• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Taalkundigen: kom uit bed!

27 april 2017 door Marc van Oostendorp Reageer

Door Marc van Oostendorp

Taalkunde kun je overal doen. In de bus onderweg van de boerderij waar je een mummelende boer hebt gevraagd of de klok even stil kon worden gezet om de opname niet te bederven. In het bezemhok dat op menige universiteit tevens dienst doet als ’taalkundig laboratorium’ omdat er een laptop in staat met een koptelefoon. En ook in bed, waar je peinst over de vraag waarom je wel kunt zeggen ‘hij komt eerst en zij komt erna’ en niet ‘hij komt uit de stad en zij gaat ernaar’.

Een van de fijne dingen van de taalkunde is dat er enorm veel gegevens voor het opscheppen liggen. De zogeheten “big data-revolutie” levert in het geval van de taalwetenschap eigenlijk niet op dat er ineens veel meer data zijn dan vroeger, maar dat die data veel toegankelijker worden.

De Utrechtse hoogleraar Hugo Quené spreidt in zijn oratie een aanstekelijk enthousiame tentoon voor alle mogelijkheden die dat biedt voor de onderzoeker. Hij laat zien hoeveel er ooit al gewonnen werd uit de invoering van de bandrecorder in het fonetisch onderzoek: ineens kon je eindeloos terugluisteren, kon je het geluid op allerlei manieren manipulerenen allerlei proeven onderwerpen, waardoor je ontdekte dat de t in taal eigenlijk een heel ander soort geluid geeft dan in laat – om over de l nog maar te zwijgen –, zonder dat je dit als onderzoeker goed kunt horen.

Soortgelijke, of zelfs nog grotere winst is te halen uit de kwantitatieve analyse van enorme verzamelingen taaldata, laat Quené zien, waarbij hij twee voorbeelden geeft: een experimenteel onderzoek naar de uitspraak van de s door Utrechtse studenten, en een onderzoek naar de woordenschat in de Troonredes. Het is wel jammer dat Quené daarbij nalaat om duidelijk te laten zien wat de empirische bevindingen nu precies bijdragen aan ons bredere begrip – hij lijkt te vinden dat anderen dat maar moeten doen. Maar daarmee komt het kwantitatieve onderzoek nu juist los te staan van onze pogingen een grootser, coherent beeld te krijgen van hoe taal werkt.

In discussies over dit onderwerp – ook in Quenés oratie – mis ik dan ook wel verwijzingen naar het werk van William Labov (1927) – iemand die al kwantitatief onderzoek deed naar taal toen wij allen nog met de poppen speelden, en die daar vervolgens een leven lang uitermate verstandige dingen over heeft gezegd, zoals in dit artikel uit 2008. Maar al in 1987 schreef hij (in een ongepubliceerd stuk dat wel op zijn website staat):

De overgang van kwalitatieve naar kwantitatieve analyse is bekend in de ontwikkeling van de natuurwetenschap. Maar het kwalitatieve model is in de taalwetenschap niet zo gemakkelijk te vervangen. Veel vormen van taalgedrag zijn categorisch invariant. Verder zijn het aantal, de verscheidenheid en de complexiteit van taalkundige relaties heel groot en het is niet waarschijnlijk dat een groot aandeel kwantitatief kan worden onderzocht. Op dit moment kennen we de juiste balans niet tussen deze twee vormen van analyse: hoe ver kunnen we ongegronde, op introspectie gebaseerde kwalitatieve analyse doorvoeren voordat onze voorstellen moeten worden bevestigd door kwantitatieve studies die gebaseerd zijn op observatie en experiment.

In bed kun je ook al verzinnen dat ‘Joop slaapt soms uit’ een goede Nederlandse zin is, en ‘Soms uit Joop slaapt’ niet. Daar hoe je geen kwantitatieve analyse voor te doen, maar je kunt er wel over nadenken.Hoewel dit citaat al dertig jaar oud is, staat het volgens mij nog als een huis. De kunst is niet alleen om allerlei onmiskenbaar opwindende nieuwe vragen te stellen aan de hand van onmiskenbaar opwindende nieuwe kwantitatieve technieken, maar ook om de antwoorden op die vragen op de een of andere manier in te bouwen in wat we al weten.

Tegelijkertijd heb ik het idee dat Quené het hier ook niet mee oneens zal zijn. Om van de taalkunde een nóg interessanter en een nog serieuzer vak te maken, moeten mensen met verschillende methodes samenwerken – zoals Quené zelf ook zonder problemen experimentele data en gegevens uit corpora presenteert. De gegevens voor taalonderzoek zijn overal om ons heen – in bed en daarbuiten.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: big data, digital humanities, digitalisering, e-humanities, kwantitatief onderzoek

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johan van Heemskerck • Liedeke

Terwijl uw oog nog somtijds vriendelijk stond,
En ik een kus mocht krijgen van uw mond,
Was niemand zo gelukkig hier in ’t land,
Als ik mij zelve vand.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Het is alsof de dingen die gebeuren
volmaakter zich aan ons voltrokken toen
wij heler onverbloemd beschikbaar waren.

Bron: Vluchtige Verhuizing, postuum verschenen, 1975

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

7 maart 2026: Themadag Standaardnederlands

1 februari 2026

➔ Lees meer
11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

11 maart 2026: ‘Tussen oorlog en cultuur. Ede, 1600-1800’ 

31 januari 2026

➔ Lees meer
13 februari 2026: Proefcollege Nederlandse Taal en Cultuur

13 februari 2026: Proefcollege Nederlandse Taal en Cultuur

28 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1980 Fred Batten
➔ Neerlandicikalender

Media

Waar komen spreekwoorden vandaan?

Waar komen spreekwoorden vandaan?

1 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

Maud Vanhauwaert en Nina Geerdink over Johanna Hobius

31 januari 2026 Door Fleur Speet Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Daan Heerma van Voss

In gesprek met auteur Daan Heerma van Voss

29 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d