• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

De neiging tot ‘je’

23 januari 2022 door Jos Houtsma Reageer

Afbeelding: Pixabay, corgaasbeek

‘Je’ als onbepaald voornaamwoord wordt wel eens – enigszins neerbuigend – omschreven als een ‘voetballers-je’: ‘Dan krijg je die bal en dan leg je hem af naar links…’ De voetballer die zijn ‘ik’ niet teveel op de voorgrond wil plaatsen heeft de neiging zich in zulke zinnetjes te verschuilen achter wat ik zou willen noemen ‘een bescheidenheids-je’. Wat hij beschrijft wordt gepresenteerd als iets vanzelfsprekends, het wordt een beetje gebagatelliseerd: ‘zo gaat dat nou eenmaal’, ‘zo doe je dat’. Op het moment dat wat er beschreven wordt een specifiek karakter krijgt, schakelt de spreker soepel over naar ‘ik’. In een leuk stukje dat aan dit ‘je’ is gewijd in De taalpassie van Milfje van april 2014 wordt de voetballer Rogier Molhoek aangehaald, die, nadat hij is gestopt, in een interview heel soepel wisselt tussen ‘je’ en ‘ik’: ‘het besef komt waarschijnlijk veel later dat je klaar bent’, ‘ik kan niet meer echt m’n enkel vol belasten’, ‘als je merkt dat dat niet meer kan door je fysieke gesteldheid.’ Met het onbepaalde ‘je’ druk je, zoals Paul Leufkens bij het stuk van Milfje opmerkte, je persoonlijke gevoelens een beetje in de coulissen: als echte mannen praten we niet graag over onze gevoelens. We hebben de neiging ze te objectiveren.

Het voetballers-je is diep verankerd in het voetballersbestaan, waarin, zo verbeeld ik me, als er geen grapjes worden gemaakt, en niet wordt opgeschept, vooral veel en diepgaand analytisch wordt gepraat over het voetbalvak. Hoe neem je een bal aan, hoe hou je overzicht over spelsituaties, hoe speel je die verdediger uit. Het voetballers-je is in wezen een analyserend, ja een bespiegelend ‘je’, en het is, denk ik,  dit ‘je’ dat in laatste instantie de bron is van het bescheidenheids-je van de geïnterviewde voetballers. Het is overigens opmerkelijk dat dit bespiegelende ‘je’ niet alleen als onderwerp voorkomt, maar ook als lijdend voorwerp: ‘als je te vroeg instapt, dan spelen ze je uit’, en zelfs als meewerkend voorwerp of als bezittelijk voornaamwoord: ‘Je moet je de kaas niet van je brood laten eten’, ‘dan geef je ze een kans door jouw fout!’ De grens tussen bepaald en onbepaald vervaagt hier.

Het bespiegelende ‘je’ wordt natuurlijk niet alleen door voetballers gebruikt. In het dagelijkse taalgebruik is het schering en inslag – bij mannen zowel als bij vrouwen. Ook in de poëzie, zo is mijn indruk, is er sinds halverwege de twintigste eeuw een neiging steeds meer gebruik te maken van de mogelijkheden van het bespiegelende ‘je’. Marc van Oostendorp schrijft – op 30 december 2020, in aflevering 7 van een reeks over pronomina in de hedendaags lyriek – het op de Helicon steeds frequentere verschijnen van ‘je’ op de plaats van de lyrische ‘ik’ op het conto van Gerrit Komrij. Het citaat dat Van Oostendorp daarbij geeft is te geestig om hier niet te aan te halen:

Je ging, gezeten in een emmer, naar een
Zekere streek op reis, waar enkel grote,
Pokdalige dokters en goede heelkruiden waren.
Dat was een reis, die je nooit heeft verdroten.

Met een ‘je’ als onderwerp en nog een ‘je’ als meewerkend voorwerp. Het lyrisch subject is hier weggefoezeld, dat is duidelijk. Maar er is een interessante transformatie tot stand gebracht. De ‘je’s’ hebben een duidelijk bespiegelend karakter. Kun je ze interpreteren als vormen van bescheidenheid? Zeker. Maar ze hebben, denk ik, meer te bieden dan dat. Niet alleen creëren de ‘je’s’ in alle bescheidenheid een element van zelfreflectie, ze scheppen ook een zekere, niet te versmaden ambiguïteit: een ‘je’ die misschien te identificeren is als ‘ik’, maar misschien ook niet. Een iemand! Een lezer.

Interessant om het ‘je’- gebruik is ook het gedicht van Anna de Bruyckere, dat Van Oostendorp aanhaalt in aflevering 13 van zijn serie over pronomina, een stukje van 17 februari 2021: ‘Wees als water, denk je./ Water stroomt, verdampt, verwaait, slaat elders neer./Het verdwijnt dan wel niet maar zo kom je / tenminste nog ergens’. Het eerste ‘je’ is ongetwijfeld een bescheidenheids-je, maar wat we in de voorlaatste regel zien is een bespiegelend ‘je. En opnieuw kunnen we constateren dat de dichter niet alleen bespiegelt voor eigen rekening, maar dat haar ‘je’ wel degelijk ook een algemenere strekking heeft: ‘zo komt een mens…’

Het is een strekking die, naar ik meen, vergelijkbaar is met die van de ‘je’s’ in een aangrijpend gedicht van Marieke Lucas Rijneveld dat van Oostendorp op 15 januari jongstleden besprak:

Waar ik nooit heldhaftig in ben geweest:
het verdragen van al dat geraas en getier,
van men die het altijd beter weet,
die de boy uit je willen halen en je
ongevraagd naar hun schepping willen
vormen, je wanstaltig noemen.

Van Oostendorp signaleert dat het ‘ik’ uit het eerste deel van dit gedicht omslaat in ‘je’ zodra het gaat om zaken waar de dichter niet heldhaftig in is geweest. ‘Het geraas en getier ontneemt hem zijn identiteit, en hij verwordt tot een onpersoonlijk (‘voetballers’-)je.’ Ik wil dit graag iets anders analyseren. De ‘je’s’ in dit citaat hebben een bespiegelend karakter. Ze verwijzen naar de lyrische ‘ik’ die dit gedicht draagt, maar ze hebben tegelijkertijd een algemenere strekking. Marieke Lucas Rijneveld bespiegelt net als de dichters die hiervoor aan de orde zijn geweest niet alleen voor eigen rekening, maar mikt ook op een hoger doel: hij stelt de ‘men’, de goegemeente aan de kaak die niet alleen hemzelf, maar ook al die andere mensenkinderen die worstelen met gender niet au sérieux willen nemen.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: poëzie, voornaamwoorden

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Astrid Roemer • Steffi huilt

Het geeft niet Poes
het geeft niet dat we
sterven

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

WINTERMIDDAG

De engelen knopen licht aan elkaar,
de regenboog stijgt uit het dorre hout,
een vuur brandt in een wak boven de duinen.

Overal valt licht – tot witte hagel opspringt
van de met droge bladeren bedekte grond,
geschrokken vleugelloze insecten, engelen –
hun donzen huid smelt blank,
doorzichtig om een wit skelet –
zo straks nog bezig in het licht,
gescheiden nu, snel weggerold,
gekropen onder het gekruld bruin blad.

Bron: De Gids, november 1958

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

16 januari 2026: Tweede studiemiddag Forensische taalkunde

4 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1884 Herman Buiskool
1939 Jacques Hamelink
1948 Saskia Daalder
sterfdag
2015 Wam de Moor
➔ Neerlandicikalender

Media

Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Buitenleven van Willem Sluiter

Buitenleven van Willem Sluiter

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d