Ballade van den boer Er stonden drie kruisen op Golgotha, Maar de boer hij ploegde voort. Magdalena, Maria, Veronica, Maar de boer hij ploegde voort, En toen zijn akker ten einde was, Toen keerde de boer den ploeg En hij knielde naast zijn ploeg in het gras, En de boer, hij werd verhoord. Zo menigeen had een schonen droom, Maar de boer hij ploegde … [Lees meer...] overGedicht: J.W.F. Werumeus Buning – Ballade van den boer
20e eeuw
Gedicht: Jan H. de Groot – De ballade der vierduizend Friezen
De ballade der vierduizend Friezen Vierduizend friezen stonden aan den Rijn tegen honderdduizend Fransozen. En het aantal, dat er nog meer moest zijn, ging wel vijfmaal dat der Friezen te boven. Vierduizend Friezen wachtten aan de Rijn onder bevel van drie Hollandsche luiten. zij lagen bij Lobith onder een Hollandsch kapitein om den opmars der Franschen te stuiten. … [Lees meer...] overGedicht: Jan H. de Groot – De ballade der vierduizend Friezen
Gedicht: H.A. Gomperts – Côte d’Azur
Côte d’Azur Onder een hemel van damast tussen zwanen en dolfijnen op een blauw-satijnen kleed komt de wind zich presenteren. Het is goed in zee te zwemmen, want de zee heeft zachte handen, in een bad van schuimballonnen, duizend druppels, duizend zonnen. Op de planken en de stenen van het grint en sintelstrand dansen klossen en sandalen, splinters, stokken, … [Lees meer...] overGedicht: H.A. Gomperts – Côte d’Azur
Gedicht: Jan Hanlo – Op het kerkhof
Op het kerkhof Ik zou hier wel gelukkig zijn om zomer en om zonneschijn wanneer ik jonger was – en niet te vol was van te veel verdriet Maar als ik jong was en nog klein dan zou ’k hier niet gekomen zijn want kinderen waarderen niet de stilte van dit vreemd gebied … [Lees meer...] overGedicht: Jan Hanlo – Op het kerkhof
Gedicht: Bert Voeten – Sonnet voor Solaria (VI)
Sonnet voor Solaria (VI) De nacht rijst koud en blinkend in de ramen; de kaarsvlam flakkert, poover gloeit het vuur. Ik hoor mijn kamer langzaam ademhalen, haar zwakken hartslag tampen aan den muur. Ik weet je ver en in dit eenzaam uur gaan andere oogen langs je lichaam dwalen. - Maar ook de weemoed sluit zich op den duur; men kan niet lang bij het verleden dralen. … [Lees meer...] overGedicht: Bert Voeten – Sonnet voor Solaria (VI)
Gedicht: Hendrik de Vries – Ziek en moe
Ziek en moe ... Ziek en moe naar mijn bedje gebracht, Schrok ik wakker, diep in de nacht, Nam van de tafel 't lampje in de hand, Zette 't weer weg: 't was al uitgebrand; Liep naar beneden, door niemand gezien. Waar ik bij dag soms gasten bedien, Schalen en schotels aan moet reiken, Zitten zwarten die roovers of duivels lijken, Poken, rakelen en rumoeren, Schuiven … [Lees meer...] overGedicht: Hendrik de Vries – Ziek en moe
Poezengedicht 8: Driek van Wissen – Joris
Joris Ik heb vanavond, met de poes op schoot, de onrust uit het beestje weggestreken, waarbij de goedzak mij heeft aangekeken met ogen zo onpeilbaar diep en groot, dat het mij één moment heeft toegeleken als was hij eeuwen lang al deelgenoot van het geheim van leven en van dood en nu dan op het punt stond om te spreken. … [Lees meer...] overPoezengedicht 8: Driek van Wissen – Joris
Poezengedicht 7: J. Eijkelboom – Borborygmes
Borborygmes Mijlen leg ik soms af snachts in dit grote huis, sluipend om niemand te storen als ging ik uit roven en moorden terwijl ik integendeel vlucht voor wat zich zo geducht voordoet in nissen, achter ramen, het meest nog in mijn hoofd dat maar niet thuis wil raken. … [Lees meer...] overPoezengedicht 7: J. Eijkelboom – Borborygmes
Poezengedicht 5: Gerrit Komrij – Je kat
• Vandaag is het de zesde sterfdag van Gerrit Komrij. Je kat Vanmiddag gaf je je kat een kopje en likte haar Staart schoon, toen ze plotseling naar je opkeek, Zoals je daar op je knieën zat, en merkbaar Aangedaan zei ze: ‘Jongen, wat zie je bleek.’ Ze merkte niet meer hoe je naar haar terugkeek, Want ze kneep haar ogen toe, en legde haar kop Plat over haar … [Lees meer...] overPoezengedicht 5: Gerrit Komrij – Je kat
Poezengedicht 4: Elisabeth Eybers – Huiskat
• woordenlijstje onderaan Huiskat Die kat strek hoog op vier bene, buig behaaglik om haar luipeerdlies te lek, rol om en lê fluwelig oopgevlek dat keel en bors en buik die son kan suig. Ons noem haar ‘kat’ want sy is sonder siel en anoniem. Smal skerwe van agaat staar koud uit die driehoekige gelaat. Arglistig, vloeibaar, soos ’n blink reptiel … [Lees meer...] overPoezengedicht 4: Elisabeth Eybers – Huiskat
Poezengedicht 3: C. Buddingh’ – Sammie
Sammie Mijn allergrootste vriend is Sammie Buddingh’, die vluchteling, zeggen we, uit ’t woonwagenkamp: zijn vader stuurde hem elke dag uit bedelen, maar wat hij ook meebracht, hij kreeg stank voor dank. En toen kwam hij bij ons, braafste aller katers, met zijn melancholieke eekhoornstaart. Vanaf ’t begin prezen wij hem uitbundig en zo is hij tenslotte tot rust … [Lees meer...] overPoezengedicht 3: C. Buddingh’ – Sammie
Gedicht: Armando – Het laatste gesprek
Armando overleden. Het laatste gesprek 'Heer, herken ik u? Zijn wij niet dezelfde van weleer?' 'Wie riep mij dan? Zijn uw wapens niet de mijne?' 'Ik wacht op woorden, heer.' 'Ik was de Dader, u het Offer. De medemens is leeg.' 'Sterven Daders niet?' 'Neen. Zij kunnen niet. Zij verwoorden.' 'Heeft u ginds gesproken, heer?' 'De dagen zijn beschreven.' 'Heeft de Tijd … [Lees meer...] overGedicht: Armando – Het laatste gesprek
Poezengedicht 2: Rutger Kopland – Oeloembo, een kat
Oeloembo, een kat Hij had zijn kleine gewoontes als wij, maar groter van onverschilligheid. Hij hield in de winter van kachels, 's zomers van vogeltjes. Ziek en even onverschillig voor de dood als voor ons. Hij stierf zelf wel. Rutger Kopland (1934-2012) ----------------------------------- Rutger Kopland: wikipedia • laatste interview • leest … [Lees meer...] overPoezengedicht 2: Rutger Kopland – Oeloembo, een kat
Poezengedicht 1: Aad Nuis – Voor de poes
Voor de Poes Goed, ik ben een kaal dier, flarden aan het lijf Hoog op de poten, brein omslachtig, spieren stijf, Geen oor voor geritsel, voor buit te weinig aandacht Ik trap in eigen vallen, ik deug niet voor de jacht. Zo is dat. Ik hou van hoekig en onaf Maar óók van jacht, perfecte sprongen, spel. Jij gaat niet verder dan je kunt. Ik wel. Ik reik naar wat niet kan … [Lees meer...] overPoezengedicht 1: Aad Nuis – Voor de poes
Gedicht: J.B. Charles – De volgende oorlog & Boom
De volgende oorlog Toen hij uit de oorlog terug kwam was niet ieder plezierig verrast, maar zijn moeder ging naar de kast. Daar lag een lap stof voor een pak. Zij zei ik heb altijd gedacht, komt hij terug dan heeft hij weer wat. Toen ze dood ging zei ze zoiets als: de volgende keer ben ik er niet meer met de stof in de kast voor een pak. … [Lees meer...] overGedicht: J.B. Charles – De volgende oorlog & Boom
Gedicht: Peter Berger – Wandeling aan de stadsrand
Wandeling aan de stadsrand Dezelfde omgeving weer. kreupelbos. vochtig en dichtbij het gras. de verwarrende vertrouwdheid van aarde op het wandelpad, daarachter dan weer verder weg melkbleek in de mist het flatgebouw dat al los dreef boven de stad, … [Lees meer...] overGedicht: Peter Berger – Wandeling aan de stadsrand
Gedicht: Michel van der Plas – Zweer nimmer bij de herfst
Zweer nimmer bij de herfst, want ge zoudt zweren bij ziekte en verdriet en ondergang, en zweer niet bij de winter, bij de pure en naakte dood, wit van verbittering, en zweer niet bij de lente, want haar knoppen beloven meer dan zij u geven kan, en zweer nooit bij de zomer, want uw lippen proeven vruchten voor die voldragen zijn: … [Lees meer...] overGedicht: Michel van der Plas – Zweer nimmer bij de herfst
Gedicht: Hans Andreus – Sonnet van de kleine waanzin 25
Je naam? Maar ik heb je naam vergeten. Je letters lopen over in elkaar. Wij zijn van zoveel ik gemaakt, bezeten, dat wij geen leven hebben voor elkaar. Ik weet je naam wel, maar hoe wil je heten: Springveer, Wilde, Kleine Clown, Vogelhaar, Brood Dat Je Proeven Moet Om Op Te Eten, Tot Ziens, Adieu, Nooit Meer of Toch of Maar? … [Lees meer...] overGedicht: Hans Andreus – Sonnet van de kleine waanzin 25
“Omdat ik mijn brood bij elkaar schrijf, worden die vijf bladzijden niet gezien”
De gefnuikte ambities van P.H. Ritter Jr. Door Marc van Oostendorp P.H. Ritter jr.(1882-1962) was in zijn dagen de bekendste Nederlandse letterkundige, vooral door zijn boekbesprekingen voor de radio, maar ook door de vele boeken die hij schreef, de grote stukken die hij bijdroeg aan de krant, het Utrechts Dagblad, waarvan hij jarenlang hoofdredacteur was, en de vele en … [Lees meer...] over“Omdat ik mijn brood bij elkaar schrijf, worden die vijf bladzijden niet gezien”
Gedicht: Halbo C. Kool – Kantoorwerk
Kantoorwerk Morgen Het hazeslaapje van de snelle stad maar slecht en half haar oogen uitgewreven, stuurt zij de fiets alweer langs 't vaste pad naar het kantoor, waarvan zij schriel moet leven; reeds door den drom der fietsers ingevat ziet zij het aanvangsuur haast aangegeven op klok na klok, wanneer de blik nog nat is van de tranen, uit haar droom gebleven — … [Lees meer...] overGedicht: Halbo C. Kool – Kantoorwerk
Gedicht: Tippy Verbrugh — Grafbloem
Grafbloem Er is een bloem, die is mij 't liefste, Zij is niet schoon, zij geurt niet zacht, De teere blaadjes hangen neder, En zien niet dat het zonlicht lacht. Daar bloeien bloemen vol van kleuren, Daar prijken rozen rein en blank, Daar geurt het blauwe boschviooltje, En wiegt de lelie, wonderrank. … [Lees meer...] overGedicht: Tippy Verbrugh — Grafbloem
Gedicht: Paul Snoek – Leven op de aarde
Leven op de aarde Zand in de armen van alle andere zand gedragen door het wachtend liggen der woestijnen. Sombere stilte van planten bijna altijd drijvend. Het levensgeheim van de nevel en het steeds zegenend water voedzaam uit de borsten van de hele regen. … [Lees meer...] overGedicht: Paul Snoek – Leven op de aarde
Gedicht: Hugo Claus – Dodenbeeld in West-Vlaanderen
Dodenbeeld in West-Vlaanderen Het geraas van het nabije vee. De boer die in de schaduw zit van het bleke beeld. De bomen die buigen voor de wind van de zee. Zijn ouders hebben het lapje grond gekocht waar hij tot het kraakbeen in de modder stak. Hij was een begaafd student. 'Iets in de wiskunde,' zegt de boer. … [Lees meer...] overGedicht: Hugo Claus – Dodenbeeld in West-Vlaanderen
Gedicht: Hugo Claus – Een vader
Een vader Dansend of geslagen, Gevangen in de menselijke warmte gaan wij trager reeds In de struiken van onwil, in de besmette weiden En volgen de verminkten op de voet. Zij fluisteren. Hun lippen drogen in de zon, de late zon. De valavond horen wij, de dagelijkse reutel Der gehangenen horen wij, De gevilde welp horen wij, De brandende jood in het braambos, en de … [Lees meer...] overGedicht: Hugo Claus – Een vader
Hoera, ze kennen Wrongman, een sadist
Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (180) Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan? Door Marc van Oostendorp Poly-interpretabel In smakzoen hangen rode etenswaren En zware honden (koest man!) en sigaren Na Mao's knarsen zweeg een hedonist We zoeken dorstig manna, hè, en snaren Een ranke non had zwanenroes gemist Haar … [Lees meer...] overHoera, ze kennen Wrongman, een sadist

