• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

De ontdekking van Shakespeare

15 oktober 2016 door Marc van Oostendorp Reageer

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (93)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Dat het sonnet, dat genre dat in de loop van de achttiende en de eerste helft negentiende eeuw zo in de versukkeling was geraakt, aan het eind van die laatste eeuw ineens weer tot bloei kwam in de Nederlandse letteren – daarvoor zijn allerlei redenen aan te dragen. Dat de jonggestorven talentvolle dichter Jacques Perk het toevallig een fijn genre vond, heeft vast bijgedragen en in een briljant artikel heeft Gert de Jager ooit laten zien dat de wederkomst van de schriftelijke traditie er ook aan heeft bijgedragen.

Ik kan niet vinden dat iemand eerder op een andere factor heeft gewezen: de ontdekking van Shakespeare. Diens toneelwerk was natuurlijk eerder al bekend, maar pas aan het eind van de negentiende eeuw werd het bijvoorbeeld systematisch vertaald, door L.A.J. Burgersdijk.

Ook Shakespeares sonnetten werden in die tijd pas vertaald. Burgersdijk was ook hier de eerste die een integrale vertaling maakte, maar al in 1859 verschenen de eerste paar vertalingen, door Abraham Seyne Kok, in De Gids. Zoals deze, van het beroemde achttiende sonnet:

Zal ‘k met een zomerdag u vergelijken?
Maar lieflijker, gematigder zijt gij;
Vaak doet een storm de bloem der Mei bezwijken,
En al te ras gaat zomerglans voorbij.
Ondraaglijk soms kan ’t oog des hemels gloeijen,
Verduistring grimt vaak ’t gouden aanzigt aan,
En ieder schoon moet in zijn schoon vervloeijen,
Door wisling der natuur van tooi ontdaan.
Uw eeuwge zomer echter zal niet kwijnen,
Noch ’t schoon verwelken, wat u toebehoort;
Geen dood zal u in ’t lijkkleed doen verschijnen,
Want immer leeft ge in eeuwig lofdicht voort.
Zoo lang een oog kan zien of menschen leven,
Zal ’t door zich-zelf ook u het aanzijn geven.

Het is een wonderlijk goed geslaagde vertaling. Er zijn wel wat lelijke regels (die met die verduistring en dat grimmen bijvoorbeeld), maar dan moet je ook in aanmerking nemen dat dit soort regels met vijf jamben (vijf keer taDAM) nog niet veel geschreven werden, vooral niet in sonnetten (meestal nam men er zes).

En vooral wat ik maar de macrostructuur van het sonnet zal noemen is voor de Nederlandse poëzie vrijwel geheel nieuw. Op een enkele uitzonderingen na volgden sonnettendichters tot deze tijd bijna altijd het Italiaanse model: twee keer vier regels en dan twee keer drie.

Bij Shakespeare is het meer twee keer vier, en dan nog een keer vier en dan twee. Dat wil zeggen: na de eerste acht regels zit vaak nog wel een duidelijke inhoudelijke breuk, zoals nu bijvoorbeeld blijkt uit het woord echter, maar de laatste zes regels zijn anders georganiseerd, en met name zijn de laatste twee nog een puntige samenvatting van het geheel.

Interessant genoeg lukt Kok dat nog niet helemaal. De laatste twee regels zijn weliswaar samen precies één zin, maar daarin verwijst het woordje ’t wel erg nadrukkelijk naar lofdicht uit regel 12 – zo nadrukkelijk dat de punt aan het eind van regel 12 meer een dubbele punt is, of een punt-komma. In het Engelse orgineel luidt de afsluiting daarentegen:

So long as men can breathe or eyes can see,
So long lives this, and this gives life to thee.

Het woord this verwijst hier niet duidelijk naar een woord uit de voorafgaande regels (het woord lofdicht is in het Engels het meervoudige lines); in plaats daarvan werkt het als een soort vinger die daar deze eigenste regels die u nu onder ogen hebt verwijst: en daarmee blijven die regels dus in zichzelf besloten. Dat lukte Kok nog niet.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 196 sonnetten, 19e eeuw, sonnet

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Sara Mychkine • Mijn moeder droomde niet

De tranen van mijn moeder zou iedereen moeten huilen, dushi,
de tranen van de wanhoop, de hikkende revolte die werd
verzwegen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

FEBR. ’55

Reeds weken ligt de sneeuw met opgetrokken lippen
te krimpen in de wind, te drogen aan zijn dorst. [lees meer]

Bron: Spinroc en andere verzen, 1958

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

1 februari 2026

➔ Lees meer
11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

31 januari 2026

➔ Lees meer
23 febrewaris 2026: Nordfriesland in Kiel III: Wissenschaftliche Perspektiven auf eine vielfältige Region

23 febrewaris 2026: Nordfriesland in Kiel III: Wissenschaftliche Perspektiven auf eine vielfältige Region

31 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1968 Agata Kowalska-Szubert
sterfdag
1937 Jozef Vercoullie
1955 Gerlach Royen
➔ Neerlandicikalender

Media

Feitenvrij: wat is de macht van de pen?

Feitenvrij: wat is de macht van de pen?

2 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Waar komen spreekwoorden vandaan?

Waar komen spreekwoorden vandaan?

1 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

31 januari 2026 Door Fleur Speet Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d