• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Over Poëzie (1) – Amour Fou

29 augustus 2013 door Redactie Neder-L Reageer

Door Paul Dijstelberge
Eerst het gedicht:

        Toen bliezen de poortwachters op gouden horens,
        buiten daar spartelde het licht op ’t ijs,
        toen fonkelden de hooge boometorens,
        blinkende sloeg de Oostewind de zeis.

        Uw voeten schopten omhoog het witte sneeuwsel,
        uw oogen brandden de blauwe hemellucht,
        uw haren waren een goudgespannen weefsel,
        uw zwierende handen een roôvogelvlucht.

        De oogen in u die fonkenden jong-goude,
        het bloed in u vloog wentel-roowiekend om,
        de oogen der lucht die antwoordden zoo goude,
        boven dreven ijsschuimwolken om.

        IJskoud was het – lagen de waters bezijen
        klinkklaar van ijs niet, spiegelend onder zon,
        schreeuwde het heete licht niet bij ’t overglijen,
        omdat het snelvoetig de kou niet lijden kon.

        De bolle blauwwangige lucht blies in zijn gouden
        horenen omgespannen met zijn vuist –
        de lucht kon ’t wijd weerklinken niet meer houden,
        berstte en brak en blauwe sneeuw vloog vergruisd.

        De wereld was een blauwe en witte zale,
        daar stond een sneeuwbed tintelsneeuw midde’ in,
        uw goudhoofd naar zwaanveeren ging te dalen –
lachende laagt ge, over het veld, handblanke, blanktande, trantele koningin.

Een andere generatie dan de mijne kende de gedichten van Gorter uit het hoofd. Ik begreep die bewondering voor zijn poëzie nauwelijks, maar één, dit, gedicht maakte een onuitwisbare indruk. Poortwachters, gouden hoorns, ijswind, een besneeuwde akker met een zwarte boomrij. In de verte nadert de schemer van achter de bomen maar hij is nu nog weerloos ook al is het winter – een gevaarlijk jaargetijde als het donker is geworden. Ik was veertien toen ik dit gedicht las. Van de betekenis heb ik me nooit veel aangetrokken – ik dacht dat het over schaatsen ging, een sport waar ik niet dol op was. En over liefde natuurlijk.
Gedichten schrijven – als je het niet kan (zoals ik) moet je ermee ophouden op de dag dat je zestien jaren oud wordt maar als je zo goed bent als, bijvoorbeeld, Ilja Leonard Pfeijfer zal je moeten doorschrijven tot de dood erop volgt. Ik ben er na vijftig jaar lezen nog altijd niet achter wat poëzie is. Het brengt iets te weeg – een onzichtbaar deeltje dringt door de pupillen de hersenen binnen en raakt een receptor, dan gebeurt er iets. Ontroering. Een vorm van verliefdheid, intens, kort. Het lezen van een gedicht maakt je niet onmiddellijk ongelukkig – zoals plotselinge verliefdheden bijna altijd doen – maar naarmate de tijd verstrijkt, blijken zich herinneringen aan het gedicht te hechten, zoals wieren en zeebeesten die zich vastklampten aan de houten schepen waarmee ontdekkingsreizigers de oceanen verkenden. Die herinneringen groeien aan naarmate de tijd verstrijkt. Omdat verstreken tijd voltooide tijd is, zijn ze onbereikbaar geworden, behalve voor het geestesoog. Op termijn veroorzaken de meeste goede gedichten weemoed en uiteindelijk verdriet, soms tot ontroostbaarheid aan toe.
Mijn geheugen schrijft nieuwe gebeurtenissen over de oude zonder die helemaal te wissen, daarom moet ik nu denken aan een heel ander seizoen, aan een ander jaar, een ander land: Zuid-Frankrijk in de vroege zomer. We waren op weg naar een dorp, reden verkeerd en zo wandelden we met onze fietsen aan de hand over de met rijpend graan begroeide top van een lage heuvel. Vanuit het oosten rolde de duisternis langzaam op ons af, over bossen en heuvels, geen huis in zicht. De zorgeloze lach waarmee een betrekkelijk zorgelijke situatie door de trantele koningin van mijn dromen werd begroet, het was misschien wel het meest bevrijdende moment van mijn leven. Genoeg geluk voor honderd jaar.
Het geheugen als palimpsest: maar waar middeleeuwse monniken voortdurend klassieke schrijvers bedierven door hun teksten van het perkament te schrapen en er iets anders op te schrijven, was hier de nieuwe tekst oneindig boeiender dan wat er sindsdien nog net te zien is: de fragmentarisch leesbare restanten van een niet al te gelukkige jeugd.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Columns Paul Dijstelberge, letterkunde, poëzie

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Maya Wuytack • de toekomstige

de voorvoelde
‘ik zag haar
door de kamers
van haar hart rennen’

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

EIKJE

De kou heeft hem verschroeid, maar hij,
ontplooid, bleef aan de zomer trouw,
open en strak,

een eikje dat zijn blad behield,
bruin en verdord, maar eetbaar bruin
en leefbaar dor.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

1 februari 2026

➔ Lees meer
11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

31 januari 2026

➔ Lees meer
23 febrewaris 2026: Nordfriesland in Kiel III: Wissenschaftliche Perspektiven auf eine vielfältige Region

23 febrewaris 2026: Nordfriesland in Kiel III: Wissenschaftliche Perspektiven auf eine vielfältige Region

31 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1929 Rudy Cornets de Groot
➔ Neerlandicikalender

Media

Feitenvrij: wat is de macht van de pen?

Feitenvrij: wat is de macht van de pen?

2 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Waar komen spreekwoorden vandaan?

Waar komen spreekwoorden vandaan?

1 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

31 januari 2026 Door Fleur Speet Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d