• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

De ene uitgangs-t is de andere niet

5 maart 2021 door Redactie Neerlandistiek 3 Reacties

Door Gerard Kempen

De mentale processen die u uitvoert terwijl u deze tekst leest, zijn gespitst op herkenning van woorduitgangen en op berekening van de grammaticale implicaties ervan. Het experiment van Marijke Den Belder en Esther Ruigendijk, gerapporteerd in hun bijdrage aan Neerlandistiek.nl van 2 maart jl., laat dit fraai zien aan de hand van (werk)woorden die eindigen op een –t. Er zijn meer gegevens die deze conclusie ondersteunen. Zo’n 25 jaar geleden heb ik samen met twee Leidse doctoraalstudenten Cognitieve Psychologie (Andress Kooij en Theo van Leeuwen) een experiment uitgevoerd om te bepalen in hoeverre lezers gebruikmaken van de uitgangs-t in werkwoorden waarvan de stam eindigt op –d (bijvoorbeeld in hij verwedt zijn laatste centen vergeleken met hij verkwist zijn laatste centen en hij vergokt zijn laatste centen). De lezers (universiteitsstudenten) voerden een leestaak uit terwijl hun oogbewegingen werden gemeten. Oogbewegingen en -fixaties laten conclusies toe met betrekking tot de verwerkingstijd die nodig is om gelezen woorden, woordgroepen en zinnen te begrijpen.

Het leesmateriaal was zo samengesteld dat we konden vaststellen of de aan- of afwezigheid van de uitgangs-t invloed heeft op de verwerkingstijd voor het betreffende werkwoord (en woorden in de buurt). Hier is een voorbeeld:

(1) Die baron die vorig jaar nog een vermogen had vergokt nu zijn laatste centen.

Deze zin veroorzaakt een sterk “intuin-effect” (“garden-path effect”). In eerste aanleg interpreteert de lezer vergokt als het voltooid deelwoord geregeerd door had in de bijzin. Pas in tweede instantie besluit de lezer dat vergokt hier de rol speelt van persoonsvorm in de hoofdzin. Deze herinterpretatie veroorzaakt een duidelijke leesvertraging van de passage had vergokt. De duur van de vertraging konden we meten door de leestijd voor had vergokt te vergelijken met de leestijden voor had+vergokt in zinnen met een extra persoonsvorm (als in (2), en/of met een komma die het einde van de bijzin expliciet aangaf (als in (3)).

(2) Die baron die vorig jaar nog een vermogen had vergokt spendeert nu zijn laatste centen. 

(3) Die baron die vorig jaar nog een vermogen had, vergokt nu zijn laatste centen.

We vergeleken de leestijden voor deze had+vergokt passages met de leestijden van soortgelijke zinnen waarin vergokt vervangen was door verkwist of verwedt. In had+verkwist behoort de t tot de stam van het werkwoord. De t in verwedt fungeert als vervoegingsuitgang, net als in vergokt, maar is onhoorbaar in de uitspraak (net als in verkwist). De belangrijkste uitkomst was dat verwedt leidt tot een zwakker intuineffect (minder vertraging) dan verkwist. De uitgangs‑t vergemakkelijkt kennelijk het verwerkingsproces, ook al is de letter niet hoorbaar in de uitspraak.

Wellicht werpt u nu tegen dat lezers (en schrijvers) geregeld het eveneens onhoorbare uitspraakverschil tussen de werkwoorduitgangen ‑t en ‑d over het hoofd zien (bijvoorbeeld het gebeurt tegenover het is gebeurd). Met het oog op deze kritiek hadden we twee extra zinsvarianten aan het experiment toegevoegd: had+verspeeld/verspeelt en had+verloren/verliest. (In totaal hadden we acht van dergelijke vijftallen.) Vergelijking van de meetgegevens bij de vijf varianten liet onder meer zien dat het kleinste intuineffect optrad bij verliest/verloren (overduidelijk hoorbaar verschil), het grootste bij verspeeld/verspeelt, met verwed/verwedt in het midden.

Hoe te verklaren dat de t in –dt de verwerking bespoedigt, maar niet de “losse” t? Wij vermoeden dat het verwerkingssysteem niet alleen gebruikmaakt van de regels van de werkwoordspelling (of een daarvan afgeleid gelijkwaardig systeem), maar ook van andere regelmatigheden die niet met de werkwoordspelling als zodanig te maken hebben. In de huidige spelling van het Nederlands geldt — toeval of niet? — dat een woord eindigend op ‑dt een persoonsvorm moet zijn (afgezien van enkele eigennamen en leenwoorden). Ook in het experiment van Marijke Den Belder en Esther Ruigendijk lijkt iets dergelijks aan de hand, getuige het effect van de complexiteit van de woordstam. Voor meer details van het experiment, en voor enige achtergrondliteratuur verwijs ik u naar deze workshopbijdrage:

Literatuur

Kempen, Gerard, Kooij, Andress, & Van Leeuwen, Theo (1997). Do skilled readers exploit inflectional spelling cues that do not mirror pronunciation? An eye movement study of morpho-syntactic parsing in Dutch. In Abstracts of the Orthography Workshop “What spelling changes”, Nijmegen, November 6-7, 1997. Nijmegen: Max Planck Institute for Psycholinguistics. [Long Abstract].
Deze tekst is te vinden op mijn website: www.gerardkempen.nl/publications/ewExternalFiles/Kempen_Kooij_VanLeeuwen-Dutch-Verb-DT-Spelling1997.pdf

Afbeelding van PIRO4D via Pixabay 

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel

Lees Interacties

Reacties

  1. 0gfhdeja zegt

    5 maart 2021 om 11:43

    Een t toevoegen aan een persoonsvorm die in de spelling eindigt op een d [t], is een overbodige luxe: dus beter u/jij/hij/zij antwoord.
    We voegen toch ook geen t toe aan een persoonsvorm die eindigt op t: u/jij etc zet.

    Beantwoorden
    • Jan Uyttendaele zegt

      6 maart 2021 om 10:20

      De dt is geen overbodige luxe, maar het gevolg van een logisch systeem, dat perfect leerbaar is. Als je dat overboord wilt gooien, zou je moeten pleiten voor: ‘Schrijf wat je hoort’. Je hoort een t en dus zou je ook een t moeten schrijven: ‘hij antwoort’ enz. Het is ofwel fonetisch ofwel logisch. ‘Hij antwoord’ is geen van beide.
      Een dubbele medeklinker op het einde van een Nederlands woord bestaat niet, vandaar: ‘hij zet’ enz. In de spelling van andere talen kan dat soms wel, bv. ‘ball’ in het Engels. Alleen bij eigennamen komt dat in het Nederlands een enkele keer voor, bv. Johan Cruyff.

      Beantwoorden
      • 0gfhdeja zegt

        7 maart 2021 om 10:45

        Ik begrijp de reactie van Jan Uyttendaele vanuit het streven naar logica. Maar fonetica en logica zijn niet alles voor de spelling. Er is ook de wens om de toepassing van de spelling zo eenvoudig mogelijk te maken voor de gebruiker. Bovendien, is het onlogisch als ik ‘hij antwoord’ schrijf wegens ‘(ze) antwoorden’ zoals ik ‘goed’ schrijf naar analogie met ‘goede (mensen)’ ? Mag, wat voor de spelling van de zelfstandige naamwoorden geldt, niet gelden voor de vervoeging van de werkwoorden?

        Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Jeroen van Kan • de grote a

en weer zit er iemand in de dingen die er niet meer is
jullie zaten al in stranden wolkenpartijen liedjes
supermarkten vakantielanden diverse geuren en ook in
bepaalde bosgebieden

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

HAVENWOONWIJK

Soms ziet men houten zwaluwen,
driekante behekste zonnen,
geprikt tegen de wanden van
de kamers.

Regen langs de geteerde vogels
door pluchen regelmaat
en het gepoetste koper
en regen achter ramen over het
geboende vette hout, op water
waar leniger zwaluwen scheren
in de haven.

Bron: Hollands maandblad, januari 1966

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

10 februari 2026: Frans Kellendonklezing 2026 Edwin van de Vendel

10 februari 2026: Frans Kellendonklezing 2026 Edwin van de Vendel

26 januari 2026

➔ Lees meer
31 januari 2026: Memorial Meeting Brigitte Schludermann

31 januari 2026: Memorial Meeting Brigitte Schludermann

26 januari 2026

➔ Lees meer
20 maart 2026: Jaarcongres De Moderne Tijd

20 maart 2026: Jaarcongres De Moderne Tijd

25 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1943 Piet Verkruijsse
➔ Neerlandicikalender

Media

Else Boer over Halewijn bij De Taalstaat op NPO Radio 1

Else Boer over Halewijn bij De Taalstaat op NPO Radio 1

26 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Julia

Julia

24 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Het ministerie van middeleeuwse zaken

Het ministerie van middeleeuwse zaken

23 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d