De laatste dag komt de zoon naar voren – die eerder niet spreken kon – en vertelt het laatste verhaal, dat de dood van de koningin moet betekenen.
In die verhalen gaat het eigenlijk dan vaak nóg een keer om verhalen, hoe mensen een koning, of een man, proberen de wereld anders te laten zien door middel van een verhaal. In een verhaal bedriegt een ridder zijn koning bijvoorbeeld zodanig dat de laatste gelooft dat zijn eigen vrouw, zodra ze andere kleren aangetrokken heeft, eigenlijk een andere vrouw is. Het verhaal ‘dat is mijn vrouw niet’ is sterker dan de werkelijkheid ‘dat is mijn vrouw wel’.
Andere koek
Met dat verhaal probeert dus een van de wijzen de koning te overtuigen. En inderdaad, de koning gelooft iedere keer dat iemand hem een verhaal vertelt, dat de wereld zo in elkaar zit als in het verhaal. Als in dat verhaal de koning bedrogen wordt door zijn eigen vrouw, dan wordt de koning buiten dat verhaal mogelijk ook bedrogen. Zijn vrouw is overigens de enige die commentaar biedt op het feit dat die koning door ieder verhaal dat op zijn pad komt weer meteen een andere kant op wordt gestuurd. De koning is extreem beïnvloedbaar.
Dat verhaal van die koning en zijn ‘minzieke vrouw’ is natuurlijk ook niet het buitenste verhaal, want het heeft er alle schijn van dat het boek als geheel met zijn moraal ook weer mensen probeert te overtuigen, bijvoorbeeld dat je niet zomaar ieder verhaal moet geloven, of in ieder geval niet als het door je vrouw verteld wordt. (Ja, je zoon, dat is andere koek.) Maar die lezer (of luisteraar) weet inmiddels natuurlijk wel beter: als je geen verhalen moet geloven, waarom dan wel dit verhaal?
Ingrid Biesheuvel. Van minzieke vrouwen en ontroostbare weduwen. Middeleeuwse verhalen van de zeven wijzen van Rome. Walburg Pers, 2026. Bestelinformatie bij de uitgever.
Laat een reactie achter