‘Liefdevolle aandacht voor tragische schrijvers is zó veel belangrijker dan literatuurwetenschap en zó veel boeiender om te lezen dan de meeste recensies,’ schrijft dichter, schrijver en essayist Jan Kostwinder (1960-2001) in een van de gebundelde brieven in Ben ik duidelijk? Hebben wij nog contact? (Uitgeverij Fragment). Zelf schreef hij zijn beste proza over tragische levens van dichters en schrijvers. Uiteindelijk verschoof het perspectief steeds meer naar zijn eigen tragische bestaan in brieven, polemieken en essays. Juist deze sterk autobiografische eruptie vormt het hoogtepunt in zijn korte schrijversleven.
Jan Kostwinder (pseudoniem van Jan de Vries, geboren Oude Pekela) werd al op jonge leeftijd gegrepen door de literatuur. In die wereld zocht hij zijn weg naar erkenning, die hem in kruimels ten deel viel. Hij las alles wat los en vast zat, kende iedereen in het literaire circuit, volgde de ontwikkelingen van de Maximalen rond ‘draaikont’ Joost Zwagerman en de opkomst en ondergang van obscure literaire tijdschriften. Zelf zat hij samen met zijn vrouw Marisa Groen in de redactie van Adem (1986-1990).
Voorteken
Zijn twee bekendste boeken zijn Regenhond (verhalen, 1997) en Brieven aan Willem-Alexander (roman, 1999). Een meeslepend brievenboek: ‘Een boek,’ zegt hij in een brief aan ‘Alex’, ‘waarin de oorzaken & gevolgen van mijn ontslag als leraar Nederlands aan de Europese School in Moddergat worden besproken. Waarin ik mijn wanhoop… nee, niet van mij af maar naar mij toe schrijf.’ Kostwinder schrijft niet in de breedte, maar in de diepte. Voordat hij in Mol als leraar Nederlands NT2 (Nederlands als tweede taal) in dienst trad, was hij leraar Nederlands aan het Atlantic College, het internationale internaat in Wales, waar eerder onze latere koning Willem-Alexander de laatste twee jaar van zijn middelbare schooltijd heeft doorgebracht.
In Brieven aan Willem-Alexander, die de periode van augustus tot en met december 1997 beslaat, kijkt Kostwinder niet alleen vanuit zijn woonplaats Moddergat op deze periode in Wales terug, hij trekt de lezer vanaf de eerste bladzijde ook zijn tegenwoordige leven binnen. Er is geen ontsnappen aan, aan deze autobiografie in brieven. In deze vorm heeft Kostvinder zijn stijl en juiste toon gevonden. Eenmaal bij hem binnen, wil je alles horen, alles weten. Over literatuur, verwijzingen naar popmuziek, over zijn huwelijk, zijn kinderen, over politiek, drank, drugs en seks. Het is al een veeg voorteken dat zijn laatste brief in dit boek als motto meekreeg: ‘I hope I’ll die / Before I get old (The Who)’. Het brievenboek (uitgeverij Houtekiet) verdient een herdruk!
Subcultuur
Na zijn dood verschenen Kostwinders verzamelde gedichten (Alles is er nog, 2003) en een bundel polemieken, portretten en brieven (Het bezinksel van de waarheid, 2012). Dit laatste boek heb ik uitgegeven als uitgever van Reservaat (1989-2016). Naast brieven en polemieken (scherp en meedogenloos als Jeroen Brouwers) is er een aantal essays opgenomen waarin beschouwingen over het werk van Dylan Thomas, Robert Anton Loesberg en Raymond Carver zijn vervlochten met Kostwinders autobiografie. Mooie, oprechte en aangrijpende dubbelportretten. Niet voor niets wordt deze uitgave in het ‘Voorwoord’ van het pas verschenen brievenboek Ben ik duidelijk? Hebben wij nog contact? bij de lezers warm aanbevolen: ‘Koop dit boek alsnog.’
Het ‘Voorwoord’ van Jack van der Weide en Chrétien Breukers in Ben ik duidelijk? geeft een kort maar helder overzicht van het literaire leven in Nederland en België in de jaren ’80 en ’90 aan de hand van de toen nog bestaande literaire tijdschriften. Het brievenboek biedt binnen deze context een autobiografische aanvulling op het eerder verschenen werk van Kostwinder. De brieven komen uit de periode 1986-2001, cruciale jaren in Engeland, Wales, Vlaanderen en Amsterdam: brieven aan Hein Aalders, Jaap Boots, Chrétien Breukers, Albert Hagenaars, Wilma Siccama en Jack van der Weide geven een inkijkje in de subcultuur van de literaire grachtengordel aan het eind van de vorige eeuw.
Avondschemer
Natuurlijk was Kostwinder geïnteresseerd in De grachtengordel, de sleutelroman van Geerten Meijsing. Het commentaar van Kostwinder in een brief aan Jack van der Weide en Wilma Siccama (27 september 1992) geeft een goed beeld van zijn literaire oordeel:
Ik heb het boek uit en ik moet zeggen dat het me treurig stemde. Het is goed, zelfs virtuoos geschreven, maar het gaat alleen maar om poen en meiden, dat vind ik eigenlijk erg mager en ordinair. Kunstenaars worden steeds plebejeriger, heb ik de indruk. Ik vind niet dat het alleen maar om stijl en compositie gaat in de literatuur, zoals Meijsing schrijft: ik vind dat het gaat om het uitdrukken van existentiële ervaringen zoals angst, liefde, woede, agressie – alles wat belangrijk is tussen leven en dood.
In dit fragment geeft Kostwinder heel raak de Umwertung van de literatuur aan op het draaipunt van de jaren ’80 en ’90. Literaire waardering verdween naar de achtergrond en maakte plaats voor succes, verkoop, bestsellers. Kostwinder hunkert vooral naar erkenning. ‘Ik heb het gevoel dat ik moet opschieten met een aantal dingen, & zeker in literair opzicht,’ schrijft hij 18 oktober 1989 aan Hein Aalders.
Een gevoel van “nu of nooit”. Het komt omdat ik dertig word en bang ben te blijven steken waar mijn generatiegenoten doorstoten. De eerste helft van dit jaar heb ik veel in literaire tijdschriften gepubliceerd, nu moet ik een goede uitgever vinden. Ik heb een reële angst dat ik aan de kant blijf staan en machteloos moet toezien hoe anderen wél kansen grijpen en waarmaken – een nachtmerrie.
Ook dit brievenboek bevestigt, dat naarmate de ellende in het leven van Kostwinder toeneemt, hij beter gaat schrijven, over zichzelf, onbevangen en openhartig: ‘Ik kan nu uit de grond van mijn hart zeggen dat alle literaire bobo’s en kunstluizen me reet kunnen likken en dat ik me van geen 1 redacteur, journalist of uitgever ene mallemoer aantrek.’ (9 augustus 1992). Maar ondertussen loert voortdurend de melancholie, de depressie. Desondanks wordt hij vader van Thomas en twee jaar later van David. De eerste scheurtjes in het huwelijk tekenen zich af. De brieven van vrienden bieden hoop in eenzame dagen. In een sfeerimpressie in een brief van begin januari 1994 aan Albert Hagenaars verlaat Kostwinder samen met zijn twee jaar oude zoontje het huis:
Ik neem Thomas mee naar de pub straks. Een wandeling over de kliffen naar een groot, stenen gebouw met victoriaanse, baksteenrode schoorstenen: daar Guinness drinken, of Caffreys, of Hancock Bitter. Drie à vier, hopelijk is de vrouw er ook die weliswaar al in de veertig is, maar nog altijd diep uitgesneden decolletés en netkousen draagt en terwijl ze me vraagt naar de Nederlandse mores op erotisch gebied, kijk ik naar buiten, gelukkig, jawel: gelukkig, want ik zie het kanaal, als een fjord ziet het eruit, groen en blauw, met de heuvels van Somerset en Devon aan de overkant hoog oprijzend, en als ik tegen drie uur, half vier terugwandel valt de avondschemer al in en zijn de wolken van een schitterend roze vergeven.
Meedogenloos
Zijn huwelijk loopt op de klippen en na ruzie op de Europese School in Mol, raakt Kostwinder in september 1997 werkeloos. Donkere wolken pakken zich samen boven het hoofd van Meneer De Vries, zoals een dichtbundel van hem uit deze periode luidt. Meneer De Vries raakt overspannen, belandt in een psychose en wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek in Geel. ‘Jan kon niet van de middelen afblijven,’ schrijven de bezorgers van de brieven in het ‘Voorwoord’: ‘Schrijven werd steeds moeilijker. Zijn fysieke en geestelijke gezondheid liep in 2001 steeds verder terug. Hij begon moeizaam te spreken en liep met een slepende voet. Hij bleef welbespraakt en vol opinies – het was moeilijk om geen sympathie voor hem te hebben, al begon die zich te vermengen met medelijden, of angst voor de komende ineenstorting.’
Als ‘schrijfjunk’ heeft Kostwinder nog steeds de behoefte om te schrijven, ondanks het gebruik van medicijnen. Maar langzaam dooft het vuur. Na ontslag uit de kliniek trekt hij in bij zijn vriend Albert Hagenaars in Bergen op Zoom. Ten slotte belandt hij in Amsterdam, waar hij op 27 augustus 2001 op zijn etage aan de Kraijenhoffstraat in de Czaar Peterbuurt overlijdt aan een hartklap.
Goed, dat hij nog wordt gelezen, deze bezeten schrijver. Het omslag van het brievenboek geeft hem goed weer: in de vorm van een pen. Meedogenloos voor anderen en zichzelf, trouw aan zijn opvatting over literatuur. Mooi, dat Kostwinder weer even in beeld verschijnt.
Jan Kostwinder. Ben ik duidelijk? Hebben wij nog contact? Uitgeverij Fragment. Bestelinformatie bij de uitgever
Laat een reactie achter