• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Een onopgemerkt ‘In Memoriam Vincent van Gogh’ door Willem Kloos

30 november 2025 door Sander Bink Reageer

Ik heb onlangs de boekencollectie van Antiquariaat Schuhmacher bekeken, omdat deze naar de veiling ging. Onder die boeken bevonden zich talloze Tachtigers-uitgaven, een van Schuhmachers specialismen. Zie hier enkele zeer bijzondere voorbeelden! 

Om die reden heb ik ook vele Tachtigers weer eens wat gelezen of voor het eerst aandachtig gelezen. Zoals dit weekend de notoir rommelig samengestelde en daardoor nogal ontoegankelijke bundel Verzen van Willem Kloos uit 1894. Het bevat vrijwel al zijn werk tot dan toe, waaronder vroege en nog steeds mooie verzen tot broddelwerk uit zijn dronken psychotische periode van de vroege jaren 1890. Ergens tegen het einde van de bundel waar ik, en mogelijk talloze anderen, nooit gekomen waren las ik gedicht 170 waar ik spontaan Van Gogh-associaties bij kreeg. Ik kan dat weten en hebben want heb hier diverse malen over dat soort associaties geschreven. In mijn boekenkast vond ik in Van Gogh- noch Tachtigers-studies het gedicht vermeld. Zo noemt Oerlemans in Amsterdamse jaren van Willem Kloos dl. II 1888-1900 Van Gogh maar enkel als vergelijkingsmateriaal voor Kloos ziektebeeld. Dit gedicht wordt niet genoemd. Vond het ook nergens anders apart vermeld. Zelfs in Dick van Halsema’s Tachtigersbijbel Vrienden en Visioenen komt het niet voor. Navraag bij Dick, mijn goede vriend en leermeester, bevestigde deze afwezigheid ook op andere plekken. Als dank schrijf ik dit stuk zo Van Halsema-achtig mogelijk!

Van Gogh was heel erg aanwezig in de wisselwerking tussen schilders en schrijvers die Tachtig was. Nauwelijks lijfelijk maar vooral in de geest en in de kunst. In de eerste plaats via Frederik van Eeden, de enige Tachtiger die door Van Gogh in zijn brieven wordt genoemd. Van Eeden kende Van Goghs werk al vroeg en publiceerde eind 1890 een belangrijk opstel in De Nieuwe Gids over de dan net gestorven kunstenaar. Het is misschien wel de eerste heiligverklaring van de kunstenaar. Van Eeden: ‘En was deze niet een van het edel en onsterfelijk ras, dat het lage volk gekken, maar de mensch van ons slag heiligen noemt?’ Van Eeden bezat al in dit jaar 1890 de grote Zaaier (F450).

Van Gogh kom je ook intertekstueel tegen bij de sensitivistische Gorter van de Verzen 1890. Opdracht: zie zo’n intens korenveldschilderij van Van Gogh voor je en probeer daar dan níet aan te denken bij deze regels van Gorter:

In den heeten nacht een heet zwart grijs korenveld
heeft mij heetvoetig heetoogig heethandig ontsteld,
van achter drong me de windige nachtige hitte
in ’t dikkige looderig rooierig stof te zitten,
mijn oogen bloedzwaar hingen voor het geschaarde
starre nachtbeddend groenhittend aarzwaarde.

Zie je wel? Kan niet.

Het gedicht van Kloos nu is wat minder modernistisch maar tussen de regels door broeit er toch iets heel intens.:

In Memoriam.

Dàt was een lief mensch, dien wij nimmer zullen
Terug-zien, stervende als hij is geweest
Heel ver van wat hij lief-had, als een beest
Gezeuld in ’t eerlijk graf-zijn, dat met mullen

Plof zacht viel op zijn trouwe hoofd, het rulle
Zand, dat’s der doode’ allerlaatst aardsche feest.
O ’t dood-stil graf, dat nooit weet wat geweest
Is ’t arm mensch-lijf, dat kan zoo’n grafje vullen.

O Vincent, die zijt altijd goed gebleven
In ’t arme leven dijn, krachtens ’t zoet rijp
Bloeien alóm op van uw bloem-zacht leven,

Daar ùw weerld om u zei, o grijp maar, grijp,
Waar gij niet kondt, daar gij niet woudt, o rijp,
Zacht mensch, die kon niet aan dees aarde kleven.

In de bundel is het niet gedateerd maar bij de eerste publicatie in de negende jaargang van De Nieuwe Gids is het gedateerd 11 januari 1894. Kloos schreef het in de periode dat samenstelling voor de bundel concreet werd (zie: Dick van Vliet ‘Nieuw licht op Kloos’ Verzen‘, Parelduiker 2003-II/III).

Er zijn heel veel mensen die Vincent heten schijnt het. Maar in de kunsten en letteren van de jaren 1890 is ‘Vincent’ heel vaak dé Vincent. Het is de periode waarin het Vincent-beeld ontstond. Een onderdeel daarvan is het niet behoeven van een achternaam. Zie onder meer mijn voorgenoemde publicaties over de literaire receptie van Vincent. Exemplarisch is het ontwerp van Richard Roland Holst voor de tentoonstelling van nagelaten werk uit 1892 waarop enkel de voornaam van de kunstenaar.

Als je in deze context Kloos’ gedicht leest zie je diverse Vincentiaanse componenten: het ver weg sterven (‘ver van wat hij lief-had’), zijn al dan niet christelijke gemotiveerde naastenliefde (‘een lief mensch’, ‘zijn trouwe hoofd’), treurnis om zijn vroeg sterven (‘dien wij nimmer zullen terugzien’), de kleur geel misschien (‘rulle zand’), zijn rauwe dood (‘als een beest gezeuld in ’t graf’), zijn naïviteit/idealisme (‘altijd goed gebleven’), het niet kunnen bereiken van zijn (kunstenaars)idealen (‘grijp waar gij niet kondt’) en zijn onvermogen om het leven enigszins normaal te kunnen leven (‘die kon niet aan dees aarde kleven…’)

Dat Kloos dit pas in 1893 schreef hoeft niet te betekenen dat zijn poëticale brein niet aan Vincent dacht. In deze vroeg gearriveerde nadagen van zijn dichterschap schreef hij diverse gedichten over figuren die al jaren niet meer lijfelijk of op papier aanwezig waren. Het meest notoire voorbeeld hiervan zijn de scheldsonnetten.

Via Van Eeden & co. kende Kloos ongetwijfeld Van Goghs werk ook vroeg. Dat hij een van de vroege Van Goghtentoonstellingen begin jaren 1890 heeft bezocht lijkt mij aannemelijk. En in de jaren 1890 bezocht hij regelmatig Jo Bonger -van Gogh in Bussum wier huis vols stond met Vincents. Ik dacht op dat adres misschien de Vincent, een mogelijk andere Vincent, uit het gedicht te vinden maar die leefde in 1894 nog: Kloos aan Van Deyssel in april 1899: ‘Ik ken mevr. v. Gogh persoonlijk, en kom ’s avonds wel eens bij haar op theevisite. (…) ‘Ze heeft een zoontje van tien jaar, dat Vincent heet.’ Dat zoontje was Vincent Willem van Gogh (1890-1968) aan wiens collectie en inspanningen we het Vincent van Gogh Museum te danken hebben.

Is dit alles belangrijk? Ja, ik denk het wel. In het Van Halsema-iaanse, rond1900-iaanse en Van Gogh-iaanse wetenschap op de vierkante millimeter-universum is dit een onopgemerkt bouwsteentje van kunstenaarschap en reputatie van een de belangrijkste kunstenaars ooit. Zo! Grootste woorden voor ons doen maar het moet eindelijk maar eens gezegd worden: Vincent was echt een goed schilder!

Delen:

  • Klik om af te drukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • Klik om dit te e-mailen naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Klik om te delen op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Klik om te delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Klik om te delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Klik om op LinkedIn te delen (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 20e eeuw, letterkunde, poëzie, Vincent van Gogh, Willem Kloos

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Astrid Roemer • Steffi huilt

Het geeft niet Poes
het geeft niet dat we
sterven

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

Het web houdt zijn gezicht hol in de wind,
de spin heeft het verlaten, sterren staan
er in, wind scheurt het van de aarde,
van leeggevreten gaten waait het schoon.

Bron: Maatstaf, oktober-november 1965

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

31 januari 2026: Glanzende geheimenis / Hemelse vreugde – over P.C. Boutens 

12 januari 2026

➔ Lees meer
25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

25 januari 2026: Wel verdiend, niet ontvangen

8 januari 2026

➔ Lees meer
17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

17 januari 2026: Grondvergadering Jacob Campo Weyerman

7 januari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1722 Francois Halma
➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

In gesprek met auteur Jeroen Theunissen

12 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ik zie op tegen interviews…

Ik zie op tegen interviews…

11 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

Johanna Coomans, Margaretha van Godewyck en Gesina Brit

10 januari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d