• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Kooi

10 februari 2019 door Wiel Kusters Reageer

In de gedichten ‘De Mus’ en ”s Morgens’ van Jan Hanlo (zie mijn vorige stukje in deze reeks) hoorde ik een echo, ja meer dan een echo, van een oud dichterlijk verlangen: de wens om zo ‘natuurlijk’ te kunnen dichten als zangvogels zingen. We hebben het dan over de taal, over wat de dichter daarmee doet en wat die op haar beurt met hém doet.

Maar het hoeft niet alleen over dichters te gaan. In zijn gedicht ‘de taal’, uit de bundel hand o.a. (1956), heeft Gerrit Kouwenaar het over ‘de mens’. En in vergelijking daarmee over ‘de vogels’.

de taal

De taal behoort aan de vogels
ik ben te mens om te vliegen
ik sta als een huis op de wereld
gebouwd en dik uit aarde

ik ben ongeveer degene
die schuilgaat binnen de muren
en uitvloeit achter de ramen
van de blauwe achterkamer

het geurt er naar mest en naar liefde
er staat een plant in een kooi
de taal behoort aan de vogels
de mens schuilt weg in het woord –

Het gedicht begint met een generaliserende stelling over ‘de taal’  en ‘de vogels’, die tegen het einde herhaald wordt en uitgebreid met een tweede generalisatie. De openingsregel wordt in het tussenliggende gedeelte geïllustreerd met beelden van ‘ik’ en zijn kleine wereld, die uitmonden in een constatering met betrekking tot ‘de mens’ en zijn wonen in de taal. Een wonen dat hier een schuilgaan en een wegschuilen is.

De eerste vraag die je je als lezer stelt is waarschijnlijk: waarom is ‘de taal’ bij uitstek, en mogelijk zelfs bij uitsluiting, volgens de dichter eigen aan de vogels? En wat zegt die toeschrijving over de aard van die taal?

De eerste associatie moet hier wel zijn: vogels kunnen vliegen, zich losmaken van de aarde en zijn in die zin ‘vrij’. Hun taal draagt van die vrijheid de beslissende kenmerken, al worden die verder niet genoemd.

In vergelijking met de vogels noemt de ‘ik’ zich ’te mens’. Hij vliegt niet maar staat als een huis, muurvast, ‘op de wereld/ gebouwd en dik uit aarde’. De ‘wereld’: dat is een door de mens, vanuit zijn perspectief, in en met behulp van taal tot betekenis gemaakte ‘aarde’ en van wat zich daarop voordoet en afspeelt. Maar betekenisgeving of niet, hij blijft aan die aarde, waaruit hij ‘dik’ gevormd is, gebonden: hij is ’te mens’. En zijn taal is dat ook: te menselijk, te beperkt. Beperkend. De woordcombinatie ’te mens’ maakt dat zelfs onmiddellijk hoorbaar, als een exempeltje. De combinatie  van ’te’ met een substantief (mens) in plaats van een adjectief (menselijk) schuurt tegen een grammaticale regel, een regel van de geldende standaardtaal, die een onvrijheid impliceert.

Een sóórt vrijheidservaring lijkt de aan aarde en wereld gebonden ‘ik’ overigens nog wel te kennen: resultaat van het feit dat hij zichzelf niet helemaal (of helemaal niet?) kent: hij is, zegt hij, ‘ongeveer’ degene die schuilgaat in het concrete huis dat nu in beelden opgeroepen gaat worden. En hij vloeit ook nog eens uit achter de ramen daarvan, de ramen van ‘de blauwe achterkamer’. Dat figuurlijke ‘uitvloeien’, als verlies van vaste vorm, of de suggestie daarvan, relativeert zijn begrensdheid enigszins. Alsof de existentiële situatie hier in een wazig, licht metafysisch aandoend perspectief wordt geplaatst. De ‘blauwe achterkamer’ werkt voor mij als een ironische,  enigszins wrange herinnering aan het ‘azuur’ (‘L’Azur! L’Azur! L’Azur! I’Azur!’), het hemelsblauw van spiritualiteit, zuiverheid en verlangen dat we kennen uit het werk van symbolistische dichters  als Stéphane Mallarmé, zojuist tussen haakjes geciteerd, en Paul Valéry). Als toespeling op een vrijheid voorspiegelende openheid en verte: achter de ramen van een achterkamer.

Maar dat ‘uitvloeien’ kan ook een enigszins burleske, zelfs sarcastische connotatie krijgen: in de achterkamer geurt het immers naar mest en naar liefde. Zeer aards en bedompt. Er lijken lichaamssappen mee gemoeid.

Hoe dit zij, er is sprake van onvrijheid, van een opgesloten zijn, zoals ook het beeld van de plant in een kooi  pijnlijk zichtbaar maakt. Die plant leidt een aan de aarde gebonden, vegetatief  bestaan, en dat dan ook nog eens achter spijlen. (Zodat wie dat wil er ook een beeld in kan zien van de menselijke taal, die ons spreken mogelijk maakt én beperkt binnen de mogelijkheden van haar structureel systeem. Binnen het  linguïstische en conceptuele raster dat de dichter Paul Celan met de titel van een van zijn bundels het Sprachgitter noemde.)

Het slot van het Kouwenaars gedicht stelt het nog eens duidelijk. De werkelijke taal behoort aan de vogels: de werkelijk vrije zangers die de naar ‘natuurlijke’ expressie verlangende, ongekooide experimentele dichter in hen wil zien. ‘De mens’, de doorsneemens althans, verbergt zich in een aan cultuur en conventies gebonden tekensysteem, hier minimalistisch aangeduid als ‘het woord’.

Gerrit Kouwenaar, Gedichten 1948-1978. Amsterdam, Querido, 1982.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Gerrit Kouwenaar, poëzie

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Willem de Mérode • De visch

De vis was giftig, ik moet sterven.
De vis groeit in mij, ik verminder.
Zijn bek bijt en zijn vinnen steken.
Ik ving de vis, de vis ving mij.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

LENTEKOU

Er is niets dan de wind.
De tuinen zijn doorzichtig,
men ziet hun achterkanten leven. [lees meer]

Bron: Spinroc en andere verzen, 1958

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

22 februari 2026

➔ Lees meer
6 maart 2026: Indische detectives en misdaadromans

6 maart 2026: Indische detectives en misdaadromans

20 februari 2026

➔ Lees meer
15-17 april 2027: Achter de verhalen

15-17 april 2027: Achter de verhalen

20 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1930 Dana Constandse
sterfdag
2007 Bert Vanheste
➔ Neerlandicikalender

Media

De Twintigers: Juicy

De Twintigers: Juicy

22 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Safae el Khannoussi Translation Project

Safae el Khannoussi Translation Project

21 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Lange lijnen 5: Met Gaea Schoeters

Lange lijnen 5: Met Gaea Schoeters

20 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d