• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Vrijheid, vriendschap en wetenschap

2 april 2026 door Fleur Speet Reageer

Drie vrouwelijke tijdgenoten van Juliana Cornelia de Lannoy

Juliana Cornelia de Lannoy stond in haar tijd bekend als een geweldige schrijver: een vrouw die tragedies publiceerde, het meest prestigieuze literaire genre van de achttiende eeuw, en die zich bewoog in de wereld van dichtgenootschappen zonder zich volledig naar hun regels te voegen. Ze wilde bijvoorbeeld zelf het publicatierecht over haar stukken behouden, iets wat tegen de heersende gebruiken inging. Maar De Lannoy was niet de enige vrouw die haar eigen koers uitstippelde.

In dezelfde periode waren er meer vrouwen die zich roerden. Sommigen deden dat op het toneel, anderen in besloten literaire kringen of zelfs in de wereld van de natuurwetenschap. De drie bonusauteurs bij deze aflevering laten zien hoe verschillend die wegen konden zijn, en hoe breed het spectrum was van vrouwen die zich in de achttiende eeuw een plaats veroverden in het culturele en intellectuele leven. De achttiende eeuw is niet voor niets bekend als “de eeuw van de vrouwelijke dichters”.

De ‘schandalige’ Adriana van Rijndorp lapt de roddels aan haar laars

In een Haags theater, ergens rond 1720, stond Adriana van Rijndorp niet enkel op de planken, maar bepaalde zij ook wat er gespeeld werd. Samen met haar zussen Anna Maria en Isabella groeide ze op tussen decors en rekwisieten; hun vader leidde het theaterbedrijf De Duytse comedie en schreef zelf stukken. Toen haar ouders overleden, nam Adriana de leiding van het Haagse theaterbedrijf over, dat ze tot 1740 bestuurde; een prestatie op zich in een tijd waarin vrouwen nauwelijks zulke posities innamen. Over haar latere leven is weinig met zekerheid bekend, maar wel gingen er allerlei smeuïge speculaties rond.

Dat heeft alles te maken met de klucht die Van Rijndorp schreef: De driftige minnaars, of arglistige juffrouw (1723). Pamfletten en andere toneelstukken portretteerden haar als lichtzinnig en opstandig, maar veel van die verhalen lijken enkel bedoeld om haar zwart te maken omdat zij een acterende vrouw was. Ze zou de lichtzinnige rol die ze op het toneel speelde, verwisseld hebben voor lichtzinnig gedrag in de wereld, waarbij de ervaring in het lonken, behagen en bedriegen haar goed van pas was gekomen. Zo zou zij er meerdere minnaars op nagehouden hebben en zou ze met enkelen van hen een vluchtpoging hebben ondernomen. Het klinkt als de gebruikelijke laster: vrouwen die acteur waren, werden al gauw voor lichtekooien versleten (en bleek dat bij #metoo niet nog steeds het vooroordeel?). In ieder geval: ze trekt zich er niets van aan. In de opdracht bij haar klucht waarschuwt ze: lasteraars zullen er zijn, maar het “gispen der tongen” is niet aan haar besteed. Haar collega’s publiceerden lofgedichten ter verdediging.

Titelpagina van Adriana van Rijndorps anoniem uitgegeven klucht ‘De driftige minnaars’

Waar ging die klucht dan over, dat ze er zo mee over de tong ging? Over een huwelijk. Anna Bijns had in de zestiende eeuw al in refreinen gewaarschuwd voor het huwelijk (zie aflevering 1) en Catharina Questiers had ook het huwelijk als onderwerp genomen van haar klucht, maar zo’n expliciete afwijzing als in De driftige minnaars, waarin de mannen die de vrouw belagen zich inderdaad gewoon ‘driftig’ opdringen? Nee, dat was niet eerder vertoond.

De hoofdpersoon (Adriana) ziet het huwelijk als een vorm van “slavernij” en vindt haar onafhankelijkheid belangrijker dan een bondje met een man. Mannen zoals de opdringerige minnaar Windbreker beloven trouw en gehoorzaamheid, maar blijven vasthouden aan jaloezie en controle. Adriana draait zo – heel ironisch – de gebruikelijke rolpatronen om: vrouwen hebben vrijheid (en zijn arglistig), mannen worden beperkt. Datzelfde procedé zie je bij Juliana Cornelia de Lannoy, die in het gedicht “De volmaakte man” een man presenteert die zo ideaal is dat die niet kan bestaan (dus waarom dan allemaal idealbeelden als richtsnoer gebruiken voor vrouwen?). Waar bovendien de meeste huwelijkscomedies van die tijd altijd eindigen met een “happy end”, net als Amerikaanse films, blijft zo’n einde bij Van Rijndorp uit. Haar heldin kiest autonomie boven romantiek, een boodschap die in die tijd ongekend was. Maar het was bedoeld als grap en daarom kon het.

Adriana van Rijndorp laat zien dat zij niet alleen een ervaren acteur en theaterleider was, maar ook een auteur die durfde te spreken over de vrijheid van vrouwen. Haar klucht is daarmee een zeldzaam vroeg voorbeeld van openlijke kritiek op sociale conventies en kan daarmee heel goed de toon hebben gezet voor schrijvers als Juliana Cornelia de Lannoy, die later de dubbele moraal op vergelijkbare, ironische wijze blootlegde.

Een exclusief vrouwendichtgenootschap opgericht door Anna van der Aar de Sterke

In een periode waarin steeds meer gedebatteerd werd – de achttiende eeuw is de eeuw van de pamfletten en de meningen – deden mensen dat graag samen. Zo ontstonden speciale dichtgenootschappen, vooral in de tweede helft van de achttiende eeuw, gedreven door nieuwe verlichte idealen over “gezelligheid”, oftewel samenwerking in verenigingsverband. Alhoewel we daar niet te hooggespannen ideeën bij moeten hebben, want de meeste leden onderhielden voornamelijk contact met elkaar via de post.

Commentaar op gedicht ‘Aan mijn ziel’ van Anna van der Aar de Sterke

Dat bood de mogelijkheid om ook vrouwen toe te laten, die immers niet in het openbaar mochten spreken en mannen konden afleiden met hun voorkomen. Ook de prijsvragen droegen bij tot de emensipatie van vrouwen; prijsvragen moesten, om objectief te kunnen beoordelen, anoniem, onder zinspreuk, worden ingestuurd. Vrouwen, die toch al veel dichtten, maakten zo een grotere kans om opgemerkt te worden. Wat uiteraard gebeurde. In 1772 werd de eerste vrouw voor een dichtgenootschap uitgenodigd, Juliana Cornelia de Lannoy. Weliswaar als honorair lid, wat betekende: geen stemrecht, op afstand deelnemen en gedichten leveren voor de publicaties. Zo konden vrouwen hun stem laten horen in het steeds groter en belangrijker wordende publieke debat. In totaal maakten tussen 1772 en 1800 zevenenveertig vrouwen deel uit van het literaire genootschapscircuit. Veel van hen presenteren zich als sterke, zelfstandige personen. Ze zijn actief en doen wat ze willen, schrijft de expert van de achttiende eeuw, Marleen de Vries:

Ze trouwen, scheiden of trouwen helemaal niet, schrijven goed, althans niet slechter dan mannen, zijn geïnteresseerd in de maatschappij, laten zich niet beperken.

In deze context moeten we Anna van der Aar de Sterke (1755–1831) plaatsen. Al op jonge leeftijd kreeg zij boeken en kocht die van de dichtgenootschappen en aanverwante auteurs: ze had er haar zinnen op gezet om erbij te mogen horen. In 1774 kreeg ze op negentienjarige leeftijd het honorair lidmaatschap van het Leidse genootschap Kunst Wordt Door Arbeid Verkregen (KWDAV). Daarmee werd ze de eerste vrouw in dat gezelschap. Vier jaar later volgde daar Juliana Cornelia De Lannoy. Anna van der Aar de Sterke nam deel aan twee passieve, maar ook twee actieve genootschappen en zat zelfs in een beoordelingscommissie voor een prijsvraag van KWDAV in 1778, waarmee ze zichzelf zichtbaar maakte als beoordelaar in een verder mannelijke omgeving.

Huwelijksportret van Anna van der Aar de Sterke

Geïnspireerd door de mogelijkheden richtte ze in 1782 een vrouwengenootschap op: Die Erg Denkt Vaart Erg In ’T Hart. Literatuurwetenschapper Evi Dijcks kwam dit oudste bekende literaire vrouwengenootschap in Nederland op het spoor. Dit genootschap had een persoonlijk en kleinschalig karakter, gebaseerd op Horatius’ idee van utile dulce; het nuttige verenigen met het aangename en – heel “modern” – het godsdienstige. De bijeenkomsten vonden minstens wekelijks plaats, vaak bij leden thuis, waarbij Van der Aar geregeld haar huis aan de Oude Delft beschikbaar stelde. De groep telde ongeveer vijftien vrouwen, afkomstig uit de hogere sociale klasse van Delft en omgeving, met echtgenoten in belangrijke stadsfuncties.

Binnen het genootschap fungeerde Van der Aar als leermeester en mentor. Ze schreef gedichten om voor te dragen en moedigde andere leden aan hetzelfde te doen. In de overgeleverde bundel van het genootschap worden haar reacties op de gedichten van anderen bewaard, inclusief suggesties om de teksten te verbeteren. Vriendschap was de kern van het genootschap; in een gedicht ter gelegenheid van het zevenjarig jubileum benadrukte ze de blijvende band met haar medeleden, in het bijzonder Susanna l’Ange, haar beste vriendin en dichtersleerling. Van der Aar verweefde zo poëzie met persoonlijke en educatieve doelen, zodat ze meehielp de literaire vaardigheden van vrouwen te ontwikkelen. Haar initiatief markeert een belangrijke stap in de emensipatie van vrouwelijke schrijvers in Nederland en toont hoe vrouwen zich zelfstandig een plaats wisten te verwerven in de literaire wereld van de achttiende eeuw.

Een chique combi: natuurkunde en poëzie bij Petronella de Timmerman

Midden achttiende eeuw staat in Middelburg een jonge vrouw gebogen over een telescoop, terwijl naast haar een stapel boeken ligt. Petronella Johanna de Timmerman (1723/24–1786) groeide op in een gezin dat wetenschap en leren hoog in het vaandel had. Haar vader, koopman en scheepsreder, had een grote belangstelling voor wiskunde en filosofie en moedigde zijn dochter aan om met natuurkundige instrumenten te experimenteren en de sterrenhemel te bestuderen. Net als veel andere meiden van haar tijd begon De Timmerman al vroeg met dichten, maar bij haar waren poëzie en wetenschap nooit gescheiden; ze voedden elkaar juist.

Petronella Johanna De Timmerman

Haar vroege werk laat dat duidelijk zien. In het gedicht “Op de staartstar” (1746) beschrijft ze een komeet en gebruikt dit hemelverschijnsel om het belang van nauwkeurige waarneming en rationeel verstand te benadrukken. Ze keert zich tegen bijgeloof en pleit voor een empirische manier van kijken. Tegelijk blijft God voor haar centraal staan: kennis van de natuur leidt volgens haar juist tot een dieper begrip van Gods schepping en zo tot ware godsvrucht.

Ook literair zocht De Timmerman nieuwe wegen. Waar dichters in haar tijd vaak herderszangen schreven zoals Vergilius had gedaan, of vissersgedichten in de traditie van Jacopo Sannazaro, combineerde zij beide in één dialoog tussen een herder en een visser. Zo gaf ze verschillende sociale groepen een stem en week ze af van de gangbare literaire vormen. Daarmee liet ze niet alleen haar creativiteit zien, maar gaf ze ook een brede blik op de samenleving. Aagje Deken en Betje Wolff besteedden in hun Economische liedjes eveneens aandacht aan het leven en werk van gewone mensen.

Na haar eerste huwelijk bleef De Timmerman actief schrijven en zich verdiepen in de wetenschap. Ze vermaakte zich met kegelsneden en driehoeksrekeningen, las filosofen als Leibniz, bestudeerde de natuurkunde van Musschenbroek en de insectenstudies van Réaumur en Houttuyn. Haar tweede echtgenoot, een Utrechtse hoogleraar, deelde haar interesses. Zelf experimenteren met vergrootglas of lancet werd steeds populairder onder gegoede burgers. Haar huis groeide uit tot een plek waar ze natuurkundige instrumenten en boeken verzamelde en samen met vriendinnen bestudeerde, zoals met Betje Wolff. Ze wilde wetenschappelijke kennis ook voor vrouwen toegankelijk maken, in de geest van Euler, die complexe natuurkundige onderwerpen in begrijpelijke taal in een boek had uitgelegd aan jonge prinsessen.

Wolff noemde haar een “genie van de allereêlste soort” en plaatste haar in een denkbeeldige stoet van geleerde vrouwen als de “sieraden van ons geslacht”. De Timmerman was honorair lid van het Haagse dichtgenootschap Kunstliefde Spaart Geen Vlijt, waar ze haar poëzie deelde en een zelfverzekerde, kritische stem liet horen. Die werd vaak als ‘mannelijk’ gezien omdat ze conventies durfde te bevragen en haar lezers wilde onderwijzen. Haar originele vormen, aandacht voor empirische kennis en pogingen om wetenschap toegankelijk te maken, maken haar tot een baanbrekend schrijver; een vrouw die het intellectuele en literaire leven van haar tijd overstijgt.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 18e eeuw, Adriana van Rijndorp, Anna van der Aar, Juliana Cornelia de Lannoy, letterkunde, Petronella de Timmerman

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Francijntje de Boer • Aan een gevallen meisje

Of koester ik misschien te gunstige gedachten:
Heeft ook ligtzinnigheid u reeds in haar gebied?
O God! dan is ’t te laat, dan denkt mijn hart met weemoed
Aan d’afgrond, die u dreigt in ’t akelig verschiet

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Agenda

24 april 2026: Lezing Geschiedenis in scherven

24 april 2026: Lezing Geschiedenis in scherven

3 april 2026

➔ Lees meer
12 juni 2026: LitLab jubileumdag 2026

12 juni 2026: LitLab jubileumdag 2026

1 april 2026

➔ Lees meer
8 april 2026: Symposium Japanse literatuur in vertaling

8 april 2026: Symposium Japanse literatuur in vertaling

1 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
2000 Redbad Fokkema
2009 Anthony Mertens
2010 Rudy Kousbroek
2011 Ton Vallen
➔ Neerlandicikalender

Media

Alkibiades: over democratie in verval

Alkibiades: over democratie in verval

4 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Bonusauteurs Adriana van Rijnsdorp, Anna van der Aar en Petronella de Timmerman

Bonusauteurs Adriana van Rijnsdorp, Anna van der Aar en Petronella de Timmerman

2 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Historische Klassiekers: Juliana de Lannoy

Historische Klassiekers: Juliana de Lannoy

1 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d