• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Van alle heerlijkheden was dit het heerlijkste

1 augustus 2022 door Marc van Oostendorp 1 Reactie

Een zomer met Manon Uphoff (26)

Het moet in 1998, toen De fluwelen machine verscheen, een betrekkelijk onopvallend verhaal zijn geweest: ‘De vazal’, een verhaal dat handelt over een man die zijn vrouw, zijn tweede vrouw, zo vereert dat het benauwt en zij bij hem weg wil. Maar achteraf was het voor de schrijfster misschien wel een van de lastigste verhalen om te schrijven. Het valt op het oog een beetje in het niet bij de geschiedenissen over siamese tweelingen die elkaar haten of zelfs over Budelse arbeiders die een vrouw uit Polen halen.

WIe het verhaal leest in de context van al het andere werk, merkt dat het speelt in wat ik maar het Uphoff-gezin noem: vader en moeder zijn van anderen gescheiden en hebben samen een grote schare kinderen..(Ik groeide ongeveer in dezelfde tijd op, in iets wat toen wel het Brinta-gezin werd genoemd: vader, moeder, jongen, meisje.)

Die kinderen staan in dit geval alleen geheel op de achtergrond. ‘De vazal’ wordt verteld vanuit de vader die op zeker moment opmerkt:

wat was het vreemd om te ontdekken (…) dat er zoveel kinderen rond de ontbijttafel zaten, die me allemaal ‘vader’ noemden.

Vanwege de allerwegen gememoreerde autobiografische basis van het Uphoff-gezin, is ‘De vazal’ griezeliger dan de beschrijvingen van bestialiteiten, verbrande handen en wat er verder zoal in De fluwelen machine voorkomt, al is het maar doordat het seks tussen de vader en de moeder beschrijft, een universeel taboe:

Ze spreidde haar benen: daar groeide haar schaamhaar ruig als gras. Maar van alle heerlijkheden was dit het heerlijkste: om mijn neus, het Romeins gebogen deel van mijn gelaat, een trots element, op het vettige, mollige stukje tussen haar borsten te duwen. Ik heb niet veel vrouwen gehad en weet dus niet of het vaker voorkomt, zo’n dik stukje vlees precies op de plek waar de ribben bij elkaar komen.

Een schrijfster die zoiets schrijft, zou je bijna zeggen, deinst nergens voor terug. Behalve dat we dus sinds Vallen is als vliegen weten dat er in dat gezin wel degelijk dingen gebeurden waar de schrijfster toen nog voor terug deinsde.

De editeurs van het dezer dagen voltooide Verzameld Werk van Willem Frederik Hermans citeren in hun verantwoording een interessante uitspraak van de schrijver:

Flaubert betreurde indertijd dat een auteur niet in één keer zijn verzamelde werken kon laten uitgeven, alles tegelijk. Ik ben niet van die begeerte. Ik vind het een groot voordeel dat het een na het ander geschreven en na elkander uitgegeven wordt. Schrijven is tenslotte een voortdurende monoloog. De boeken van een auteur, en zeker niet de mijne, staan niet los van elkaar. Het volgende is een (steeds onvolkomen) antwoord op het vorige boek. Schrijven is een onophoudelijk op voorafgegane gedachten terugkomen. Wil er enige samenhang blijven, dan is het nodig in volgorde te publiceren.

Uphoff lijkt in dezen meer op Hermans dan op Flaubert. Het lijkt een organisch geheel, ik heb het in deze reeks al vergeleken met een lichaam, maar een lichaam kent de geschiedenis niet als organiserend principe: het hoofd is er niet eerder of later dan de voeten. Wanneer het verhaal ‘De vazal’ nu ineens zou verschijnen, gepresenteerd zou worden als een gloednieuw verhaal, zou je het onherroepelijk anders interpreteren. Nu we weten dat het een verhaal is van twintig jaar voor Vallen is als vliegen kun als lezer nog proberen om het verhaal anders te lezen, als een verhaal over een net wat ander Uphoff-gezin, dat eigenlijk alleen maar bestaat uit een echtpaar waarvan de man te graag wil.

En dat nog altijd even gruwelijk is.

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Manon Uphoff

Lees Interacties

Reacties

  1. Robert Kruzdlo zegt

    1 augustus 2022 om 11:14

    Het lichaam kent de werkelijkheid niet zoals wij die kennen – de ik b.v. – maar wel degelijk belichaamd zij de werkelijk via de huid. En helaas het hoofd was er eerder dan …, het hoofd ten voeten uit¡¡ Uphoff gebruikt de lichamen, om personages, om iedereen te kunnen plaatsen. Ze is steeds bezig met wat binnenin haar hoofd zit. Voordat iets handen en voeten krijgt moet je de wereld binnen in je (leren) kennen. Kunst is bij uitstek beter dan dat je van je lichaam een moordenaar, verkrachter of oorlogsmachine in werking zet. Waar was Uphoff terecht gekomen als zij de bescherming van haar huid niet had opgezocht. Als een Sade in de gevangenis¿ Lang leven de kunst, zeg ik dan opgelucht.

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Jan Elemans • De jaren twintig

Veel aardappelen,
zeer zoute boter
en bitterheid aan tafel,
de boer vaak en ver van huis,
de boerin alleen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

VLIEGEN

Als je vliegen een stevige mep verkoopt terwijl ze in de kamer rondvliegen (fel naar hun slaat met een vliegenklapper/mepper) en je zet dan een raam of deur open naar buiten, dan weten ze ineens heel gauw de weg naar buiten te vinden, heb ik vaak gemerkt.

Hanlo

Bron: Barbarber, april 1970

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

11 februari 2026: Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini

14 januari 2026

➔ Lees meer
23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

23 en 24 april 2026: Neerlandistiekdagen

14 januari 2026

➔ Lees meer
10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

10 februari 2026: Nascholingsmiddag Lezen voor waarden

13 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1991 Jan de Zanger
➔ Neerlandicikalender

Media

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

13 januari 2026 Door Vlogboek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d