• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Levende literatuur als start studie Nederlands

14 februari 2019 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Nico Keuning

Onlangs vertelde de kersverse, twintigjarige voorzitter van Helios, de studievereniging van neerlandistiek van de UvA, op de radio dat zich dit jaar weer meer studenten hebben ingeschreven voor de studie Nederlands. ‘Er zijn nu vijftig nieuwe eerstejaars.’ Dat geeft hoop na eerdere berichten over het opheffen van de studie Nederlands aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar dit studiejaar het aantal tweedejaarsstudenten bestaat uit vier meisjes en twee jongens.

Tijdens het schrijven aan de biografie van de arts-schrijver Willem Brakman (1922-2008) was ik juist in de jaren ’70 beland, de bloeiperiode in de Nederlandse letteren en de tijd dat er honderden studenten Nederlands studeerden. Het waren de jaren van het ironisch-realisme, maar tegelijkertijd stond de kracht van de verbeelding in hoog aanzien. Realisme, academisme en postmodernisme bloeiden naast elkaar in hetzelfde decennium. Er volgde een reeks indrukwekkende debutanten: Maarten Biesheuvel, In de bovenkooi (1972).’ Mensje van Keulen, Bleekers zomer (1972), Doeschka Meijsing, De hanen en andere verhalen (1974), F.B. Hotz, Dood weermiddel (1976), Frans Kellendonk, Bouwval (1977), Oek de Jong, De hemelvaart van Massimo (1977), Patrizio Canaponi (ps. Van A.F.Th. Van der Heijden), Een gondel in de Herengracht (1978).

In het midden van deze bloeiperiode ging ik Nederlands studeren aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Aan het Instituut voor Neerlandistiek op de Herengracht 330 (het Lambert ten Kate Huis) ontdekte ik het weidse spectrum van de Nederlandse taal, van Middelnederlands vertalen tot het ‘andere proza’ van experimenteel schrijver Jacq Firmin Vogelaar. Taal vertelt vaak ook iets over de tijd waarin een bepaalde roman is geschreven.

Het meest leerde ik van bevlogen docenten Moderne Letterkunde. Geheel tegen de wet van Merlynist Kees Fens in (een literair werk is autonoom, dient uitsluitend binnen de tekst geïnterpreteerd te worden) leerde hoogleraar Gerrit Borgers ons dat het gedicht ‘Directeur’ uit de bundel Blauwzuur van Gerrit Achterberg, sloeg op de geneesheer-directeur van de Rekkense inrichting, waar de dichter verpleegd werd na de moord op zijn hospita. Er ging een wereld voor ons open: biografische gegevens leidden wel degelijk tot een beter begrip van literatuur. Het gedicht eindigt met de strofe: ‘Verraden krachten richten zich op deze / mens met het enige tekort: / dat hij mij zólang zal genezen / tot ik een ander word.’

Ook docent Willem Wilmink verwees geregeld naar biografische feiten om het werk van bijvoorbeeld Piet Paaltjens (François Haverschmidt), Johan Andreas Dèr Mouw en Jan Hanlo te duiden. Borgers en Wilmink stonden beiden, naast hun functie aan de universiteit, midden in het literaire leven. Zij vertelden daar zonder bravoure over, omdat het volkomen vanzelfsprekend was. Borgers was onder andere redacteur geweest van het tijdschrift Podium, kende tal van dichters en schrijvers persoonlijk. Uit de voordeur van het instituut liepen zij direct het literaire leven in en wij volgden hen op de voet naar een optreden in het literair café De Engelbewaarder (Wilmink), of naar het Letterkundig Museum in Den Haag (dat Borgers had opgericht). De studie en het literaire leven liepen als vanzelf in elkaar over. Enkelen van ons gingen zelf publiceren, recenseren, schrijven.

Misschien ligt de oplossing van het tekort aan studenten Nederlands in het binnenlaten van de levende hedendaagse literatuur in het lokaal of de collegezaal. Geen schrijver als gastspreker, maar de schrijver als (mede)docent. Er blijkt namelijk veel belangstelling voor schrijvers en dichters te bestaan als het een festival betreft. Ook Lowlands gaat literair.

Literaire festivals trekken vele duizenden bezoekers (de Volkskrant/Sir Edmund/Boeken, zaterdag 15 september jl.): Het International Literature Festival Utrecht, 25.000 bezoekers/ 150 schrijvers, Crossing Border, 5000 bezoekers/80 schrijvers, Winternachten, 4000 bezoekers/80 schrijvers. Er is zelfs belangstelling voor poëzie: Poetry International, 4000 bezoekers/30 dichters.

Dit is nog maar een greep uit literair Nederland(s). Er bestaat vast en zeker een groter potentieel studenten Nederlands dan het aantal dat zich nu inschrijft. Zet schrijvers en dichters voor de klas, dan volgt belangstelling voor de taal (en cultuur) vanzelf. Zeker als de studie wordt uitgebreid met een module ‘zelf schrijven’.

 

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Gwy Mandelinck • Soms gaat zij reeds

Het onverteerde ligt haar op de maag;
in de geluiden van de hik groeit zij
met schokken naar de grond.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

’s Avonds hadden we ontbijt,
o, wat leuk was het altijd
als mijn vierkant bordje kwam
met mijn ronde boterham.

Bron: Willem Wilmink

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

27 november 2026: Tweede dag van de historische letterkunde

27 november 2026: Tweede dag van de historische letterkunde

19 april 2026

➔ Lees meer
7 mei 2026: Boekpresentatie Het vervlechten van hoop  

7 mei 2026: Boekpresentatie Het vervlechten van hoop  

18 april 2026

➔ Lees meer
25 april 2026: Constantijn Huygens in de Waalse Kerk

25 april 2026: Constantijn Huygens in de Waalse Kerk

18 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1857 Jozef Vercoullie
1871 Julius Pée
sterfdag
2022 Christophe Madelein
➔ Neerlandicikalender

Media

Oratie Dirk van Miert: Brontekst en context

19 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Het monster schuilt in iedereen

Het monster schuilt in iedereen

18 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Wannie Carstens bij Taaldinge

Wannie Carstens bij Taaldinge

16 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d